*

 
dossier

Archief

De Hollandse tuinman

KADER ABDOLAH − 27/08/96, 00:00

Het gedicht De tuinman en de dood is gemaakt door raadsel en leed...

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik

mijn woning in: 'Heer, één ogenblik'

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,

toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok en haastte mij langs de and're kant,

maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard en laat mij spoorslags gaan,

voor de avond nog bereik ik Ispahaan!

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)

heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

'Waarom', zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,

'hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'

Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't,

waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

toen ik 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,

die ik 's avonds halen moest in Ispahaan.'

Voor de dertiende keer hebben Hollanders dit gedicht onder mijn neus geduwd. 'Ken je dit?'

Dertien Hollanders die ik niet kende, op verschillende plekken, op verschillende tijden hebben dit gedicht in mijn handen gedrukt.

Waarom gaan ze in hun oude boeken naar dit gedicht zoeken?

Misschien omdat het over een Perzische edelman gaat. Maar niet alleen omdat het over een Pers gaat, maar omdat het ook over de dood gaat. Over de dood en de afstand. Verloren dood gaan in den vreemde.

Dat, dat geloof ik, is hun aandrang om het dichtwerk van de heer P. N. van Eyck (1887-1954) voor me te noteren. Ontroerend. Zo galopperend ontsnappen aan de dood en toch doodgaan in den vreemde.

Thematisch is dit gedicht geen Hollands werk. De gedachte die er achter zit, is Perzisch. Alleen iemand die Ispahaan kent en langs die oude graven heeft gewandeld, kan zo'n dood verzinnen. Ik heb een gedicht met hetzelfde voorval eerder in het Perzisch gelezen. Deze dood hoort bij het genre dood in de oude Perzische poëzie. Maar wat de heer P. N. van Eyck heeft gemaakt smaakt anders. Je proeft Hollands verdriet.

De opbouw van de dood komt er met Hollandse woorden steviger uit. Wat maakt die Hollandse versie zo bitter? Waarom is dit dichtwerk gewichtiger dan de oorspronkelijke Perzische versie? Ik verdiep me in Herwaarts van de heer P. N. van Eyck.

De bouwstenen van dit dichtwerk zijn louter Perzisch. De rozenhof. Ispahaan. Cederpark. De avond en zelfs de Dood.

Deze Dood is met een bagage van humor overal aanwezig in onze oude literatuur. Hij is niet geschapen door God, maar Hafez, de meester, heeft hem met zijn eigen handen gemaakt. Er is een aspect dat een extra dimensie aan de Hollandse versie geeft. De afstand. Een magische afstand die niet Hafez, maar slechts de heer P. N. van Eyck zou kunnen scheppen.

De gebeurtenis vindt plaats in een Perzische tuin. De tuinman neemt het paard en vlucht terstond naar Ispahaan. Als hij van Amsterdam naar Groningen was gevlucht, was het gedicht niet ontroerend. Als hij van Teheran naar Ispahaan was gevlucht, was het ook weer niets.

Van welke plaats vlucht dus de tuinman spoorslags naar Ispahaan?

Van hier. Van Nederland. Door die onbekende route naar Ispahaan blaast de heer P. N. van Eyck magie in zijn gedicht. Voor de avond valt komt de tuinman galopperend Ispahaan binnen. Een graf wacht op hem en de muezzin op het dak van de eeuwenoude moskee roept: 'Allaho Akbar'

Kader Abdolah

mailIcon print |