De organisatie Aida, die vervolgde kunstenaars wereldwijd steunt, organiseert in december het festival Irak, een cultuur in ballingschap. In Nederland zijn er de afgelopen drie jaar zo'n honderd gevluchte Iraakse kunstenaars bijgekomen....
De wereld kijkt weer naar Irak, en ziet het bekende beeld: Amerikaanse bommenwerpers, vluchtende Koerden, presidenten die hun spierballen laten zien. Landkaarten met vlaggetjes, breedtegraden en no fly-zones.
Intussen, in een rommelig, eenvoudig kantoor in een oud klaslokaal in de Amsterdamse Pijp, probeert Aida de Iraakse cultuur op de agenda te krijgen. Herman Divendal, coördinator van de organisatie die vervolgde kunstenaars wereldwijd steunt, werkt al anderhalf jaar aan het project Irak, een cultuur in ballingschap. Een festival met Iraakse muziek, film, theater, literatuur en beeldende kunst dat de hele maand december in Amsterdam wordt gehouden, onder meer in de Balie, de Veemvloer en de IJsbreker.
Iraakse cultuur? Noem één Iraakse beeldend kunstenaar. Zeker weten dat u het niet weet.
Níemand weet het, zegt Divendal. Wie hij ook belde of sprak de afgelopen tijd, op universiteiten of bij belangenorganisaties: geen mens kon hem iets te vertellen over bijvoorbeeld de Academie voor Schone Kunsten in Bagdad, waar generaties beeldend kunstenaars door befaamde, soms internationale docenten zijn opgeleid. Niemand wist hem te zeggen wélke Iraakse schrijvers hij moet lezen.
Terwijl die Iraakse cultuur veel dichter bij is dan menigeen denkt. Een groot aantal kunstenaars is sinds de gifgasaanvallen op de Koerden en de Golfoorlog het land ontvlucht. Alleen al in Nederland zijn er de afgelopen drie jaar zo'n honderd Iraakse kunstenaars bijgekomen.
'Je kunt rustig stellen dat het desastreus is wat er in Irak gebeurt', zegt Divendal, 'en niet alleen vanwege het voedseltekort. Na de Golfoorlog heeft Saddam grote schoonmaak gehouden; de onderdrukking en censuur zijn toegenomen. Kunstenaars die weigeren propaganda te maken, die geen portretten van Saddam of beelden van 'martelaren' willen vervaardigen, zien zich gedwongen te vluchten. Er is een hele bovenlaag van intellectuelen en kunstenaars verdwenen in de diaspora, waar ze terecht zijn gekomen in vluchtelingenprocedures en in feite óók monddood zijn.'
Het festival Irak, een cultuur in ballingschap biedt Iraakse kunstenaars in Nederland een podium. Aida speelt vooral een bemiddelende rol, zoals de organisatie ook deed bij eerdere projecten. De afgelopen jaren was Aida betrokken bij de oprichting van Press Now (een organisatie die de onafhankelijke media in ex-Joegoslavië steunt), nam zij het initiatief tot exposities van gevluchte kunstenaars in Nederland, en werd een uitwisselingsproject georganiseerd met asielkunstenaars en studenten van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht.
Opvallend is dat de aandacht steeds meer uitgaat naar gevluchte kunstenaars ín Nederland. Bij de oprichting in 1980 oriënteerde Aida zich alleen op kunstenaars in het buitenland die werden vervolgd voor het werk dat ze maken. Nu worden in het klaslokaal annex kantoor regelmatig 'asielkunstenaars' ontvangen uit vooral het voormalige Joegoslavië, Iran en Irak, met vragen over hun procedure, de juiste advocaat en expositiemogelijkheden in Nederland.
Het is een logische ontwikkeling, zegt Divendal. De afgelopen jaren hebben meer kunstenaars dan voorheen in de 'vrijhaven' Nederland asiel aangevraagd. Met de val van de muur zijn grenzen geslecht; de mogelijkheden om te vuchten zijn toegenomen. Daarbij komt dat kunstenaars die zich niet voor het ideologische karretje van hun regimes wilen laten spannen meer te vrezen hebben (Divendal: 'ze liquideren ze sneller') en daarom eerder en vaker vluchten dan vroeger.
Aida steunt deze 'asielkunstenaars' omdat ze in Nederland vaak net zo geïsoleerd zijn als thuis. Want dat een auteur hier kan schrijven wat hij wenst, wil nog niet zeggen dat hij zijn werk ook kan publiceren. Noch kan een beeldend kunstenaar meteen vrolijk aan de slag. Staatssecretaris Nuis mag in zijn dinsdag gepresenteerde Cultuurnota pleiten voor Nederland als bruisende 'internationale vrijhaven': voor gevluchte kunstenaars is de praktijk doorgaans dat ze in een asielzoekerscentrum in een afgelegen oord terecht komen, de eerste twee jaar officieel niet mogen werken, geen geld hebben om materiaal te kopen, en al spoedig tot over hun oren verwikkeld zijn in een gecompliceerde, vaak schimmige, langdurige asielprocedure waarvan de uitkomst zeer ongewis is.
Justitie vindt vervolging op grond van werk alleen namelijk nog geen reden voor een A-status. Op het ministerie zeggen ze: het is echt heel jammer dat u niet kunt zeggen en maken wat u wilt, maar dan moet u maar een ander beroep zoeken. Alleen wanneer een kunstenaar kan aantonen dat hij gegronde reden heeft te vrezen voor zijn leven, mag hij blijven - net als alle andere asielzoekers dus. Dat een regime zijn boeken boycot, zijn schilderijen vernietigt of zijn baan van de ene op de andere dag opheft, is geen reden.
Divendal: 'Ik ken het verhaal van een Algerijnse Raï-muzikant die van Justitie letterlijk te horen kreeg: ''Wij weten dat de situatie voor musici in Algerije levensbedreigend is, maar dat wil nog niet zeggen dat u persoonlijk bedreigd wordt. En als dat wel zo is, moet u maar een ander beroep gaan uitoefenen.'' Dat is toch ongelooflijk?'
Gevluchte kunstenaars komen dus meestal hoogstens in aanmerking voor een C-status (humanitaire gronden). Ook kunnen ze proberen een verblijfsvergunning te krijgen op grond van hun 'wezenlijk cultureel belang voor Nederland', een kwalificatie die het ministerie van OCW mag uitdelen en waarvoor de criteria nog altijd zeer vaag zijn.
Aida probeert al jaren opheldering te krijgen over deze procedure. Want wat te denken over bijvoorbeeld Ramaz Gojati, een Georgische kunstenaar met een 'enorme staat van dienst' die behoort tot de 'vaste stock' van het Schröder Instituut in Den Haag. Hij kon de gevraagde inkomstenverklaringen overleggen, was volgens Divendal een 'schoolvoorbeeld' van een kunstenaar die in aanmerking komt voor het predikaat 'van wezenlijk cultureel belang'. Toch kreeg hij van het ministerie van OCW een negatief advies. Het Schröder Instituut stond namelijk toevallig niet op de lijst van 'door de Raad voor Cultuur erkende' (lees gesubsidieerde) instellingen.
Divendal: 'Je kunt niet meer praten over willekeur, er is gewoon sprake van een niet willen. Omdat Justitie weigert te erkennen dat werk alleen voldoende reden kan zijn om serieus in de problemen te komen, legaliseren ze in feite censuur in een andere regio. Ik vind dat een blamage voor een land dat zelf vrijheid van meningsuiting voorstaat.
'En ik weet best dat Justitie bang is om een groep te bevoordelen, dat ze vrezen dat het met veel tam-tam de wereld rond gaat dat alle kunstenaars in Nederland welkom zijn, maar ik noem dat angsthazenpolitiek.'
Als gevolg van hun situatie nemen asielkunstenaars een dubbele positie in: ze zoeken erkenning als onafhankelijk kunstenaar, maar zijn tegelijkertijd vluchtelingen met een eigen, vaak traumatische geschiedenis, die steun nodig hebben. Dit levert tal van dilemma's en frustraties op, waar ook Aida niet omheen kan.
Neem het organiseren van een expositie van Iraakse kunstenaars. Aida maakt daarmee een gebaar naar de Iraakse vluchteling, maar moet er tegelijkertijd voor waken dat de expositie niet blijft steken in de goede bedoelingen: daar hebben de kunstenaars immers niks aan. Ze wilen wel serieus genomen worden, aan betutteling hebben ze geen boodschap. Divendal: 'Ze zijn al boos als we asielkunstenaars in het persbericht zetten.'
Dat betekent dat Aida kiest voor een professionele aanpak en niet zomaar 45 kunstenaars laat zien, met elk twee werken ('dat is alleen leuk voor mensen die van groentesoep houden'). Met hulp van Nederlandse en Iraakse experts heeft de organisatie een strenge selectie gemaakt, van gerenommeerde kunstenaars die vaak internationaal al tal van exposities hebben gehad. Goed voor de gekozen kunstenaars en het aanzien van de Iraakse kunst, jammer voor die vluchtelingen die deze keer geen kans krijgen werk te exposeren.
Hoewel de 'afgewezen kunstenaars' van Aida een andere mogelijkheid krijgen: die mogen met pen en inkt iets maken voor de catalogus. Maar juist dát ruikt een aantal kunstenaars nu weer te veel naar goede bedoelingen.
De Iraakse kunstenaars hebben hun eigen dillema's: als kunstenaar willen ze gráág werk laten zien, maar als bijvoorbeeld Koerdische vluchteling bekijken ze het project vol argwaan: welke Irakezen doen eraan mee, zijn er tegenstanders bij van de Koerdische zaak? Divendal: 'Je krijgt te maken met een wespennest van persoonlijke afwegingen. Je moet je voorstellen dat je in 1945 aan een Nederlander vraagt: waarom wil je niet met een Duitser exposeren?'
Bovendien kunnen veel kunstenaars zich niet voorstellen dat Aida werkelijk een onafhankelijke rol speelt. 'Je werkt met mensen die door hun ervaringen niet veel vertrouwen hebben in integriteit. Integendeel: juist de keuze om integer te zijn, om geen uitgesproken politiek standpunt in te nemen, maakt je per definitie verdacht', zegt Divendal.
Het enige antwoord dat hij heeft op dit wantrouwen is 'zelf integer te blijven'. En enthousiast. Hij doet dit werk al negen jaar, eerst als vrijwilliger, sinds twee jaar als enige - bescheiden - betaalde kracht van Aida. De organisatie bestaat dankzij tientallen vrijwilligers.
Het lijkt een gevecht tegen de bierkaai: kunstenaars ervan overtuigen dat er in Nederland mogelijkheden zijn, dat ze hun zelfrespect niet moeten verliezen, terwijl de situatie vaak uitzichtloos lijkt. Of Nederlandse instellingen interesseren die het al druk genoeg hebben en zeggen: werk voor buitenlandse beeldende kunstenaars? Man, 70 procent van de Néderlandse beeldend kunstenaars moet al een beroep doen op de bijstand.
Het kan hem niet ontmoedigen. 'Ik blijf het contact met de kunstenaars inspirerend vinden. Er is zoveel wat je niet kent, niet weet. Het is een liefde, en wat is de liefde? Waarom ben je verliefd, waarom doet iemand je iets?'
En dus wordt de verkreukelde kopie van de kopie van het werk van de Iraakse kunstenaar Khalid Rasoul, sinds twee weken asielzoeker te Zeewolde, zorgvuldig in een map opgeborgen. Wie weet welke grote kunstenaar achter dit doorleefde stuk papier schuilgaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.