*

 
dossier

Archief

Iran bestookt kampen Koerdisch verzet in Irak

GUIDO GOUDSMIT − 10/11/94, 00:00

Iran buit zwakte Irak uit in strijd tegen oppositie Van onze buitenlandredacteur..

Guido Goudsmit

AMSTERDAM

De Iraakse paraplu waaronder een aantal Iraanse oppositiebewegingen beschutting heeft gezocht, is kapot. Iran, dat zondag Scud-raketten afvuurde op een basis van de Mujahedin e-Khalq (Volksstrijders) bij Bagdad, bombardeerde gisteren kampen van de Democratische Partij van Iraans Koerdistan (DPKI) in noord-Irak.

Precieze gegevens over slachtoffers en materiële schade in de Iraanse verzetshaarden in Irak ontbreken, maar de slag zal hard zijn aangekomen. Het lijkt erop dat het Iraanse verzet samen met Saddam Hussein in het stof moet bijten, sinds deze zich vorige maand verkeek op de politieke gevolgen van zijn militaire manoeuvres.

Saddams spreekbuis al-Jumhuriyya noemde de Iraanse heersers gisteren 'slangen van de Oriënt' en waarschuwde voor vergeldingsmaatregelen. Maar Iran voelt zich de sterkste in de wetenschap dat de Iraakse lange-afstandsraketten na de Golfoorlog van 1991 op last van de VN zijn ontmanteld.

Anders dan Saddam, die zich op grond van internationale afspraken niet meer in noord-Irak mag vertonen, valt Iran bases in Noordiraaks 'vrij Koerdistan' aan. Het is een publiek geheim dat het niet botert tussen de 'vrije' Iraakse Koerden en de Iraanse DPKI, omdat deze al lang met Saddam samenwerkt.

De Iraniërs buiten de zwakte van Irak uit om af te rekenen met de 'contrarevolutie', die in hun ogen is vleesgeworden in de Mujahedin e-Khalq en de DPKI. Beide bewegingen hebben in Iran een groot reservoir om uit te putten - er zijn alleen al zes miljoen Iraanse Koerden - maar het is onduidelijk op hoeveel werkelijke steun zij bogen.

Het Iraanse regime neemt geen risico nu berichten over de politieke desintegratie van het islamitische stelsel hardnekkig de kop blijven opsteken. Zelfs in de hoogste Iraanse legerkringen is in augustus openlijk verzet gerezen tegen de repressie van de groeiende burgerlijke onrust. In één geval, in de stad Qazvin, weigerden reguliere soldaten zelfs eenheden van de Revolutionaire Gardisten te hulp te schieten bij het neerslaan van een oproer.

Een groep Iraanse academici en schrijvers hield vorige maand een opmerkelijk pleidooi voor vrijheid van meningsuiting, een teken dat de oppositie tegen de islamitische theocratie aan kracht wint.

Hoewel sinds begin jaren tachtig veelvuldig Iraanse oppositieleiders in het buitenland zijn vermoord door de Iraanse geheime dienst, is het de Iraanse regering niet gelukt infiltratie door haar tegenstanders vanuit Irak tegen te gaan.

Irak en Iran hebben na hun oorlog (1980-'88) nooit een formeel vredesverdrag getekend. Beide landen hebben het raadzaam geacht te blijven stoken in het buurland door wederzijdse oppositiegroeperingen de hand boven het hoofd te houden. Zo steunen de Iraniërs op hun beurt het shi'itisch verzet in Irak.

De islamitische republiek voert de infiltratiepogingen, sabotage-acties en terreuraanslagen door het gewapend verzet in het Iraanse binnenland aan als rechtvaardiging voor haar raket- en luchtaanvallen.

Zo schoof zij de Mujahedin deze week twee bomaanslagen in een volksbuurt in zuid-Teheran in de schoenen, waarbij maandagnacht zeker twee burgers om het leven kwamen.

De Mujahedin, een links-islamitische organisatie die in 1979 met ayatollah Khomeini c. s. tot de revolutionairen van het eerste uur behoorde, spreken dit soort beschuldigingen glashard tegen. Het Iraanse regime komt nooit met onafhankelijke bewijzen om zijn aantijgingen mee te staven. Volgens de beweging, die begin jaren tachtig ondergronds werd gedreven, zetten de mullah's de aanslagen in scène om haar in diskrediet te brengen.

Iran-kenners menen dat de Mujahedin weliswaar de enige goed gestructureerde oppositiegroepering in Iran zijn anders dan de Koerdische DPKI, maar hun activiteiten zouden zich tot het westen van het land beperken: het grensgebied met Irak. De Mujahedin zouden technisch gesproken niet achter de opstanden kunnen zitten die eerder dit jaar in de oostelijk en centraal gelegen steden Mashad, Zahedan en Qazvin uitbraken.

De internationale steun voor de Mujahedin brokkelt inmiddels pijlsnel af, hun professionele propaganda ten spijt. Vorige week bracht het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een rapport uit aan het Congres, waarin de beweging als irrelevant, ondemocratisch en onderhorig aan Saddam Hussein werd afgedaan. De Amerikanen zijn langzamerhand zo vies van Saddam dat ze de Iraanse president Rafsanjani en zijn regime bijna clean zijn gaan vinden.

De Mujahedin, die tot in Nederland onder de naam Nationale Raad van het Iraanse Verzet opereren, reageerden woedend op het rapport. 'Tot de laatste adem en tot de laatste druppel bloed' zal het verzet tegen de religieuze dictatuur doorvechten, schreven zij. Het Amerikaanse rapport, meenden de Mujahedin, is 'een vervolg van de Irangate-politiek'.

Hoewel de Amerikaanse regering officieel nog altijd een politiek van dual containment voert, waarbij Irak èn Iran als agressieve staten aan de leiband liggen, kan de Iraanse regering zich meer veroorloven dan de Iraakse regering. De val van Saddam Hussein is verheven tot een officieuze Amerikaanse doelstelling, omdat hij als onverbeterlijk wordt beschouwd. Daarentegen is de hoop dat het Iraanse regime zich van binnenuit hervormt, nog niet opgegeven.

mailIcon print |