Twee jaar is het stil geweest rond het Groningse literaire tijdschrift Schrijver & Caravan. In de korte tijd van zijn bestaan wist dit blad veel schrijvers naar zich toe te trekken door het honorarium in 'nachten caravan' uit te betalen....
Aan deze regeling kwam een vroegtijdig einde, maar naar nu blijkt heeft een nieuwe (Amsterdamse) redactie in februari van dit jaar voor een symbolische gulden zowel de caravan als het tijdschrift gekocht. Een goed plan, alleen ging een dag later de caravan in vlammen op. De redactie besloot desondanks met het tijdschrift door te gaan, alleen zullen de schrijvers die aan dit 'dubbeldikke nazomernummer' meewerkten even moeten wachten op hun 'nachten nieuwe caravan'.
De oude Schrijver & Caravan-norm 'bijdragen dienen te handelen over caravans, of geschikt te zijn om in een caravan te worden voorgelezen' lijkt de nieuwe redactie gelukkig ruimer te interpreteren en ook het verdwijnen van de nogal flauwe rubriek 'caravanmensen' (zij die zich bezighouden met 'goed literair kamperen voor weinig') komt het blad ten goede.
In feite hebben de verhalen en gedichten van dit 'literaire leesblad' weinig van doen met campings of caravans. Of het moet het aardse karakter van deze literatuur zijn want volgens de redactie is de inhoud 'niet aan zoekers naar het Hoge en het Ware besteed, hoewel er veel hoogs en waars in voorkomt'.
De korte verhalen van Arie Storm, Marcel Maassen en Chris Junge doen nog het meest denken aan het vroegere Schrijver & Caravan. Zij zoeken hun tamelijk fantasieloze weg in drank, seks en verveling, al is geen van hen zo saai als Ronald Giphart die in een tien jaar oud verhaal vruchteloos poogt grappig verslag te doen van een ontmaagding op het strand van Curaçao.
Wel grappig is een verhaal van Ron de Zeeuw, Tunnel Consultancy, over de vroegere burgemeester van Amsterdam, Van Hall, die volgens De Zeeuw last had van losse handen. Van Hall krijgt in de gedaante van een bouwkundig ingenieur de duivel op bezoek. Deze biedt hem een IJtunnel en een Bijlmermeer aan, alleen zal er een dwarsliggende minister overtuigd moeten worden. Van Hall probeert dat op de hem bekende wijze: 'Dan doen we het anders. Ik timmer je in elkaar.'
Nieuw in Schrijver & Caravan zijn de vertalingen. Van Charles Bukowski werden vier gedichten vertaald door Adriaan Jaeggi en van de recent weer in de belangstelling staande Amerikaanse schrijver John Fante twee brieven door Dirk-Jan Arensman.
In de eerste brief schrijft een 23-jarige Fante enthousiast aan zijn moeder 'Volgende week word ik besneden'. De tweede brief is zeven jaar later geschreven en hierin geeft Fante een voorproef van een verhaal met als titel 'Ach, arm Amerika'. Zolang er van dit verhaal nog geen volledige vertaling is, zijn deze drie pagina's reden genoeg om dit nummer van Schrijver & Caravan aan te schaffen.
Het verhaal gaat over een Italiaan met 'bruine vingers die eruit zagen alsof ze verscheidene malen gebroken waren geweest'. Het blijkt de vader van Fante te zijn, op reis naar Amerika waar grootvader Fante een fortuin zou hebben gemaakt. Anders dan verwacht treft hij de grootvader als dronkenlap 'in een bar in Noord Denver, waar de eerste woorden die zijn vader - nadat ze elkaar zes jaar niet hadden gezien- tot zijn zoon sprak, waren: ''Leen me een dollar, mijn zoon.'''
Peter Swanborn
Schrijver & Caravan, Uitgeverij Passage, Groningen, jaargang 3, nummer 5, augustus 1998, * 14,95
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.