*

 
dossier

Archief

Oppositie in Tsjetsjenië verbijsterd over optreden Russen

BERT LANTING − 21/01/95, 00:00

'De Reichstag is gevallen. Het presientieel paleis in Grozny is in onze handen.' De functionarissen van de door Moskou gesteunde Tsjetsjeense oppositie zijn uitgelaten....

Van onze correspondent

Bert Lanting

TOLSTOJ-JOERT

Ze is juist uit Grozny aangekomen met een groepje andere vluchtelingen die aan de kant van de oppositie tegen de Tsjetsjeense president Doedajev staan. Het enige dat ze nog bezit zijn de kleren die ze aanheeft. Een paar dagen geleden is haar flat vlak bij het Minoetka-plein door een bom verwoest terwijl ze in de kelder zat. Daarop besloot ze dat het geen zin meer had in de kelder op het einde van de oorlog te wachten. 'Er staat daar geen huis meer overeind, onze hele buurt is verwoest.'

Het hoofdkwartier van de oppositie in Tolstoj-Joert, dat vlak achter het front bij Grozny ligt, puilt uit van de vluchtelingen. In de voormalige bioscoopzaal hangen zeker tweehonderd mensen rond op de kale bedden - matrassen en dekens zijn er niet - die de oppositie bij elkaar heeft weten te sprokkelen. Het is ijskoud in de zaal: de gasleiding naar het dorp is door een Russische granaat getroffen.

'We dachten dat de Russen zouden komen om Doedajev te verjagen, maar het blijkt nu dat zij gekomen zijn om ons volk en onze cultuur te vernietigen', zegt Zoelaj Chasboelatova bitter. Ze is de zus van de voormalige Russische parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov, die tot voor kort een van de leiders van de Tsjetsjeense oppositie was, maar zich na de Russiche invasie in december in Moskou heeft teruggetrokken. 'Wij willen bij Rusland horen, maar wat is dit voor een Rusland. Wie gooit er nu bommen op zijn eigen huis?', zegt zij.

Volgens haar plunderen de Russische soldaten huizen en persen zij zelfs vluchtelingen af. Een groep van 101 mensen die hun toevlucht gezocht hadden in de kelder van het 'Huis van de Specialisten' in het centrum van Grozny, moest 3,5 miljoen roebel (vijftienhonderd gulden) aan een Russische soldaat betalen voordat zij het in brand geschoten gebouw mocht verlaten, vertelt zij.

De verbitterde stemming onder de mensen die toch de bondgenoten van Moskou zouden moeten zijn, voorspelt weinig goeds voor de plannen van de Russische regering na afloop van de Tsjetsjeense campagne door verkiezingen een nieuwe en, natuurlijk, pro-Russische regering aan de macht te brengen in de republiek.

De afkeer tegen de Russen wordt nog gevoed doordat de streek rond Tolstoj-Joert dat altijd een bolwerk van de oppositie is geweest, is veranderd in één grote militaire basis waarvandaan Grozny wordt bestookt. Overal zijn militaire kampementen en over de weg trekt de ene na de andere colonne langs richting Grozny. In een paar uur trekken zeker tweehonderd vrachtwagens met verse troepen, munitie en raketten voorbij.

Vlak buiten Tolstoj-Joert staan op de besneeuwde heuvels de artilleriebatterijen en Grad-raketten, waarmee de Russen dagelijks Grozny beschieten. De indrukwekkende wapens zwijgen nu, maar als die het vuur openen, staat het hele dorp op zijn grondvesten te schudden, vertellen de inwoners. Bij de huizen aan de rand van het dorp beginnen de muren al scheuren te vertonen.

Roeslan Labazanov, voormalig bajesklant, voormalig chef van Doedajevs lijfwacht en voormalig militair leider van de verenigde oppositie tegen Doedajev, zit ontspannen in de keuken van zijn tijdelijke onderkomen in Tolstoj-Joert. Voor de gelegenheid heeft hij zich in een gevechtstenue en kogelvrij vest gehesen en zijn geliefde wapens bij zich gestoken: een peperdure Amerikaanse colt, een stetsjkin en een makarov-pistool.

Voor de deur van zijn huis staan zwaarbewapende leden van zijn lijfwacht, 22 man bij elkaar, allemaal misdadigers die gezeten hebben. Waarom mogen zij hun wapens nog dragen, hoewel de Russen hebben gezegd dat zij alle illegale gewapende groeperingen in Tsjetsjenië zullen ontwapenen? Labazanov legt met een beminnelijke glimlach uit dat de Russen hem niet willen ontwapenen omdat zijn strijders aan hun kant meestrijden tegen Doedajev. 'Wij weten wie hun vijanden zijn. Wij kennen de mannen van Doedajev allemaal van gezicht. Daarom kunnen zij ons gebruiken.'

Als dank voor het inlichtingenwerk dat zijn mannen verrichten heeft de Russische geheime dienst FSK hem de rang van kolonel verleend en hem het recht gegeven er zijn eigen militie op na te houden, vertelt Labazanov.

Maar de Russische justitie maakte toch jacht op hem? Hij moet toch nog een straf uitzitten wegens moord? Labazanov schudt bedroefd het hoofd. 'Ik heb wel mensen gedood', geeft hij toe. 'Maar van het verhaal dat ik tien jaar wegens moord gekregen heb en vervolgens ontsnapt ben, klopt niets', zegt hij.

Hoewel zijn mannen met de Russen meevechten, is hij het 'niet helemaal' eens met de manier waarop de Russen de Tsjetsjenen op de knieën proberen te dwingen. 'De Russen bombarderen hele woonwijken plat. Dat is natuurlijk betreurenswaardig', zegt hij. 'Maar oorlog is oorlog.'

Met de andere leiders van de oppositie - Avtoerchanov en Gantemirov - wil hij niets meer te maken hebben. 'Het gaat hen er slechts om aan de macht te komen. Maar iedereen die via het bloed van het Tsjetsjeense volk aan de macht komt, is in de ogen van de Tsjetsjenen een vijand.'

Zelf streeft Labazanov - naar eigen zeggen - geen 'mooie functie' na. Het gaat hem er slechts om af te rekenen met Doedajev tegen wie hij bloedwraak gezworen heeft, nadat drie vrienden van hem door Doedajevs veiligheidsdienst waren vermoord en onthoofd. 'Geen enkele medestander van Doedajev zal er levend vanaf komen', waarschuwt hij.

mailIcon print | |