*

 
dossier

Archief

Palestijnse staat komt er ook als Israël het niet wil

ABBA EBAN − 26/07/96, 00:00

ALS Israël zich weer eens geroepen voelt om een welwillend gebaar te maken, kan het dat wellicht het beste doen door in te stemmen met een Palestijnse staat - want die komt er hoe dan ook....

De eerste staatsman die dit inzag, was Henry Kissinger. Die wist ook dat op het moment dat die Palestijnse staat er zou zijn, alle belangrijke historici Menachem Begin zouden beschouwen als de grondlegger.

Veertien jaar geleden schreef Kissinger in The Economist: 'Paradoxaal genoeg - want geheel in tegenspraak met haar beleid en ideologie - kwam het voorstel van de regering-Begin in feite neer op iets dat door alle andere naties ongetwijfeld beschouwd zou worden als een staat in wording. ( . . .)

'Als er eenmaal een vorm van gekozen zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever is, zal er in het gebied waar dat zelfbestuur van kracht is sprake zijn van een onomkeerbaar politiek feit. Hoe beperkt dit gezag ook zal zijn, het zal zich weldra ontpoppen als de kern van een Palestijnse staat, waarin de PLO het voor het zeggen zal hebben.'

Deze voorspelling was gebaseerd op de afspraak tussen Begin en de Egyptische president Anwar Sadat in het kader van de Camp David-akkoorden van 1979, die onder meer voorzagen in vervanging van het Israëlische militaire en burgerlijke bestuur door een gekozen 'Palestijnse Autoriteit' en een Palestijnse politiemacht. Degenen die een vacuüm creëren, doen dit niet zonder te weten hoe zo'n vacuüm zich gewoonlijk opvult.

Kissinger denkt er nog steeds hetzelfde over. Op 2 juli van dit jaar schreef hij: 'Vroeg of laat zal het zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever alle kenmerken krijgen van een echte staat. Wat de officiële status van de Palestijnse entiteit ook moge zijn, de rest van de wereld zal deze beschouwen als soeverein.'

Hier is geen speld tussen te krijgen. Kissingers analyse berust op een juist inzicht in de processen die leiden tot de vorming van staten. Zo heeft een volk dat streeft naar een eigen staat geen toestemming nodig van zijn vroegere overheerser.

De staat Israël is tot stand gekomen nadat eenzijdig de onafhankelijkheid werd uitgeroepen, zonder overleg met de Britten. Wel was het voor ons van belang dat de Verenigde Staten onze staat zouden erkennen. Ik was degene die in die tijd president Chaim Weizmann kon meedelen dat een verzoek om erkenning door president Truman zou worden gehonoreerd.

De erkenning door de Sovjet-Unie was een niet onbelangrijk extraatje op die zo beslissende middag van 14 mei 1948. Een Britse erkenning zou heel welkom zijn geweest, maar we streefden er niet naar.

De Amerikaanse kolonisten hadden George III niet van tevoren gevraagd wat hij ervan zou vinden als ze de onafhankelijkheid zouden uitroepen. Het was duidelijk dat hij daar niets van moest weten, maar dit weerhield de Founding Fathers er niet van om te verklaren dat hun besluit was genomen uit eerbied voor de mening van de wereld.

Waar het in dergelijke gevallen op aankomt, is het vooruitzicht op internationale erkenning. Kissinger is ervan overtuigd dat op Israël na alle landen de Palestijnse staat zullen erkennen op het moment dat die wordt uitgeroepen met de instemming van 'de rest van de wereld'.

De onvolprezen Talleyrand heeft verstandig staatsmanschap ooit eens gedefinieerd als 'samenwerken met het onvermijdelijke'. Als een Palestijnse staat inderdaad onvermijdelijk is, zoals Kissinger stelt, zou Israël er dus verstandig aan doen om actief mee te werken aan de vorming ervan. Op die manier kan het ervoor zorgen dat de eigen veiligheid niet wordt bedreigd, en zelfs wordt vergroot. Het enorme machtsoverwicht van Israël ten aanzien van de autonome Palestijnse gebieden is in dat geval de beste garantie voor een duurzame vrede tussen de twee landen.

Wat daar ook aan zou kunnen bijdragen, is een unieverdrag tussen Jordanië, Israël en de Palestijnse staat. In mijn rede voor de Raad van Europa in 1967 en tijdens de Geneefse Conferentie in 1973 heb ik in dit verband verwezen naar het voorbeeld van de Benelux.

In Genève formuleerde ik het aldus: 'De allerbeste garantie voor een duurzame vrede wordt verkregen als de betrokken landen ervoor zorgen dat ze zoveel mogelijk gemeenschappelijke belangen hebben. Dat wil zeggen dat er zo'n grote mate van vervlochtenheid ontstaat, dat er zoveel contacten zijn op zoveel terreinen, en dat de betrekkingen zoveel wederzijds voordeel opleveren, dat de gedachte aan oorlog volslagen belachelijk wordt.'

OP DIT moment bestaat de Europese Unie uit vijftien staten die hun eigen soevereiniteit hebben behouden, maar die tegelijkertijd op een flink aantal terreinen collectieve afspraken hebben gemaakt. Israël, Jordanië en de toekomstige Palestijnse staat zijn geografisch zo met elkaar verweven, dat een federatief verband zeer voor de hand ligt.

Premier Netanyahu heeft er gelukkig blijk van gegeven niets meer te zien in zoiets onzinnigs als hafrada (scheiding), en hij zou er goed aan doen nieuwe impulsen te geven aan het denken over structurele samenwerkingsverbanden tussen de drie naties in het vroegere Britse mandaatgebied in het Midden-Oosten.

Voorlopig heb ik geen reden om aan te nemen dat hij daar niet mee bezig is, al mag het tamelijk absurd heten dat hij vijf weken na de verkiezingen nog geen persoonlijke ontmoeting met Yasser Arafat heeft gehad.

Abba Eban

De auteur is oud-minister van Buitenlandse Zaken van Israël.

Los Angeles Times Syndicate.

Vertaling: Brigit Kooijman.

mailIcon print |