*

 
dossier

Archief

Liberale strijder tegen macht Khomeini en olieconcerns

21/01/95, 00:00

De natuurkundige Mehdi Bazargan werd directeur van de Iraanse oliemaatschappij, toen deze in 1952 werd genationaliseerd. Hij keerde zich tegen de sjah, verdween in de gevangenis en werd door ayatollah Khomeini als diens eerste premier aangezocht....

DE EERSTE Iraanse premier na de val van de sjah in 1979, Mehdi Bazargan, was een groot nationalist èn een vroom moslim. Het was deze combinatie die hem de speelruimte verschafte uit te groeien tot leider van de getolereerde oppositie in Iran, zelfs nadat de shi'itische geestelijkheid haar dictatuur had gevestigd.

Barzargan, die sinds december vorig jaar met hartproblemen kampte, stierf vrijdag in een Zwitsers ziekenhuis. Deze natuurkundige met een Franse graad in de thermodynamica werd in 1907 geboren in Tabriz. In de jaren vijftig raakte hij als hoogleraar en aanhanger van de nationalistische Iraanse premier Mossadeq bij de politiek betrokken.

Toen Mossadeq tegen de westerse wensen in de Anglo-Persian oliemaatschappij nationaliseerde, benoemde hij Bazargan tot directeur van de nieuwe Nationale Iraanse Oliemaatschappij. Deze baan was de politieke leerschool van Barzargan, die zich na de val van Mossadeq (in 1953) aansloot bij het oppositionele Nationaal Front. Het was een club nationalistische intellectuelen die een hekel hadden aan de sjah.

In 1961 richtte Bazargan zij eigen liberale partij op, de Vrijheidsbeweging van Iran (MLI). Het was een klein Front, maar het hield daarnaast ook de islam hoog. Bazargan moest voor zijn politiek activisme boeten met zes jaar gevangenisstraf. Zijn geloofsbrieven waren dan ook in orde toen ayatollah Khomeini in 1979 de macht overnam, temeer daar hij in de jaren zeventig het verzet van de linkse islamitische bewegingen tegen de sjah had gesteund.

Bazargan werd in februari 1979 tot premier benoemd door Khomeini, de leider van de islamitische revolutie. Hij behield de post gedurende negen turbulente maanden. Bazargan vormde een kabinet van liberalen en nationalisten, maar verloor allengs terrein aan een revolutionaire raad van radicale moslim-leiders.

Hij trad in november 1979 af, twee dagen nadat radicale studenten de Amerikaanse ambassade hadden bezet en er meer dan een jaar 52 gijzelaars zouden vasthouden. Bazargan zag zich opnieuw gedwongen de oppositierol op zich te nemen.

'Ik ben als een Volkswagen Kever die een heuvel probeert op te komen, terwijl ayatollah Khomeini als een bulldozer door de obstakels heenwalst', zei hij toen hij nog premier was.

Tijdens het tijdperk van de islamitische republiek zat Bazargan nog vier jaar met een kleine liberale fractie als enige oppositiepartij in het parlement, dat in 1980 bij de eerste verkiezingen onder Khomeini was gekozen. Bazargans Iraanse Vrijheidsbeweging is daarna buiten het parlement de enige getolereerde oppositiepartij in Iran gebleven, ondanks de repressie waarvan zij het slachtoffer was.

Bazargan werd door de radicale pers tot verrader bestempeld, toen hij kritiek uitte op de oorlog met Irak tussen 1980 en 1988. Hij publiceerde een boek waarin hij het machtsmonopolie van de geestelijkheid veroordeelde. Aanhangers van de regering vielen zeker drie keer leden van zijn partij aan.

In 1986 werden hij en enkele medewerkers korte tijd ontvoerd en mishandeld, nadat zij een nieuwe politieke beweging hadden opgericht. Maar Bazargan overleefde, waar andere opositieleiders tot ballingschap, gevangenschap of de dood werden veroordeeld. Volgens sommigen komt dat doordat Khomeini altijd een zekere eerbied voor hem heeft gehouden.

In 1990 werden negen medewerkers van Bazargan gearresteerd, onder wie zijn zoon Abdolali. Ze hadden met tachtig andere opposanten een open brief geschreven aan president Rafsanjani, waarin zij zich beklaagden over het gebrek aan individuele vrijheden. Twee jaar later werden ze vrijgelaten.

Bazargan, die meestal in westers pak gekleed ging en van informele omgangsvormen hield, bleef kritiek uitoefenen op de geestelijke leiders en kreeg het hard te verduren toen hij in 1992 zei dat de Iraniƫrs zich van de islam afwendden vanwege de ruwe wijze van optreden van hun revolutionaire leiders. De rol van zijn partij lijkt uitgespeeld.

mailIcon print | |