In Nederland zijn technieken ontwikkeld om batterijen te verwerken, maar een ontmantelingsfabriek is nog niet van de grond gekomen. De vrees bestaat dat een batterij stukken duurder gaat worden....
TIEN JAAR touwtrekken heeft nog altijd geen afdoende methode opgeleverd voor de verwerking van de 110 miljoen oude batterijen die jaarlijks in Nederland vrijkomen. Sinds 1985 hebben milieu-organisaties gewezen op de hoge kwikgehalten in wegwerpbatterijen, die met negentig miljoen de bulk vormen.
Ook ontstond ongerustheid over het cadmium in de oplaadbare (nikkel-cadmium) batterijen. Eén keer raken ze uitgeput, en dan belandt ook dit gevaarlijke zware metaal op de afvalberg.
De batterijproducenten zijn er intussen in geslaagd een kwikvrije wegwerpbatterij op de markt te brengen, maar verder wist de industrie elk plan voor inzameling, statiegeld, verwijderingsbijdrage, chemisch-afvalvignet of verwerkingstechniek te verijdelen.
Onlangs laaide de commotie weer op. Volgens een vorig jaar ondertekend convenant zou de branche van batterijproducenten en -importeurs (Nefibat) per 1 januari dit jaar de inzameling en verwerking zelf verzorgen. Per 1 januari 1996 zou tachtig procent van de batterijen moeten worden ingezameld, in 1998 negentig procent. De producenten betalen zelf de kosten voor de inzameling en de verwerkingskosten vanaf het depot voor klein chemisch afval, waar tot nog toe de gemeenten voor opdraaiden.
Niet alleen is er nog geen plan, ook is nog altijd niet duidelijk wat er met de inzameling moet gebeuren. Twee in Nederland ontwikkelde verwerkingstechnieken staan bij gebrek aan aanvoer van batterijen in de ijskast.
Al in 1991 dienden drie bedrijven, Leto, Ecotechniek en AVR, een plan in voor een Nederlandse verwerkingsfabriek, waarvoor een investering nodig was van vijftig tot honderd miljoen gulden. Ze hebben nooit een serieuze reactie ontvangen.
'De fabrikanten dansen al tien jaar om de hete brij heen', vindt directeur A. Visser van afvalverwerker Leto in Wierden. Leto heeft in samenwerking met TNO-Apeldoorn een hydrometallurgische methode ontwikkeld om oplaadbare batterijen te ontmantelen.
Zowel losse batterijtjes als packs (uit boormachines, snoerloze stofzuigers en kruimeldieven) worden met vloeibare stikstof gekoeld en vermalen. De metalen worden vervolgens in een zoutzuurbad gebracht, waarin cadmium geheel en nikkel gedeeltelijk oplost. Wat resteert, is een nikkel-ijzerfractie die, ontdaan van plastic, een grondstof vormt voor de produktie van roestvast staal.
Met een extractiemethode worden ten slotte cadmium en nikkel uit het zoutzuur gescheiden. Nikkel kan in de industrie nikkelerts vervangen en cadmium kan in de vorm van cadmiumcarbonaat worden verkocht aan batterijproducenten.
'We hebben de techniek onder de knie, het wachten is op aanvoer', aldus Visser. Maar zelfs al zouden alle Nederlandse oplaadbare batterijen (750 ton), zowel los als verstopt in produkten, bij Leto belanden, dan is dat te weinig om een Nederlandse fabriek te rechtvaardigen, zo blijkt uit een deze week verschenen marktonderzoek.
Het importeren van batterijen uit Duitsland of België is noodzakelijk voor een rendabele fabriek van duizend tot tweeduizend ton batterijen. Het Leto-proces zou mogelijk ook kunnen worden gebruikt voor het terugwinnen van waardevolle metalen als platina uit auto-katalysatoren.
De andere techniek die noodgedwongen in de ijskast staat, is de thermische methode van Ecotechniek in Maarssen. Het bedrijf, dat over ruime ervaring beschikt met het uitgloeien van gifgrond, zou de kwikhoudende wegwerpbatterijen met een Japanse methode willen smelten, waarbij het vluchtige kwik snel wordt afgevangen.
Een probleem is dat de batterijen moeten worden gesorteerd. De voor gehoorapparaten onontbeerlijke knoopcellen kun je er nog wel uitzeven, maar voor een snelle, commerciële verwerking moeten er sensoren worden ontwikkeld die een onderscheid maken tussen de kwikhoudende batterijen en de nieuwe kwikloze batterijen. Dat is nu nog onmogelijk.
Een andere mantel zou soelaas kunnen bieden, stelt secretaris J. Bartels van de branchevereniging Nefibat in Zoetermeer. 'Wij zijn echter slechts importeurs, we hebben geen invloed op het produktieproces. Het terugbrengen van het kwik en het cadmium in eenmalige batterijen was al een hele klus.'
Voor een snelle oplossing is deze scheiding van belang. In de verdere toekomst, zo rond de eeuwwisseling, lost het probleem zich vanzelf wel op, want dan bestaat het afval nog uitsluitend uit kwikvrije wegwerpbatterijen, die makkelijker van hun oplaadbare broertjes kunnen worden onderscheiden.
Die kwikloze batterijen kunnen tegen die tijd waarschijnlijk worden gemengd bij het staalschroot van Nedstaal in Alblasserdam. 'We hebben op kleine schaal proeven gedaan, waaruit blijkt dat ze de staalproduktie niet belasten', meldt W. Keesmaat, produktiemanager bij Nedstaal. Het bedrijf is een milieu-effectrapportage begonnen, waarvan de conclusie in april wordt verwacht.
0I N HET Nedstaal-proces verdwijnen de ijzeren mantels van de batterijen samen met het mangaan in het staalbad; het grafiet blijkt een prima brandstof. Met zink kan Nedstaal niets. Dit onedele metaal verdampt echter snel en zet zich af op het stof. 'Dat stof vangen we voor 99,9 procent af in een filter, waarna het zink in een draaitrommeloven wordt teruggewonnen. Dat gebeurt bij een ander bedrijf', aldus Keesmaat, die denkt achtduizend ton kwikvrije batterijen te kunnen verwerken. Nedstaal wil wel geld zien, hoeveel is nog onderwerp van discussie.
Het is de vraag of deze Nederlandse technieken een kans krijgen. 'De verwerking moet liefst in Europees verband worden geregeld', zegt secretaris J. Bartels van de Nefibat. De organisatie is als de dood dat de Nederlandse batterijen door verrekening van verwerkingskosten een paar dubbeltjes duurder worden. 'Dan krijg je van die kofferbak-artiesten die goedkope batterijen uit het buitenland gaan importeren.'
In 1990 stak een storm van verontwaardiging op toen bleek dat de door zorgzame burgers ingezamelde batterijen lukraak werden gestort op de stortplaats Schönberg in de voormalige DDR. In afwachting van betere tijden belandden ze vervolgens in de C2-deponie op de Maasvlakte. Daar groeide de batterijberg tot zevenduizend ton, en door roest ontstonden waardeloze metaaloxyden. De mysterieuze batterijbrand in 1992 gaf het beslissende duwtje om actie te ondernemen.
Sedert begin 1994 worden de oplaadbare nikkel-cadmiumbatterijen vervoerd naar Lyon in Frankrijk, waar ze op 900 graden Celsius worden verwerkt. Cadmium verdampt eerder dan nikkel, en het is na koeling in oxydevorm geschikt voor hergebruik. De nikkel-ijzerfractie in de verbrandingsslakken vindt afzet in de roestvast-staalindustrie. Het proces vreet energie, maar door de lage Franse energietarieven is de verwerking niet duurder dan anderhalve gulden per kilo. Bij een aanvoer van duizend ton claimt overigens ook Leto voor dat bedrag te kunnen verwerken.
De wegwerpbatterijen volgen een nog langere weg. Ze worden verscheept naar Pecos, in de woestijn van Texas (VS), waar ze met een thermisch proces worden verwerkt door het bedrijf Recovery and Reclamation. Uitdrukkelijk als 'tijdelijke oplossing' gaf het ministerie van Milieubeheer een exportvergunning af. Het bedrijf zegt afnemers te hebben voor stoffen als lithium, mangaan, zink, ijzer en kwik. Het proces staat onder controle van de Environmental Protection Agency (EPA), maar volgens de Nefibat is het de vraag hoe streng de controle is in zo'n uithoek van de woestijn. Er zijn nog meer bedenkingen gerezen tegen de Texas-route. 'Er zijn vraagtekens bij de materiaalbalans tussen de in- en uitgaande stofstromen van de fabriek, en bij de verwijdering en afvoer van kwik', aldus Nefibat-secretaris Bartels.
'Uit angst voor schadeclaims willen vooral de Amerikaanse batterijproducenten Duracell en Ralston voorkomen dat straks een partij batterijen wordt aangetroffen in de woestijn en dat de bedrijven aansprakelijk worden gesteld voor de schoonmaak van de bodem', stelt Bartels.
Het Amerikaanse bureau Arthur D. Little onderzoekt daarom in opdracht van de Europese batterijproducenten EPBA het Texaanse proces. Net als Bartels zet ook Keesmaat van Nedstaal vraagtekens bij de verwerking in Texas. 'Volgens geruchten is het niets meer dan een legale vorm van verspreiding in de woestijn.'
'Pure stemmingmakerij', reageert C. Schuler, directeur van Ecoctechniek, die de transporten naar de Verenigde Staten verzorgt. 'Ze lopen vooruit op een nog geheim rapport, in plaats van met open vizier het probleem van de batterijverwerking tegemoet te treden. Het is ze alleen maar te doen om het traineren van de verwerking, zodat de batterijen straks weer opgeslagen worden, bijvoorbeeld in de C2-deponie. En dan zijn we weer terug bij Af.'
VOLGENS MINISTER M. de Boer van VROM is aan de exportvergunning 'zorgvuldig onderzoek' voorafgegaan: 'Als uit het onderzoek van A.D. Little evenwel nieuwe feiten naar voren komen die tot de conclusie leiden dat voortgaande export milieuhygiënisch niet langer wenselijk is, zal ik met Nefibat in overleg treden.'
Tot nog toe draaien gemeenten en bedrijven op voor de opslag-, transport- en verwerkingskosten van batterijen, à raison van vierduizend gulden per ton. Conform het convenant moeten nu de producenten deze kosten betalen. 'Als de verwerking in Texas wordt gesaboteerd, hoeven de fabrikanten alleen de opslagkosten te betalen', aldus Schuler.
Het zal volgens de batterijproducenten nog zeker tot 1999 duren voordat een definitieve verwerkingstechniek als die bij Nedstaal in gebruik kan zijn. VROM vindt dat de branche het verwerkingsprobleem,'om het even waar', op moet lossen.
René Didde
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.