*

 
dossier

Archief

Minister zet krijgsmachtdeel onder curatele Blunder luchtmacht kost 100 miljoen

JAN HOEDEMAN; EWOUD NYSINGH − 08/12/94, 00:00

De Koninklijke Luchtmacht heeft met de aankoop van twee DC-10's van Martinair door eigen toedoen een strop geleden van minstens honderd miljoen gulden....

Van onze verslaggevers

Jan Hoedeman

Ewoud Nysingh

DEN HAAG

Staatssecretaris van Defensie Gmelich Meijling heeft de luchtmacht onder financiële curatele geplaatst, mede omdat de luchtmacht op het punt staat voor anderhalf miljard gulden aan bewapende helikopters te kopen.

De Tweede Kamer heeft op 21 november een brief van Meijling over de affaire gekregen. Die maandagavond bombardeerden Nederlandse F 16's Servische doelen in Kroatïe. Op dat moment hebben de Tweede-Kamerleden geen acht geslagen op de brief van de staatssecretaris.

Een dag later, tijdens de begrotingsbehandeling van het door zware bezunigingen getroffen ministerie van Defensie, is er door geen enkel kamerlid gesproken over het fiasco bij de luchtmacht. Er is in de Kamer ook geen vraag gesteld over hoe dit financiële debacle zich verhoudt tot de wens van minister Voorhoeve om 250 miljoen minder te bezuinigen in 1997 en 1998.

Woensdagmiddag, tijdens een besloten vergadering van de vaste kamercommissie van Defensie, is besloten nog voor het kerstreces op de affaire terug te komen.

Commodore Starink is aangesteld om toe te zien op de handelingen van de directeur-generaal materieel van de Koninklijke Luchtmacht, generaal-majoor drs D. Altena. Starink en een aantal nieuwe controlmanagers rapporteren niet alleen aan de bevelhebber van de luchtmacht, maar even intensief aan de directeur generaal materieel van de gehele krijgsmacht, Fledderus.

De voormalige staatssecretaris Frinking (CDA) ontdekte in januari 1994 de affaire en heeft onmiddellijk een onderzoek ingesteld. Zijn opvolger Gmelich Meijling (VVD) heeft wel de conclusies van die rapportage vermeld in zijn brief, maar de rapportage zelf wordt niet naar buiten gebracht. PvdA-kamerlid Vos: 'Ik wil die rapportage van de staassecretaris alsnog zien, voordat we hierover een goed oordeel kunnen vellen.'

De affaire kwam in februari van dit jaar boven bij de politieke top van Defensie. Staatssecretaris Frinking werd door de luchtmachttop geconfronteerd met het debaële.

In september 1993 ontdekte de luchtmacht dat de kosten voor het ombouwen van de DC-10's tot tankvliegtuigen voor F 16's uit de hand liepen. Pas in januari is de top van de luchtmacht tot actie overgegaan om de kosten te beheersen. Toen het niet lukte de problemen intern op te lossen en de rekeningen onbeheersbaar werden, moest de zware gang naar de staatssecretaris voor materieelzaken worden gemaakt.

Frinking zei gisteravond: 'Ik zei in februari tegen de luchtmachttop: ''Ik ga hier absoluut niet mee akkoord.'' Mijn eerste aanvlieging was: we stoppen met dit project. Maar we zaten er al te ver in. Ik heb tegen de luchtmacht gezegd dat ze deze overschrijdingen helemaal zelf zouden moeten betalen.'

Nadat een volgens ingewijden 'asgrauwe' Frinking met het slechte nieuws bij minister Ter Beek binnenkwam, is de bevelhebber van de luchtmacht, luitenant-generaal Manderfeld, onmiddellijk naar de Verenigde Staten gegaan om de schade zoveel mogelijk te beperken.

Defensie heeft in juni 1992 een tweetal tweedehands DC10's aangekocht van Martinair. De ombouw van de DC10's tot tankvliegtuigen bleek gecompliceerd. Het project werd uitbesteed aan de Amerikaanse luchtmacht, die een kostenraming maakte.

Op het moment dat het concept-contract aan de zogeheten Contractencommissie van het ministerie van Defensie werd voorgelegd, zagen de kostenanalyses er vertrouwenwekkend uit. McDonnel Douglas voerde op last van de Amerikaanse luchtmacht een haalbaarheidsonderzoek uit naar de ombouw van de DC-10's. De Nederlandse luchtmacht heeft verzuimd daaraan parallel een onafhankelijke instantie een oordeel te vragen.

Frinking: 'De Amerikaanse luchtmacht heeft kosten van McDonnel Douglas geaccepteerd, die voor ons onacceptabel waren. Wat voor ons groot geld is, is dat niet voor de Amerikanen.'

Toen het eenmaal fout ging, is de situatie voortdurend onderschat door de directie materieel van de luchtmacht. 'Er zijn weinig mooiere voorbeelden van Murphy's Law denkbaar', zegt een Defensie-bron. McDonnel Douglas had een monopoliepositie, waardoor er een contract werd voorgelegd, dat een wurgcontract bleek te zijn toen de zaak uit de hand liep. Het contract heeft een open einde: alle tegenvallers worden tot de oplevering in juni volgend jaar in rekening gebracht. Omdat er nooit eerder een DC-10 tot tankvliegtuig is omgebouwd, zaten er ontwikkelingskosten aan het project vast, die ook op rekening kwamen van de Nederlandse overheid.

Een ingewijde stelt dat de centrale organsatie van het ministerie van Defensie veel te laat in kennis is gesteld van het uit de hand lopende project, omdat de financïele expertise bij de drie verschillende krijgsmachtdelen zit. De bevelhebbers maakten tot voor kort zelf uit wanneer de politieke top cijfers krijgt.

Een andere defensiebron zegt: 'Wat een belangrijke rol speelt in deze affaire, is dat de luchtmacht bij verwervingsopdrachten altijd zeer nonchalant is. Steeds is onderschat dat dit een financiële ramp kon worden. Niemand heeft tijdig zijn verantwoordelijkheid genomen.'

Het Defensie Materieel Planningsproces, dat is ingesteld na de affaire met de Walrus-onderzeeboten, heeft niet gewerkt. 'Dat komt doordat bij de luchtmacht geen controle is geweest op de voortgang van het project.' De luchtmacht heeft als enige krijgsmachtdeel geen sous-chef projecten.

mailIcon print |