*

 
dossier

Archief

Woningnood doet pijn aan de onderkant

MARIEKE AARDEN; MIRJAM SCHOTTELNDREIER − 31/01/95, 00:00

Woningnood bestaat niet meer. Althans, volgens Heerma, de vorige staatssecretaris van Volkshuisvesting. Maar wie een betere woning wil, komt moeilijk weg en met een laag inkomen is het helemaal tobben....

'Er is wel sprake van een snel, dramatisch oplopend woningtekort, maar ik zou niet zo gauw over woningnood spreken. Dat klinkt me wat te demagogisch.' In zijn ruime kamer van het hoofdgebouw van de Nationale Woningraad (NWR) in Almere-Haven leunt directeur N. van Velzen achterover.

'Ik spreek pas over woningnood als er sprake is van een pijnlijk voelbaar tekort aan woonruimte in alle lagen van de samenleving en in alle delen van het land.'

Zo erg is het inderdaad niet. De meeste mensen zijn onderdak. Maar, ze willen ruimer, mooier en beter wonen. Vooral de mensen met kinderen verlangen naar een tuin in plaats van een balkon. Ze dromen van een ideale stad in het groen, heel iets anders dan de flatwijk in de naoorlogse uitbreidingswijk waar ze nu wonen.

Hele volksstammen hebben de overtocht gemaakt naar Almere, Zoetermeer, Houten of Nieuwegein. Toch lukt het niet iedereen om weg te komen. Nieuwe woonwijken komen maar moeizaam van de grond. De NWR, het overkoepelend orgaan van alle woningbouwcorporaties, heeft al gewaarschuwd voor een tekort aan 250 duizend woningen.

Volgens de ramingen, die overigens steeds worden bijgesteld, moeten de komende tien jaar minstens 850 duizend woningen worden gebouwd, waarvan vijfhonderdduizend in de Randstad. Maar door de vertraging in het bouwprogramma zal deze relatieve of kwalitatieve woningnood niet zo gauw worden opgelost.

Dat het niet zo snel gaat, is te wijten aan onvoldoende geschikte bouwlocaties. Zo moet bijvoorbeeld het Groene Hart ongerept blijven. Daar komt bij dat voor snel en goed bouwen een krachtig regionaal bestuur nodig is. En dat ontbreekt. De locaties die er wel zijn, dreigen erg duur te worden door grondspeculatie en scherpere milieu-eisen.

Het probleem is dat de overheid mensen wil laten wonen in dure wijken en aan de stadsrand, waar de toekomstige bewoners niet om staan te springen. Zou men wel in het Groene Hart mogen bouwen, dan stond dat nu al vol met rijtjeshuizen.

Van Velzen noemt het Groene Hart een mythe. 'Het Groene Hart is afgeschermd met hekken, daar kan je helemaal niet in. En verder zijn boeren er alleen maar bezig om mest te dumpen.' Bovendien wordt dit gebied toch al sluipenderwijs volgebouwd. Reden te meer, vindt hij, om er een debat aan te wijden, zodat het duidelijk wordt waar en hoe in Nederland gebouwd mag worden.

Op dit moment is het de vraag of de mensen straks willen verhuizen naar de pittig geprijsde Vinex-woningen. Zo niet, en kiest men liever voor het plaatsen van een serre of dakkapel aan de huidige woning, dan komt er geen doorstroming op gang. Van Velzen: 'De praktijk leert dat één verhuizing voor een keten van acht andere zorgt.'

Wordt die eerste stap dus niet gezet, dan komt zo'n hele sleep aan verhuiswagens niet in beweging. Dat is jammer voor de slachtoffers van de relatieve woningnood, maar desastreus voor de woningzoekenden aan de onderkant van de markt, daar waar de absolute of kwantitatieve woningnood zit.

Om de doorstroming te bespoedigen, heeft de overheid jarenlang gedreigd om woonvergunningen in te trekken voor mensen die te goedkoop wonen. Of om een woonbelasting in te voeren. Van Velzen denkt aan een andere, meer positieve manier: 'Je kunt mensen ook aanmoedigen te vertrekken door ze een verhuispremie te geven.'

De bestaande woonvoorraad beslaat 6,1 miljoen woningen. Daarvan beheert de NWR er 2,5 miljoen, is driekwart miljoen in handen van particuliere verhuurders en is de rest, 48 procent, van de bewoner zelf. Deze voorraad zal kwalitatief op peil moeten worden gehouden, wil de vraag naar andere, betere woningen niet nog groter worden.

Volgens Van Velzen vergt dat upgrading, een drastische verbetering, van hele flatwijken. Ook slopen zoals nu in de Bijlmermeer, lijkt hem onvermijdelijk. En om verloedering te voorkomen, moeten vaker huismeesters worden aangesteld.

Wie mooier, ruimer, groener en dus in elk geval duurder wil gaan wonen, heeft nog toekomst. Maar wie tot een uitkering, een mager pensioen of ander laag inkomen is veroordeeld, schiet weinig op met de fraaie plannen. Van Velzen: 'De kwantitatieve woningnood zit bij de laagste inkomens, zo'n 10 procent van de woningzoekenden. Daar concentreert zich de problematiek van volkshuisvesting. Het aantal betaalbare woningen neemt af en het aantal zoekers neemt toe. Voor deze groep moet goedkoop gebouwd worden. Dat gebeurt niet.'

Met name voor de laagste inkomensgroepen rijzen de huurprijzen de pan uit. 'Wie nu start', zegt de NWR-directeur, 'zou ik adviseren om een huis te kopen. Voor een woning van anderhalve ton betaal je maandelijks zo'n duizend, elfhonderd gulden huur. Ga je het kopen, dan ben je een stuk voordeliger uit. De concrete waarde van het fiscale voordeel komt neer op een subsidie van dertigduizend gulden.'

Dat de verhoudingen zo zeer op z'n kop staan, geeft aan dat de politiek zich heeft teruggetrokken en de markt het werk laat doen. 'Sinds Marcel van Dam staatssecretaris voor Volkshuisvesting was, dus 22 jaar geleden, is er geen debat meer geweest over de gewenste huurquote.' Dat wil zeggen dat de vraag niet meer is gesteld wat politiek aanvaardbaar is om maandelijks kwijt te zijn aan woonlasten in verhouding met het inkomen.

'De minimuminkomens betalen krankzinnig veel. In een paar jaar tijd is de huurquote voor hen van 14 procent naar ruim 21 procent gestegen. Maar ja, de politiek is bang voor de uitkomst voor zo'n debat. Die wil z'n handen niet branden. Volkshuisvesting geeft veel te weinig aandacht aan die 10 procent van de bevolking die onder het kwantitatieve probleem van de woningnood lijdt.'

Nu de overheid zich grotendeels heeft teruggetrokken uit de bouwmarkt en ook niet meer subsidieert, blijft slechts één instrument over: de individuele huursubsidie. Van Velzen bepleit een herverdeling van deze pot. Een deel komt nu nog terecht bij de mensen die het niet echt nodig hebben. 'Het geld is bedoeld voor de be-hoeftigen en niet voor de be-hebberigen.'

Marieke Aarden

Mirjam Schöttelndreier

Dit is de tweede aflevering van een serie over de woningmarkt. De eerste aflevering stond in de krant van zaterdag 28 januari.

mailIcon print |