*

 
dossier

Archief

Hoe ver mag rampjournalist gaan om nieuws te brengen?

Door: redactie − 20/07/96, 00:00

Het tragische ongeluk in Eindhoven leidde tot een nieuw dieptepunt in de traditie van het rampjournalisme. Het feitenlijke nieuws was dat er een vliegtuig was verongelukt, dat ruim dertig jonge mensen waren omgekomen en dat men over de oorzaak nog niets wist....

Talloze journalisten worden naar het gebied gestuurd en iedereen die er ook maar iets mee te maken heeft wordt onderworpen aan de sensatiezucht van de verslaggevers van 'kwaliteitsprogramma's' als het Radio 1-journaal of Nova.

Een ooggetuige wordt gevraagd of hij 'ook niet vond dat de brandweer wel erg lang had moeten wachten voor dat hek dat misschien (!) wel op slot was' en of hij 'ook niet gezien had dat het vliegtuig vlak voor de landing toch wel een vreemde manoeuvre had uitgevoerd.' De antwoorden komen niet veel verder dan: 'Ja, eh. . . nee, ik eh. . .', maar de journalist heeft al geen tijd meer.

We gaan over naar de kazerne van de omgekomen soldaten/musici. Een journalist heeft de kantinebaas te pakken. De man wordt op een bepaald moment overmand door emoties. Hij probeert zich even af te wenden, maar de camera geeft hem geen kans. Genadeloos en zonder enig respect voor het verdriet van de man, wordt hij in beeld gehouden. Als hij weg probeert te lopen, gaat de camera mee.

Ik kijk en voel mijn tenen krommen. Is dit nieuwsverslaggeving? Of is dit gewoon platte emotie-tv?

Dan gloort er hoop. Ik hoor op de radio een aankondiging dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten ervoor heeft gepleit om in rampenplannen voortaan een mediaparagraaf op te nemen. 'Heel goed', denk ik, 'een zelfregulerende gedragscode, met als doel dit soort excessen voortaan te voorkomen.'

Maar wat blijkt? De journalisten vonden dat ze in Eindhoven teveel gehinderd waren in de uitoefening van hun edele beroep. Toen zakte mijn broek spontaan af. Dit is niet èrg meer, dit is een ramp!

OPHEMERT Maarten Versteegh

Verkeerde beelden

Het was een ware schande zoals het nieuws van maandagavond verslag deed van de vliegramp. Stotterende nieuwslezers, verkeerde beelden, géén beelden, een live-journalist die te horen is op de achtergrond met de alleszeggende woorden: 'Ik hoor niks. . . .ik hoor niks.'

Laten de media zichzelf regels stellen en zich beseffen dat goede verslaglegging veel belangrijker is dan de 'o zo' snelle verslaglegging. Ellendige situaties worden slechts gevoed door speculaties, en speculaties ontstaan door onvolledige en/of verkeerde informatie.

DEN HAAG M.L.G.H. de Jonge

Uitverkorenen

Het commentaar van Volkskrant-redacteur Sander van Walsum op de 'rampjournalisten' (Forum, 18 juli) is mij uit het hart gegrepen.

Het is toch van de zotte, dat journalisten menen dat zij de uitverkorenen zijn en het recht hebben om als eerste de plaats te aanschouwen waar 32 mensen sterven?

Wat deze journalisten te berde brachten was bovendien van buitengewoon laag allooi. Zo bestond het een verslaggeefster op Radio 1 om de leider van het traumateam op strenge en verwijtende toon te ondervragen en min of meer de suggestie te wekken dat deze arts eigenlijk volkomen ten onrechte zich aan de poort van het vliegveld had gemeld, want hij had immers toch niets meer gedaan.

Dergelijke zogenaamde kritische journalistiek is op dat moment volkomen misplaatst. En op al die reality-journalistiek zit volgens mij niemand te wachten.

GELDROP F. Hessels

Voyeurisme

Van Walsum levert een opvallende bijdrage aan de discussie over het gedrag van de pers tijdens calamiteiten, door te pleiten voor verregaande terughoudend door de visuele pers. Hij zegt voorlopig tevreden te zijn met mededeling dat er een ramp met een vliegtuig is gebeurd en dat er 32 slachtoffers zijn.

Wij hebben bij RTL Nieuws geprobeerd wat ook de schrijvende pers heeft gedaan en dat is verslag doen van alle ins en outs van de ramp. Het grote verschil is dat ik bewegend beeld van de gebeurtenissen nodig heb om mijn verhaal te kunnen vertellen.

Ook ik ben niet blij met programma's als 06-11 die de neiging hebben ongelukken van zeer nabij, om niet te zeggen ranzig, in beeld te brengen. Maar ik pas ervoor de dupe te worden van dit soort excessen en en passant beschuldigd worden van vergaand voyeurisme. Ik wil gewoon mijn werk kunnen doen.

Paniek en chaos zullen altijd blijven bestaan rondom rampen. Pleidooien voor het in de rampenplannen opnemen van persregelingen bezie ik met de nodige argwaan. Het kan ontaarden in het nog verder dichttimmeren van situaties dan autoriteiten nu al proberen te doen.

Wat misschien wel nodig is, is nadere instructie van de politie, zodat voorkomen wordt dat zo maar een agent besluit 'dat de pers hier weggaat'. Voortdurende discussie tussen pers en politie kan aan dat onderlinge begrip bijdragen.

HILVERSUM Marcel Gelauff

eindredacteur RTL Nieuws

Legale foto

Maandagavond, kwart voor zeven gaat de telefoon. In Eindhoven is een vliegtuig gecrasht. Of ik erheen kan. Foto's maken.

Als ik daar aankom is de inrit naar het burgergedeelte van het vliegveld geblokkeerd door de politie. Dan maar linksom. Alle zijpaden naar het hek zijn geblokkeerd. De pers mag er niet heen.

Ik besluit door de mais- en bietenvelden te gaan tijgeren. Langs de landingsbaan loopt een weggetje, parallel langs het hek. Daar komt een politiewagen. 'Mijnheer, u mag hier niet komen.' Ik wel, ik heb een politieperskaart. 'Nee mijnheer, deze weg is nu militair terrein geworden.' Gelukkig komt de politiesurveillante mij niet achterna.

Meer militairen. Als ik nou eens in een boom klim. Na enkele duizelingwekkende capriolen hang ik boven in een boomkruin om zo'n beetje de enige legale foto te maken die te maken valt. Deze afzetting was voor het publiek wel gerechtvaardigd, maar niet voor mensen in bezit van een Landelijke Politieperskaart.

Om tien uur 's avonds heb ik mijn foto; twee uur te laat. De ochtendkranten kan ik wel vergeten. Dit kost me geld. Door de autoriteiten ben ik expres in mijn belangen geschaad.

Wat zijn nu de argumenten van degene die het bevel gaf ons te weren? Militair grondgebied? Piëteit? Daar zegt de grondwet niets over. Hooguit mijn eindredacteur en die plaatst hele smerige foto's toch niet. Persvrijheid? Daar stond wel iets over in de grondwet.

Moraal van het verhaal: autoriteiten, zorg voor media-opvang. Door de juiste inzet van snel ter plaatse zijnde persvoorlichters heb je van de pers geen zorgen meer en geen negatieve publiciteit, althans niet over de gekregen medewerking.

VLAARDINGEN Roel Dijkstra

Noeste handwerk

Rampjournalist of ramptoerist; ik heb het idee dat er voor Van Walsum nauwelijks onderscheid bestaat.

Drie dagen heb ik als fotojournalist verslag proberen te doen van een vreselijk ongeluk, en dan wordt je uitgemaakt voor sensatiebelust gajes. Het commentaar van Van Walsum is koren op de molen van de nieuwsconsument die zappend van het ene medium naar het andere om maar niets te missen, neerkijkt op de opdringerige nieuwshonden die het de autoriteiten onmogelijk maken hun werk te doen.

Van Walsum werkt voor een medium dat de wereld bij de mensen op de ontbijttafel brengt. Om dat te doen staan mensen overal ter wereld dagelijks in het bluswater, of het bloed, of tussen lijken. Als het noeste handwerk binnen het directe gezichtsveld van de Wibautstraat komt, wil Van Walsum ineens zijn handen in onschuld wassen. Met doden uit Verweggistan heeft hij geen moeite, over een ramp in eigen land moet met kiese distantie bericht worden, als dat de overheid van pas komt eventueel een dag later.

Defensie maakte maandagavond op de vliegbasis Eindhoven de indruk volstrekt overrompeld te zijn door de reactie van de media. Tot half negen, twee en een half uur na de crash, heerste van die zijde een volstrekt stilzwijgen. Toen pas kwam er duidelijkheid over het aantal slachtoffers en hun nationaliteit. Weer twee uur radio-stilte, gevolgd door een persconferentie van de staatssecretaris om half elf. Geen situatieschets, geen uitleg.

Defensie en Van Walsum veronachtzamen de eigen verantwoordelijkheid van de pers. Een verslaggever moet om het 'wat' en 'waarom' te achterhalen vaak lastige vragen stellen, of op plaatsen komen waar hij eigenlijk niet mag zijn.

Fotojournalisten kunnen niet een dagje later achter de feiten aanbellen. Wij moeten er gewoon zijn als het gebeurt. We waren er, maar we mochten ons werk niet doen.

Van Walsum's commentaar wordt ingegeven door een afkeer van emotiezuigerij, de 'wat ging er door u heen'-journalistiek, die met de komst van reality-tv in een stroomversnelling is geraakt. Daarin schuilt voor de journalistiek een groot gevaar.

Integere journalisten dreigen op een hoop geveegd te worden met hitsige types die calamiteiten zien als een gelegenheid om lekkere televisie te maken. Worden de journalisten straks geweerd, omdat zogenaamde collega's the public's right to know uitrekken tot het recht op toegang tot iemands diepste zieleroerselen?

'Nederland treurt', zei minister-president Kok. In de totstandkoming van die nationale rouw spelen de media een belangrijke rol. Wij spinnen de draden die de global, of in dit geval national village bij elkaar brengen.

Die draden moeten niet doorgesneden worden wanneer er in het dorp iets vreselijks gebeurt. Alleen het gevaar dat lieden dat kwestbare web gaan exploiteren voor bedenkelijke doeleinden is al reden genoeg regelingen te ontwerpen en verantwoordelijkheden te definiëren.

DEN BOSCH Joep Lennarts

mailIcon print |