Recht op vrijheid moet ook voor dieren gelden

Bijna ieder dier wordt in de natuur door een ander dier gegeten. Er is daarom niets tegen het eten van vlees....

WAAROM moeten miljoenen kistkalveren hun leven slijten tussen twee planken en mag een ander dier geen haar worden gekrenkt? Hoeven wij ons over de rechten van dieren geen zorgen meer te maken als wij het welzijn van het dier kunnen garanderen?Een voorbeeld van niet voor de hand liggende discriminatie van dieren is het verbod op de vossenhouderij, waartoe de Tweede Kamer eerder dit jaar op voorstel van minister Van Aartsen besloot. Hoewel dit een verheugend feit is, vinden wij het merkwaardig dat niet de gehele pelsdierfokkerij is verboden. De wetgever vindt dat dieren in gevangenschap mogen worden gehouden als hun welzijn maar voldoende is gegarandeerd. Bij vossen bleek na tal van onderzoeken dat zij niet geschikt zijn om in gevangenschap te houden. Ook bij nertsen in gevangenschap werden ernstige welzijnsproblemen geconstateerd, maar men denkt hun welzijn te kunnen 'verbeteren'. De minister besloot de nertsfokkerij daarom blijvend te legaliseren.Het positieve van onze wetgeving is dat wij goed voor het welzijn van dieren moeten zorgen, maar het negatieve is dat dieren als object worden gezien. Voor de nertsen betekent dit dat zij onder gereguleerde omstandigheden in gevangenschap mogen wachten totdat hun huid de juiste afmeting heeft en zij uit hun jasje geholpen kunnen worden.Dieren die in het wild leven genieten bescherming in de huidige jachtwet en de toekomstige Flora- en Faunawet en in de Visserijwet. Het doet er in deze wetten niet toe hoeveel dieren door de jacht sterven, als de soort maar niet uitsterft. Omdat deze dieren vrij zijn, hoeft hun welzijn niet juridisch te worden gegarandeerd.Voor dieren die niet vrij leven, dieren die zijn gedomesticeerd of die als vee worden gehouden, kennen wij sinds 1922 de Gezondheids- en Welzijnswet. Deze wet beoogt juist het welzijn van de individuele dieren te beschermen.Dat dieren worden beschermd, wil nog niet zeggen dat zij in onze maatschappij rechten hebben. Dieren zijn rechtsobject: roerende zaken die van eigenaar kunnen veranderen, verhuurd kunnen worden en die mogen worden bejaagd of geslacht.Het dier is niet zoals de mens een rechtssubject: het kan in onze wetgeving geen drager zijn van rechten en plichten. In de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren wordt volgens ons voorbijgegaan aan een essentiƫle zaak die fundamenteel en natuurlijk is voor ieder wezen, namelijk recht op vrijheid.In ons rechtssysteem passen we het recht op vrijheid wel op onszelf toe. In de belangrijkste, eerste zeventien wetsartikelen die de Grondwet kent, de klassieke grondrechten, is getracht dit recht op vrijheid te waarborgen. Wie deze artikelen leest en zich voorstelt dat we aan dieren gelijkwaardige rechten toekennen, zal ontdekken dat zoiets best mogelijk is. We hoeven het dier - binnen ruimere grenzen dan nu - alleen maar vrij te laten.Als het dier wel goed wordt verzorgd maar zich niet natuurlijk en vrij mag gedragen, is dit volgens ons een vorm van dierenmishandeling. Het feit dat fokzeugen maandenlang aan een korte ketting worden gehouden is een schrijnend voorbeeld van schending van haar bewegingsvrijheid.In artikel 15 van de Grondwet staat dat 'buiten de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen.' Welk misdrijf heeft het mestvarken begaan dat het zijn leven moet slijten met te veel dieren in een te kleine, ongezonde ruimte? Dit leidt, net als bij mensen, tot verveling en agressie.Ook het scheiden van koe en kalf direct na de geboorte is een vorm van het behandelen van een dier als object. De functie van het kalf is het opwekken van de melkgift bij de moeder door te worden geboren. Daarna wordt het afgedankt en in een kist geplaatst om zo snel mogelijk slachtrijp te worden gemaakt.WAT moeten we ons in de praktijk bij een recht op vrijheid voor dieren voorstellen? Wanneer we ons standpunt doortrekken naar de bio-industrie, dan is de conclusie onvermijdelijk dat de intensieve veehouderij zal moeten worden afgeschaft. Bijkomend voordeel hiervan is dat daarmee ook andere (milieu)problemen definitief verholpen worden (denk aan het mestoverschot). Vlees eten in de huidige mate is niet noodzakelijk en we zijn in staat om smakelijke en gezondere alternatieven te verzinnen. Tijd dus voor een historisch breekpunt in onze houding tegenover de natuur.Dat betekent nog niet dat we tegen alle vormen van veehouderij of tegen alle inperking van de bewegingsvrijheid van dieren zijn. Ook willen we niet ingrijpen in de natuurlijke kringloop, waarin vrijwel ieder dier wordt gegeten door andere dieren. Ook de mens maakt deel uit van deze kringloop. Wij hebben er geen probleem mee dat dieren gegeten worden, mits tijdens hun leven bewegingsvrijheid en natuurlijk gedrag mogelijk is.Als rechten voor dieren wettelijk zouden worden vastgelegd dan moet dit recht afdwingbaar zijn. Zonder dat heeft een recht geen enkele waarde. Een dier kan en hoeft uiteraard niet zelf een beroep op zijn recht te doen. De huidige wettelijke vertegenwoordigers zouden daadkrachtiger kunnen optreden dan nu, omdat zij nu steeds moeten aantonen dat het welzijn in het geding is. Uiteraard realiseren we ons dat het hanteren van een begrip als vrijheid nog nadere invulling behoeft voordat het in de juridische praktijk is toe te passen. De rekbaarheid van het begrip 'vrijheid' is echter geen tegenargument voor hantering in de wet, maar een uitdaging. Als eenmaal de grenzen van de vrijheid voor dieren wettelijk zijn vastgelegd, dan is vrijheidsberoving gemakkelijk te constateren. Bewegingsvrijheid voor dieren is al enige miljoenen jaren eigen aan de natuur. Naast de mens is er in de natuur geen wezen dat een ander (zo langdurig en zo extreem) de vrijheid beneemt om later als consumptie-artikel te dienen. Ook heeft de mensheid al enige duizenden jaren ervaring met het vastleggen en verdedigen van haar vrijheid. Zouden we dat dan ook niet voor dieren kunnen doen?Door van den Borst is jurist; Bert Stoop is psycholoog.