*

 
dossier

Archief

De achterkant van sexy leer

MIEKE ZIJLMANS − 16/05/98, 00:00

Leren kleding heeft altijd iets spannends gehad, iets gewaagds. Leer wordt al snel geassocieerd met seks, of met stoer-zijn, of met allebei....

Kennelijk spreekt die luxe, spannende uitstraling steeds meer mensen aan. Want leer is als materiaal voor kleding sterk in opkomst. Opeens is een man of vrouw in leren (of nep-leren) broek geen zeldzaamheid meer. Leren kleding is niet meer voorbehouden aan stoere twintigers of mensen uit het wildere uitgaanscircuit. Jan en alleman loopt erin, zelfs in voorheen kinky geachte kledingstukken als leren damestopjes of zwembroeken.

Dat toegenomen gebruik maakt nieuwsgierig naar de eventuele keerzijde van leer. De milieubeweging vindt leer vies omdat aan het looien ervan een scala van chemicaliën te pas komt. Die stoffen kunnen in geval van onzorgvuldige productie niet alleen in het milieu terechtkomen, de vraag is ook of het wel zo fris is met gif behandelde beestenhuid op het mensenvel te dragen.

Direct komend van koe, varken of welk ander dier ook, is huid net zo goed een stuk dood beest als de eerste de beste biefstuk. Bewaard buiten de koelkast, begint zo'n huid binnen de kortste keren te rotten en te schimmelen en insecten aan te trekken, net als die biefstuk.

Een verse huid is een harige lap van ongelijkmatige dikte. Aan de binnenkant zitten de vleesresten er nog aan. Zo is er geen schoen van te maken. Daarom worden huiden gewassen, onthaard en ontvleesd. Ze worden gesplitst tot ze overal min of meer even dik zijn, en vervolgens gelooid opdat ze houdbaar en te verwerken zijn.

Vroeger werden voor het looien van leer voornamelijk plantaardige stoffen gebruikt, waarvan eikenbast de bekendste is. Plantaardig looien is echter tijdrovend en duur, en het levert kwalitatief niet het mooiste leer op. Bovendien is eikenbast bij gebrekkige arbeidsomstandigheden ook smerig voor de looiers.

Nederland en Duitsland hebben binnen Europa de strengste regelgeving voor het gebruik van looi- en verfstoffen voor leer. Aan de productie komt hier geen verboden stof te pas, de arbeidsomstandigheden van de werknemers worden gecontroleerd. De vele liters spoelwater worden gezuiverd en afvalstoffen worden volgens de regelgeving voor chemisch afval verwerkt.

Daarom kan Peter Aben ook gerust open kaart spelen. Aben is directeur van de Koninklijke Verenigde Leder BV in Oisterwijk, met 120 werknemers de grootste leerfabriek van Nederland. Aben haalt zijn meesterlooier erbij om uit te leggen met welke materialen er gewerkt wordt.

Dat komt neer op stoffen als prevenol om verrotting en schimmel tegen te gaan. Natriumsulfide om het haar er makkelijker af te krijgen. Kalk om de huiden stroef te maken, want gladde huiden zijn niet te hanteren. Ammoniumsulfaat om die kalk er weer uit te krijgen. Het beruchte chroom voor het feitelijke looien: het houdbaar, sterk en soepel maken van de huid. Een aantal stoffen die schoonmaken en het chroom in het leer fixeren, opdat het niet door zweten of regen naar de oppervlakte komt. En ten slotte een aantal verfstoffen.

'Als een werknemer van mij ergens ziek van wordt, word ik dat zelf ook, want ik ben hele dagen in de fabriek', meldt Peter Aben stellig. Hij is een hartstochtelijk liefhebber van leer. Hij plant zijn met de hand gemaakte schoen op zijn bureau om te demonstreren wat vakwerk is. 'Leer is emotie. Leer voelt, ruikt, heeft alle zintuigen in zich, heeft koelte in de look en geeft warmte bij het aanpakken.'

Zijn fabriek maakt alleen leer voor het allerduurste luxe marktsegment. In wezen, zo blijkt, wordt maar een paar procent van het hier verkochte leer in Nederland gemaakt. Een klein deel van het overige leer komt uit andere Europese landen die zich houden aan de strikte regelgeving.

De rest van de leerverwerkende industrie zit in lagelonenlanden in bijvoorbeeld Azië en Midden-Amerika. Sommige van die looierijen houden zich aan de internationale regelgeving, zoals het strikte verbod op het gebruik van penta-chloor-phenolen (pcp's).

Voor het overige is het een dubieuze branche. De arbeidsomstandigheden zijn doorgaans abominabel. In een film over de Indiase leerindustrie - gemaakt in opdracht van Ontwikkelingssamenwerking - staan arbeiders tot hun middel in tonnen met chemicaliën om de huiden die erin liggen in beweging te houden. Het met blote handen verplaatsen van de huiden is daar normaal. De gaten vallen bij die arbeiders in de huid, ze hebben last van darmziekten en astma.

Zij werken vooral voor de westerse markt. Als wij hier in de winkel een rokje staan te passen, is het moeilijk te achterhalen hoe het is gemaakt en wat er zoal in zit aan resten van chemicaliën en aan zware metalen. Volgens TNO en de Directie Gezondheidsbeleid van het ministerie voor Volksgeszondheid kán in geverfd leer een hele reeks giftige stoffen worden aangetroffen. Met de nadruk op 'kan', want of dat rokje inderdaad zo verontreinigd is, zal in Nederland niet gauw duidelijk worden. De controle op deze import voorziet niet in stelselmatige tests.

Het is een heel rijtje stoffen. Pcp's, inderdaad, die werken schimmelwerend. Uiteraard het zware metaal chroom, in onduidelijke concentraties en wie weet niet goed gefixeerd. Verder zit het venijn hem vooral in de staart: in de afwerklagen. In de verf zitten vaak lood, arseen, koper, kwik, zink. Nikkel ook, hoewel meestal zo weinig dat het niet deert. Cadmium maakt het leer mooi glanzend. En toch weer benzideen, de officiële benaming voor de zogeheten azo-kleurstoffen. Daarvan zijn er een stuk of twintig absoluut verboden voor toepassing in alles wat contact heeft met de huid, omdat ze kankerverwekkend zijn.

En is dat voor de drager erg, dat al die spullen in leren kleding kunnen voorkomen? Wordt die daar ziek van, krijgt hij huidproblemen van de zware metalen, kanker van de kleurstoffen?

Nou, dat valt reuze mee, voor zover de dermatologen van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht kunnen overzien. Zij krijgen op hun spreekuur zelden mensen met huidklachten, veroorzaakt door het dragen van leren kleding als jassen en broeken. Je hebt irritatie en contactallergie, legt dermatoloog dr. Kees van Ginkel uit. 'Irritatie ontstaat direct wanneer je iets aantrekt dat je niet kunt verdragen. Een contactallergie ontwikkel je langzamer, alleen als je er aanleg voor hebt. Vooral chroom is een beruchte stof, daarvoor zijn sommige mensen gevoelig. Die krijgen er eczeem van.'

Mensen die aanleg voor contactallergie hebben, krijgen vooral problemen met schoenen. Die broeien, ze zitten dicht op de huid en het klimaat erin is altijd vochtig en warm. Zijn ze gemaakt van slecht leer waarin het chroom onvoldoende is gefixeerd, dan kan die stof vrijkomen.

Maar leren broeken, nee, daarvan merken de dermatologen weinig. Kleren zijn doorgaans gevoerd, het leer zit niet direct op de huid, er zit altijd wel een laagje lucht of stof tussen vel en leer. Echt warm wordt het alleen aan de binnenkant van het dijbeen, en dat is dan ook de plaats waar in de sporadisch voorkomende gevallen irritatie voorkomt.

Mensen met een contactallergie voor schoenen kunnen beter geen leren kleding dragen, stelt Van Ginkel nuchter. En het lijkt hem onverstandig ongevoerd leer op de blote huid te dragen, gelet op de zware metalen en wie weet ook kankerverwekkende verfstoffen.

Als je maar niet als alternatief latex nepleer aantrekt om dezelfde sexy look te verkrijgen, waarschuwt de dermatoloog. Want daarvan krijgen mensen eczeem - daarbij vergeleken is de zeldzame leerallergie een flauw probleempje.

Mieke Zijlmans

mailIcon print |