*

 
dossier

Archief

'Overal waar ik kom, zie ik kinderen lezen, veel lezen' LEESBEVORDERAAR AIDAN CHAMBERS WIL GESPREK OVER BOEKEN VERDIEPEN

ELLEN DE VISSER − 21/01/95, 00:00

Aidan Chambers, enthousiast bevorderaar van het lezen, hecht niet veel waarde aan onderzoekingen die uitwijzen dat kinderen tegenwoordig minder vaak naar boeken zouden grijpen dan vroeger....

DE ENGELSE jeugdboekenauteur Aidan Chambers (60) glimlacht als hij vertelt hoe hij als jongetje van negen voor het eerst met boeken in aanraking kwam. 'In ons klaslokaal stond een afgesloten kast met vijftig leesboeken. Die kast ging alleen op vrijdagmiddag een paar minuten open. Dan konden we een boek uitzoeken dat in het weekend mee naar huis mocht. 's Maandags moesten de boeken weer worden ingeleverd en dan ging de kast weer dicht. Tot de volgende vrijdagmiddag. De rest van de tijd moesten we stomvervelende syllabi doornemen met passages uit 'belangrijke' boeken. Van de inhoud herinner ik me niets meer, alleen de muffe geur en de vette bladzijden staan me nog bij. Generaties kinderen hadden die dingen al moeten doornemen natuurlijk. Dat was alles, dat werd bij ons lezen genoemd.'

Chambers ontdekte op zijn veertiende toevallig dat lezen meer is dan een liefhebberij voor de vrije uren. Alleen doordat een vriend hem de bibliotheek liet zien waar hij duizenden boeken ontdekte die hij allemaal mocht lezen. En doordat een paar docenten op de middelbare school op een boeiende manier over boeken konden praten.

Maar eigenlijk was het toen al te laat. 'Een kind hoort op zijn negende fantasieverhalen te lezen', zegt Chambers. 'Alice in Wonderland bijvoorbeeld of andere verhalen van C.S. Lewis. Ik heb ze toen nooit gelezen, de leraren uit mijn tijd begrepen het belang er niet van. Het gevolg is dat ik een voorkeur heb ontwikkeld voor moderne realistische romans. Met fantastische verhalen heb ik grote moeite.'

Zijn eigen ervaringen vormen het bewijs, vindt hij, dat kinderen zoveel mogelijk gestimuleerd moeten worden om te lezen. 'Natuurlijk kun je ook op oudere leeftijd nog een enthousiast lezer worden. Maar een goed boek leert een kind veel over zichzelf en over hoe de wereld in elkaar zit. Boeken zijn meer dan zomaar een tijdverdrijf. Ze zijn een manier van denken, ze vormen iemands karakter. Daarom kun je de achterstand die je als kind hebt opgelopen, later nooit meer inhalen.'

Zijn ideeën over leesbevordering bundelde Chambers in De leesomgeving en Vertel eens, die deze maand in de Nederlandse vertaling verschijnen. De Britse schrijver is tot half maart in Nederland om workshops te geven aan docenten. Het enthousiasme ervoor is groot. 'Ik geloof dat ik in drie weken 39 bijeenkomsten heb', zegt hij, bijna verlegen.

Chambers' ideeën over het lezen van kinderen berusten op zijn jarenlange ervaring als leraar Engels in het voortgezet onderwijs en aan de lerarenopleiding. Daarnaast publiceerde hij zelf twee kinderboeken en vier jeugdromans, waarvan er drie een Zilveren Griffel kregen.

In tegenstelling tot zijn jeugdboeken, die bekend staan als moeilijk vooral vanwege de experimentele vormen, vallen De leesomgeving en Vertel eens op door de eenvoudige toon en door de vele praktijkvoorbeelden.

'Ik vind het de plicht van specialisten dat zij hun theorie eenvoudig verwoorden', legt Chambers uit. 'Ook mensen die het vakjargon niet machtig zijn, moeten hun voordeel ermee kunnen doen. Bovendien moeten aankomende leraren op de opleiding al zoveel studieboeken lezen dat ik mijn boeken met opzet zo kort en eenvoudig mogelijk heb gehouden.'

Enthousiast vertelt hij hoe hij jarenlang alle tips die hem ter ore kwamen, noteerde. 'Ik besprak regelmatig met collega-leraren hoe wij ons werk beter konden doen, hoe wij van kinderen gretige, aandachtige en kritische lezers konden maken.'

'Het idee dat we kinderen alleen maar hoeven te omringen met boeken en dat alles dan vanzelf op zijn pootjes terechtkomt, is tamelijk naïef', schrijft hij in De leesomgeving. 'Zonder steun worden kinderen van grasduinen niet automatisch lezers van literatuur.' Leraren moeten leerlingen helpen door bijvoorbeeld een toegankelijke bibliotheek te creëren, leeshoekjes te scheppen, kinderen een leesdagboek te laten bijhouden, regelmatig lezingen en boekenpresentaties te organiseren en leerlingen inspraak te gunnen bij de aanschaf van nieuwe boeken.

Daarnaast moeten kinderen volgens Chambers iedere dag de tijd krijgen om ongestoord te kunnen lezen. 'Ik hoor nog weleens van leraren die vrij lezen als een beloning zien. Die het kind dreigen dat er niet gelezen wordt als het zijn werk niet af heeft.' Hij schudt zijn hoofd over zoveel onbegrip.

De ideeën in De leesomgeving zijn niet vernieuwend, erkent hij. 'De meeste onderwijzers en leraren zullen bij het lezen inderdaad veel herkennen. Het boek vormt voor hen een basisboek, waarin alle ideeën nog eens op een rijtje staan.'

Bij het samenstellen van De leesomgeving ontdekte hij echter dat één aspect van leesbevordering in de lange lijst van ideeën onderbelicht bleef: het praten over de boeken die gelezen zijn. 'Een leraar kan nog zo goed zijn in het selecteren van boeken, hij kan de leerlingen nog zoveel tijd geven om te lezen, als het boek uit is, volgt meestal een standaard-verhaal dat vooral gericht is op wat leerlingen volgens hun leraar aan een boek moeten ontdekken.'

Chambers windt zich erover op. 'Op seksueel gebied noem je zo'n situatie verkrachting. De leraar dringt jou zijn mening op en ook als je zegt dat je daar niet op gesteld bent en dat je het verhaal zelf anders ziet, zul je je moeten overgeven. Want op het examen gaan de vragen over de motieven van de schrijver en die zijn in de les behandeld.'

In Vertel eens geeft Chambers regels die van het traditionele eenrichtingsverkeer in de boekenpraatjes een overlegsituatie moeten maken, waarin lezers met elkaar dingen over het boek ontdekken. Vragen als: 'Waarom?', 'Waar gaat het eigenlijk over?' of 'Wat bedoelt de auteur?' moeten vermeden worden, omdat ze de leerling het gevoel geven van een overhoring. Beter is: 'Hoe lang duurt het verhaal volgens jou?', 'Welke verhaalfiguur boeit jou het meest?', 'Wie vertelt het verhaal en hoe weten we dat?'

Het is een aanpak die zelfs de meest verstokte boekenhater nieuwsgierig maakt, zegt Chambers. 'De mening van de klasgenoten is voor een kind belangrijker dan die van de leraar. Als hij zijn beste vriendjes over een boek hoort praten, dan wil hij meedoen. Gewoon een kwestie van jaloezie. Kinderen leren op die manier dat boeken niet alleen bladzijden met woordjes zijn, maar dat je er ook over kunt praten en nadenken.'

Chambers meent dat het met het aantal niet-lezers wel meevalt. De talloze onderzoeken die aantonen dat kinderen nog slechts af en toe een boek pakken, doet hij af als onzin. Fel: 'Er zijn nog nooit zoveel boeken gepubliceerd als nu. Dacht je dat uitgevers dat aandurfden als er geen vraag naar was? Bij de leesonderzoeken die gedaan worden, staat vooraf de uitslag al vast. Als maar bewezen wordt dat mensen minder gaan lezen, komt er wel weer geld op tafel voor een of ander project.'

Het bewijs voor zijn standpunt haalt hij uit zijn vele contacten met docenten en leerlingen. 'Natuurlijk ben ik wel bezorgd over alle tijd die kinderen voor de tv doorbrengen. Daardoor houden ze minder tijd over om te lezen. Maar laten we er geen drama van maken. De leraren worden steeds beter opgeleid, iedere school heeft nu een bibliotheek en overal waar ik kom, zie ik kinderen lezen, veel lezen.'

Nieuw is voor de schrijver wel de manier waarop kinderen met teksten omgaan. Zuchtend: 'Ik kan het soms allemaal niet meer bijbenen. Er zijn kinderen die een boek kunnen lezen met de radio aan, die het zelfs niet zonder die radio kunnen. En in Californië schijnen kinderen te wonen die nog nooit met een pen hebben geschreven. Die doen al het schrijfwerk op de computer.'

Toch ziet hij de computer niet als een bedreiging van de leescultuur. 'Kijk eens naar een computerprogramma voor tienjarigen, dat is taalkundig gezien van een complexiteit! Maar kinderen leggen het elkaar moeiteloos uit.' Een achttienjarige Canadese leerling wist hem zelfs te vertellen dat er inmiddels een honderdtal boekteksten op floppy verkrijgbaar zijn en dat hij evenveel plezier beleefde aan het lezen van de tekst in een boek als op het computerscherm.

'Hij kon mij niet overtuigen', zegt Chambers. 'Maar het is een interessante vraag: heeft het boek zoals wij dat kennen iets unieks en zal het daarom altijd blijven bestaan, of is het simpelweg een wijze van overdracht van informatie?'

'Voor mij is het duidelijk', zegt hij. Hij pakt het boekje over Friese symbolen dat toevallig op tafel ligt en gebaart: 'Zo'n tekst die je in je handen houdt, je oog dat op de bladzijden valt. Een boek is een verlengstuk van jezelf.'

Ellen de Visser

Aidan Chambers: De leesomgeving - Hoe volwassenen kinderen helpen genieten van boeken.

Querido; ¿ 25,-.

ISBN 90 214 5742 3.

Aidan Chambers: Vertel eens - Kinderen, lezen en praten.

Querido; ¿ 32,50.

ISBN 90 214 5743 1.

mailIcon print |