*

 
dossier

Archief

Verwant aan VVD'ers die er rijk uitzien

PETER GIESEN − 13/03/95, 00:00

In zijn jeugd zette hij zich af tegen zijn liberale vader en stemde links. Nu heeft slechts een van zijn drie kinderen PvdA gestemd, en dan nog omdat haar vorige keuze tegenviel....

'IK wil scheikunde gaan studeren. Het liefst word ik ingenieur bij Shell', zegt Floris Logman (15), vwo-scholier.

'Maar met die studie kun je toch ook milieutechnoloog worden?', oppert zijn vader Pim (51), leraar Nederlands en filosofie.

'Nee, ik wil het liefst ver weg, een paar proefjes doen, veel geld verdienen en wat statussymbolen aanschaffen. Misschien ben ik wel een beetje materialistisch.'

De familie Logman woont in een groot huis in een mooie buitenwijk van Zeist. De huiskamer is sober ingericht, maar de wand is gevuld met boeken en cd's met klassieke muziek. De ouders, Pim Logman en Marie Herpers (50, lerares Duits), zijn overtuigde sociaal-democraten, al jarenlang actief lid van de plaatselijke PvdA. Hun kinderen Floris, Hille (19, student maritiem officier aan de zeevaartschool in Amsterdam) en Anne (22, studente Nederlands in Utrecht) zien weinig tot niets in 'de partij'. Alleen Anne stemde vorig week woensdag PvdA. Niet uit overtuiging, maar uit teleurstelling over het bleke optreden van haar vorige keuze, D66. Hille stemde VVD, Floris is te jong, maar zou ook voor de VVD kiezen: 'Vroeger dacht ik: de PvdA is goed en de rest slecht. Maar nu denk ik er anders over. Die VVD'ers zien er zo rijk uit. Daar voel ik me het meest mee verwant.'

De Partij van de Arbeid, in de jaren zeventig de jongerenpartij bij uitstek, is weggevaagd onder de jongste kiezers. De sociaal-democratie is even modieus als de rooms-katholieke kerk of het spreken van Esperanto. Vorige week stemde slechts 6 procent van de kiezers tussen 18 en 24 jaar op de PvdA. Dat is het niveau van de ooit zo smalend als 'Staphorst' aangeduide kleine christelijke partijen. De VVD werd veruit de grootste partij onder jongeren, met meer dan 30 procent.

Toen Pim jong was, in de jaren zestig, was het trendy om politiek bewust en links te zijn. De PvdA stond in het centrum van de politieke discussie. Je was voor of tegen het ambitieuze project voor een nieuwe samenleving, maar je moest er in elk geval íets van vinden.

Pim: 'Mijn vader was arts in Gouda. Een echte liberaal, lid van de VVD. In de vakantie ging ik drie weken in de fabriek werken. Daar kwam ik in contact met arbeiders. Vooral met de voorman kon ik heel goed opschieten. Ik ging toen naar partijvergaderingen, In die tijd, in 1962, was daar nog geen glas bier te zien, die traditioneel sociaal-democratische cultuur bestond toen nog echt.'

Hij ging Nederlands en filosofie studeren in Utrecht. Waarom kozen academici, die destijds nog een prachtig carrièreperspectief hadden, zo massaal voor solidariteit met de 'onderkant van de samenleving'?

Pim: 'Ik denk dat het met de oorlog te maken heeft. Dat was een gruwelijke ervaring.'

Anne: 'Ach pa, jij hebt de oorlog toch helemaal niet meegemaakt?'

Pim: 'Ik ben in 1943 geboren.'

Anne: 'Ja, ja, bewust de oorlog meegemaakt.'

Pim: 'Nee, maar thuis hoorde je niets anders. De bevrijding van de Duitsers. Die-en-die was dood en die had in het kamp gezeten. Daar werd je mee doodgegooid. We waren bevrijd van de Duitsers, en nu moesten we zelf een vrije en rechtvaardige samenleving opbouwen. Toen kwam ik in contact met arbeiders, en toen zag ik: dit klopt niet. Ze woonden toen nog in heel kleine arbeiderswoninkjes, waar ze op zolder met zeven, acht kinderen sliepen. Achter in het tuintje stond een pot die als wc moest dienen.'

Als student filosofie werd hij steeds meer gegrepen door de linkse droom. Marie: 'Je wilde in mei 1968 zelfs naar Parijs.'

Pim: 'Ik zag me al helemaal zitten in het Odéon, discussiëren met Jean-Paul Sartre over cultuur. Het was een artistieke behoefte. Je dacht: de wereld gaat veranderen, dat dachten we toen echt, en daar moet ik bij zijn.' Marie: 'Ik moest mee, maar ik wilde niet. Ik moest tentamen doen.'

Pim: 'Ik ben toch maar hier gebleven, bij Marie. Maar een jaar later, in 1969, ben ik nog langs het Odéon gelopen. Sartre was een voorbeeld voor me. Het was een open, chaotische tijd, waarin creativiteit echt een kans kreeg. In tegenstelling tot nu.'

Wat lijkt het allemaal lang geleden, de hoge verwachtingen, de romantische idealen. De kinderen van Pim en Marie zijn nuchtere pragmatici. Ze weten dat ze goed voor zichzelf moeten zorgen in een wereld die steeds harder wordt. Daarom kiezen ze voor studies met een duidelijk carrière-perspectief. Hille doet de zeevaartschool, Anne wil lerares worden en Floris is van plan scheikunde te doen.

De ouderlijke voorliefde voor de verdrukten vinden ze een beetje hypocriet. Een beetje de linkse pier uithangen in een Zeister villawijk.

Anne: 'Pa, jij hebt toch nul feeling met de arbeiders? Moet je kijken hoe we hier wonen.'

Pim: 'Jullie verwijten ons salon-socialisme. Maar ik vind het juist goed dat mensen links blijven, ook als ze het wat beter krijgen. In onze tijd werd ethisch gedacht. Je maakte een ethische keuze voor links. Nu hebben we consumentisme. Met je pincode trek je een voorzieninkje uit de muur.'

Misschien heeft het te maken met de cultuur waarin kinderen tegenwoordig opgevoed worden, oppert Hille. Thuis en op school wordt grote nadruk gelegd op je eigen, authentieke gevoelens. 'Wat vind je er zelf van', of 'wat voel je hierbij' behoren tot de meest gestelde vragen in het onderwijs.

Hille: 'Op de basisschool leer je al dat je voor je zelf op moet komen. Je bent een individu, je mag je niet met twintig anderen in een hokje laten drukken. '

Wat is er authentiek aan welgestelde burgers die zich druk maken over arbeiders? Is het niet veel eerlijker om voor je zelf op te komen?

Floris: 'In Nederland is toch geen echte armoede? Zelfs een dakloze heeft het hier nog beter dan in Rio de Janeiro.' Hille: 'Ik word niet met armoede geconfronteerd, misschien is dat het wel.'

Bovendien hebben begrippen als arm en rijk, bevoorrecht en misdeeld, een veel dubbelzinniger betekenis gekregen. Anne: 'Een bijstandsmoeder met drie kinderen, die mag van mij best wat meer krijgen. Maar al die proleten die zwart bijbeunen, dat vind ik heel wat anders.'

Pim: 'Nu stel je alle uitkeringsgerechtigden gelijk met een paar fraudeurs.' Anne: 'Dat is misschien een beetje ongenuanceerd. Maar toch, ik ken werkloze academici die werkelijk niets uitvoeren. Terwijl anderen alle uitzendbureaus aflopen. In 1962 werden sociale voorzieningen als iets goeds gezien. Nu denk je toch ook dat het geldverspillerij is.'

Bij de familie Logman herhaalt de geschiedenis zich op ironische wijze. Destijds koos Pim voor het socialisme, mede om zich af te zetten tegen zijn liberale vader. Nu is het precies omgekeerd.

Anne: 'Wij moesten altijd mee naar demonstraties. Verschrikkelijk vonden we dat. Maar het ergste was nog wel dat we het partijkrantje moesten rondbrengen, de Rooie Zeister. Ik schaamde me gek, ik hoopte dat niemand van school me zag. '

Hille: 'Op 1 mei hingen mijn ouders de rode vlag uit. Dan nam ik nooit vriendjes mee naar huis, omdat ik me zo schaamde.' Anne: 'Eén keer was mijn vader het vergeten. Wij zeiden er natuurlijk niets van. Maar toen is hij in de pauze terug gefietst om de vlag op te hangen.'

Maar terwijl Pim en Marie een echte overtuiging hebben, zijn Anne en Hille typisch hedendaagse flexi-kiezers.

Pim: 'Voor mij is de partij zoiets als een kerk die je ook niet zo maar verlaat. Ik heb toch een soort hondetrouw ten opzichte van de partij.'

Hille: 'Je bedoelt die hond van Pavlov? Ik stem toch vooral op charisma. Als Bolkestein bij de PvdA zou zitten, had ik misschien PvdA gestemd. Waarom niet? Van de PvdA is Kok de enige die aanspreekt. Felix Rottenberg moet een stropdas dragen, en de rest heeft geen charisma.'

Anne: 'Het is geen principiële keuze die je maakt. De verschillen tussen de partijen zijn heel klein. Maar voor jongeren is de PvdA niet spectaculair. Het is gewoon niet zo duidelijk wat ze willen. Je hebt ook het idee dat ze alles weg geven aan de VVD en D66, om maar in de regering te zitten.'

Pim: 'De PvdA zou veel duidelijker moeten zijn. Waarom hebben ze de rode kleur losgelaten?'

Hille: 'Die nieuwe affiches lijken wel van de lepra-bestrijding. Pas van dichtbij zie je dat ze van de PvdA zijn. Er is nog een verschil tussen mijn vader en ons. In zijn jeugd was de sfeer optimistisch. Er werd iets opgebouwd. Maar wij hebben nooit iets anders meegemaakt dan bezuinigingen. En er verandert nooit wat. Bij de VVD heb je wel het idee dat er iets verandert. Dat de belastingen en de sociale voorzieningen omlaag gaan. Dat de middenstand geliberaliseerd wordt, zodat de winkels langer open zijn. Ik denk dat er een wereld ontstaat, waarin je meer voor je zelf op moet komen.'

Anne: 'Dat vind jij wel prima, dat mensen voor zes gulden per uur onderbetaald worden.'

Hille: 'Nou ja, ik zou zelf wel iets zoeken wat beter betaalt. Maar op die manier komen meer mensen aan het werk, dat is ook weer het sociale daarvan.'

Pim: 'Maar jij bent een gezonde negentienjarige.'

Hille: 'Dat is wel zo, mijn vooruitzichten zijn heel goed.'

Pim: 'Rechts is voor houden wat je hebt, links is voor maatschappelijke vooruitgang.'

Hille: 'Nee, het is juist omgekeerd. Rechts is voor vooruitgang.'

Pim: 'Maar wat is dat voor vooruitgang, als sommige mensen armer worden?'

Hille: 'Als de verschillen groter worden, is dat voor sommige mensen een impuls om harder te werken.'

Ondanks zulke meningsverschillen wordt er thuis zelden diepgravend over politiek gediscussieerd. Pim hield met zijn vader lange gesprekken over liberalisme en socialisme. Maar zijn eigen kinderen lachen een beetje om politiek. Ze zijn niet eens anti-socialistisch, of pro-wat dan ook. Politiek is meer iets van vroeger, net als die rode vlaggen op 1 mei.

Anne: 'Mijn ouders zijn soms wel een beetje raar, hoor, met hun socialisme. Ik denk wel eens dat je de ideeën die je op je twintigste hebt, nooit meer loslaat. Vooral mijn vader is conservatief. Die staat helemaal niet meer open voor nieuwe gedachten.'

mailIcon print |