Een boek laten bewegen, dat is de poging die Christiaan Weijts (1976) onderneemt in de ‘dansnovelle’ De etaleur. Op uitnodiging van het 50-jarige Nederlands Dans Theater bracht de schrijver dagen door in de Haagse dansstudio’s....
De etaleur lijkt nauwelijks over dans te gaan. Halverwege duikt een voormalig danseres op, Vita Laurier, als eerste (gemiste) liefde van de hoofdpersoon, etaleur Victor Zuid. Het verhaal gaat vooral over de spagaat waarin de zwervende Zuid zit tussen zijn 21ste-eeuwse ideeën over de etalage als podium, en de motivatie van actiegroep Paint It Green om eerlijke handel af te dwingen. Op zijn nachtelijke dwaaltochten door warenhuis Cocagne (‘luilekkerland’) waar hij een revolutie in etaleren mag ontketenen, filosofeert Zuid over de liefdes in zijn leven, het toeval, de wil en andere zaken die de mens beweegt. Weijts zoekt terloops een antwoord op de vraag ‘Wat beweegt de mens?’, zelfs vanuit het perspectief van een bewaarengel.
Hoewel deze tamelijk machteloze engel in het luchtledige blijft hangen, biedt diens positie Weijts wel de gelegenheid in vogelvlucht ruimtelijke beweging te beschrijven: van mensenmassa’s in een stad, van spullenstromen in de handel. Zo gezien zit er dus wel beweging in het boek.
Ook in zijn stijl heeft Weijts gespeeld met ritme en tempo: veel zijsprongen, tussenzinnen en alliteratie. Zelfs in de typografie is met licht en donker gewerkt, volgens Weijts als ‘equivalent van podiumeffecten’. Het experiment overheerst daardoor in deze dansnovelle. Weijts heeft dans gereduceerd tot menselijke beweging achter de hyperdynamiek van de 21ste eeuw. Het interessantst is de passage waarin etaleur Zuid de klanten tot virtuele etalagepoppen maakt. Daarin toont Weijts zich een rake beschouwer van het moderne leven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.