INEENS IS het er. Het boek waarin het allemaal is vastgelegd. Wie wij zijn en hoe dat zo gekomen is....
Robert Anker schreef Vrouwenzand, dit uit de lucht vallende 'generatieboek' - en niets wees erop dat híj het zou zijn. De afgelopen twintig jaar manifesteerde Anker zich als dichter, criticus en essayist, en de laatste jaren ook als schrijver van beweeglijke, beeldende stadsverhalen. Maar dat hij zich zou wagen aan zo'n grote greep op de recente geschiedenis, is ronduit verrassend. Vrouwenzand is een fictieve autobiografie, waarin alle kenmerken van een generatie en alle beslissende gebeurtenissen van een halve eeuw zijn samengebald. Het levensverhaal van Paul Masereeuw, in 1948 geboren in Zeeland, scholier, corpsbal, marxist, kraker, sociaal bewogen jurist en ten slotte 'advocaat van kwaaie zaken', is tegelijk particulier en prototypisch. En het is een magistrale roman geworden.
Vrouwenzand heeft een voorganger, een 'generatiegeschiedenis, die er op het eerste gezicht veel overeenkomst mee vertoont. Ook De tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden, het nog niet afgeronde vierdelige, zesbandige epos van de antiheld Albert Egberts, gaat over 'ons' en schetst een tijdsbeeld. Net als Albert is Paul een katholiek jongetje, kort na de oorlog geboren in een eenvoudig gezin in de provincie. Ook hij is de eerste in zijn familie die mag studeren, en ook hij valt ten prooi aan de gevaren van de grote stad: drugs, geweld, misdaad. Beiden klampen zich vast aan hun geschonden kern - het verbeeldingsrijke, talentvolle kind dat zij waren - en beiden blijken, eenmaal volwassen, niet in staat iemand te worden.
Zelfs aan de oppervlakte van het verhaal zijn er gelijkenissen. Ook Paul heeft twee jeugdvrienden met wie het slecht afloopt. Van der Heijdens tweede personage Ernst Quispel is eveneens een dubieus afglijdende advocaat, en in beide romans spelen de kraakbeweging en de kronings- en ontruimingsrellen in Amsterdam een grote rol.
Toch is Vrouwenzand een volstrekt ander boek geworden. Allereerst staat deze roman verder af van de biografie van de maker dan De tandeloze tijd. Bovendien heeft Anker, anders dan Van der Heijden, minder de neiging om alles in een hecht thematisch verband onder te brengen. Albert Egberts is geen schrijver, Paul Masereeuw wil er een worden. Hij is een drieste beginneling die stoer in een voetnoot meldt dat hij 'zijn uitgever' zal vragen om een bijgevoegd cd'tje, waarop hij alle door hem beschreven talen, dialecten en jargons (het Italiaans van zijn moeder en oma, het Zeeuws, het plat Amsterdams, de Limburgs-marxistische tongval, het krakersgedram en het corps-gebral) ten gehore brengt, 'combinatie mogelijk met een geurenkaartje'.
Anker laat zijn roman dus vertellen door een geniale kletsmajoor, een luidruchtige melancholicus, kampioen associatief denken. Een thema heeft die schrijver wel, of liever een obsessie. 'Kan iemand van jullie mij zeggen wie ik ben, wat mijn i-den-ti-teit is? Mon cul', vraagt een van Pauls vrienden. Nee, dat kan niemand zeggen en die mond vol tanden, daar draait alles om.
Paul is het product van de razendsnel wisselende identiteiten waarin hij zich hulde. Hij zoekt telkens wanhopig een 'verbond', maar ieder verbond verbrokkelt op den duur. De corpsballen blijken halve fascisten, de opperkrakers en de KEN-marxisten op hun geheel eigen wijze eveneens. Kunstenaars verzanden in zweverige filosofietjes en gaan aan de coke. Ook aardige criminelen, wier zaken Paul behartigt, blijken moordenaars. Vrouwen zijn onbereikbaar 'anders': te hoogstaand, of alleen voor de seks. Paul bestaat slechts bij de gratie van het milieu dat hem een tijdje opneemt. De sociëteit, een warm gelambrizeerde baarmoeder met clubfauteuils, alleen bevolkt door mannen, is zijn opperste geluksbeeld. Hardnekkig op zoek naar geluk ontspoort hij. Hij valt door onvoorzichtigheid in handen van een internationaal misdaadsyndicaat.
Als dan ook nog, mede door zijn ranzige praktijken, de twee vrienden die hem hebben gevormd - de rijkeluiszoon en kunstenaar John en de steil rechtzinnige, ex-gereformeerde advocaat Herman - op gruwelijke wijze zijn gestorven, en zijn grote liefde, zijn twintig jaar jongere nichtje Anna - kruising tussen zijn moeder en zijn jeugdliefde - hem niet wil, is hij niemand meer. Hij moet zichzelf opdreggen uit zijn herinneringen, een identiteit rijgen uit de rondspringende kralen die ooit een chronologisch geordend snoer vormden. Hij schrijft zich een aannemelijk 'ik' bij elkaar, waarmee hij de tweede helft van zijn nu geruïneerde leven moet doorkomen.
Door de keuze voor zo'n welbespraakte, maar psychisch desintegrerende verteller is deze roman uiterst losjes gestructureerd. Grofweg zijn er twee verhaallijnen: die van het heden, halverwege de jaren negentig, als Paul naar Venetië is gevlucht waar hij besluit zijn levensverhaal op te schrijven. Terug in Amsterdam gaat de misdaadroman waarin hij is verzeild, op volle kracht verder. De tweede verhaallijn is de tocht naar het verleden: van het milieu van de drugsbaronnen en de corrupte politie en justitie, via studenten- en krakerstijd terug naar de zoete bron, de paradijselijke jeugd in het Zeeuwse vissersplaatsje Vrouwenzand. De eerste dertien jaar bracht hij door onder de rokken van zijn lieflijke, operaminnende Italiaanse moeder - toen stierf zij en haar aanbiddelijke Paolo raakte op drift.
Maar de rechte chronologische lijnen worden met het grootste gemak verlaten. Dat geeft deze roman iets dartels en bevrijdends: we waaieren alle kanten uit, stappen tijdperken in en uit, met steeds weer andere cafés of vergadertafels, en altijd de oeverloze monologen van mensen die hun waarheid gevonden denken te hebben.
De ijverige Marcuse- en Adorno-vlooiers uit de jaren zestig; de gedemocratiseerde studenten uit de jaren zeventig, die elkaar zonder iets uit te voeren een 'groepscijfer' 7 toeschoven; de strijders voor 'betaalbaar wonen' in de Staatsliedenbuurt, die zich ontpopten als terroristen; de ooit voor de verworpenen vechtende advocaat Masereeuw, die (een decennium later op weg naar zijn woning in Oud-Zuid) vloekt op de allochtonen die zijn stad bevuilen; de piepjonge computerkunstenares voor wie kunst niets anders is dan spel, camp en lifestyle - allemaal staan ze genadeloos geportretteerd. Zo waren ze, zo dachten ze en zo, ja precies zo spraken ze. En wat ging het allemaal weer snel voorbij.
Die enorme sociologische en stilistische rijkdom alleen al maakt het een genot om het Vrouwenzand te lezen. Anker is een meester in het terughalen van spreekstijlen en denkclichés, behorend bij al die kort vigerende ideologietjes; hij heeft er een soort absoluut gehoor voor. Maar er zijn ook overeenkomsten tussen al die opgewonden schreeuwers. Nu eens horen we opperkraker Henk op zijn fort Kostverloren brullen: 'Daar houwen we hier niet van, ja'; enkele pagina's later horen we dezelfde zin uit de mond van een dronken corpsbal tegen een foet en weer drie hoofdstukken verder snerpt een majoor het tegen dienstplichtigen, of een enge gymnastiekleraar tegen een houterig kind. Grapjes van de schrijver: het gezag, steeds anders vermomd, spreekt altijd dezelfde taal.
Vrouwenzand is echter meer dan een vuistdikke huls voor virtuoze stijlsalvo's en scherpe sociologische analyses. Die herkenbaarheid is prachtig en hilarisch, en zelden is een halve eeuw vooruitstrevendheid zo scherp verwoord, maar die voorbeeldige geschiedschrijving maakt nog geen roman. Anker is erin geslaagd bij monde van zijn Masereeuw het verlies van deze generatie voelbaar te maken. Een generatie van zondagskinderen die veel overhoop hebben gehaald en, laten we wel wezen, de samenleving ingrijpend hebben veranderd. Maar ook een groep die ergens naast greep: geen liefde bleek bestendig, geen ideaal duurzaam, geen plek op de wereld de hunne. Geslaagde mensen die niet langer thuishoren in hun gemeenschap van vroeger, waarin alles vanzelfsprekend reilde en zeilde - en daar wanhopig naar terugverlangen. Anker geeft die hunkering een gezicht in de persoon van de ontwrichte verteller. En het lukt hem bij alle schijnbare losheid van die schrijvende amateur, zijn eigen roman strak in de hand te houden. Zo schreef hij fictie die waarheid onthult; een bewonderenswaardige prestatie.
Aleid Truijens
Robert Anker: Vrouwenzand.
Querido; 566 pagina's; * 49,90.
ISBN 90 214 5097 6.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.