*

 
dossier

Archief

Hou de energie in de wijk

Marc van den Eerenbeemt − 30/09/09, 00:00

Alfredo Brillembourg en Hubert Klumpner, bekend van hun onorthodoxe sloppenwijk-architectuur, maakten een plan voor de verbetering van de Utrechtse wijk Hoograven.Door Marc van den Eerenbeemt..

‘Wie huizen afbreekt, verwoest families en sociale structuren. Dan bouwen mensen niet meer voort op wat ze hebben opgebouwd. Ze kunnen zichzelf niet verbeteren, maar moeten steeds opnieuw beginnen.’

Aan het woord is Alfredo Brillembourg, via een krakerige telefoonverbinding uit Caracas in Venezuela. Hij spreekt over de wijk Hoograven in Utrecht. Een half jaar geleden was hij met zijn vennoot Hubert Klumpner voor het laatst in de wijk in de zuidoosthoek van Utrecht, een eilandachtige buurt tussen twee snelwegen, een kanaal en een spoorlijn.

Het duo sprak toen op uitnodiging van Utrecht Manifest, een tweejaarlijks evenement over maatschappelijk verantwoord ontwerpen. Volgende week zijn zij terug. Onder de noemer Hoograven Invites You!, een stedenbouwkundig onderzoek, zullen zij hun ideeën lanceren om van de wijk een beter oord te maken.

Hoograven is een gekleurde wijk. Eenderde van de 14.500 bewoners is allochtoon; eenachtste is van Marokkaanse afkomst. De buurt is niet zo berucht als de Utrechtse probleemwijk Kanaleneiland, maar geniet sinds vorig jaar enige bekendheid, toen een aantal mensen door Marokkaans-Nederlandse jeugd werden weggepest en er autobranden werden gesticht.

De gemeente Utrecht gaf Hoograven op voor een kwalificatie als Vogelaarwijk, om daarmee subsidie binnen te halen voor een groot verbeterprogramma. Maar de buurt bleek niet slecht genoeg voor de Haagse beslissers. Voor de gemeente is de wijk wel degelijk een ‘aandachtswijk’.

Buurtcoaches, straatcamera’s en frequente politiepatrouilles moeten de leefbaarheid verbeteren. Wijkmanager Ton Lindhout citeert in het wijkbureau uit een intern document: ‘Heel Utrecht scoort wat beter op leefbaarheid en criminaliteit. Hoograven gaat ook beter, maar blijft toch nog achter bij andere wijken.’

Brillembourg en Klumpner, beiden hoogleraar aan de Columbia University in New York, gingen met hun studenten een week mee de wijk in. Voor Utrecht Manifest maken zij een verbeterplan voor de wijk. Wijkmanager Lindhout: ‘ We moesten wel uitleggen wat het probleem is hier. Hoograven is van een andere orde dan een sloppenwijk in Venezuela. De wijk is in potentie goed. Ruim opgezet, veel groen. Het probleem zit hem vooral in het gebrek aan sociale cohesie.’

De architecten schrikken niet terug voor onorthodoxe oplossingen. Over twee maanden worden hun aanpassingen van de sloppenwijken van Caracas in gebruik genomen. Zij kregen de opdracht de leefbaarheid te verbeteren in de illegaal gebouwde en chaotische bario’s. Maar Brillembourg en Klumpner wilden geen bulldozers op pad sturen.

Een kabelbaan gaat de bario’s ontsluiten. In de stations worden sociale en culturele centra gevestigd. Ook bouwden zij op de schaarse open plekken sportcentra met meerdere verdiepingen en een vrij te betreden dak. De ‘etages’ in de sloppenwijken verbonden zij met grote ijzeren trapstructuren.

Harm Scheltens, eigenaar van meubelfabriek Pastoe in Hoograven en mede-initiatiefnemer van Utrecht Manifest, is onder de indruk van de ontwerpen en ideeën van de Venezuelanen. ‘Zij zetten de mens centraal en bedrijven horizontale architectuur. De mensen die de wijk bewonen, zijn voor hen heilig. Met die mensen willen ze doorbouwen aan de wijk. Dat gebeurt niet van bovenaf.’

Hoograven is een curieus allegaartje. De wijk grossiert in bouwstijlen en woningtypes. Er zijn keurige gezinswoningen en troosteloze portiekflats. Ruime nieuwbouwwoningen zijn aan de achterzijde opgesierd met zogenoemde broekenscheurders: stalen pinnen die inbrekers het binnenklimmen moeten beletten.

Een echt centrum ontbreekt, of het moet het nieuwe woon- en winkelcomplex Hart van Hoograven zijn, dat vandaag officieel wordt geopend. Wat opvalt, is de ruime opzet; parkjes en groenstroken zijn ruim aanwezig. Bijna de helft is eigen huis, een even groot deel is sociale huurwoning. Driekwart van de huizen is gebouwd na 1945.

‘Hier krijg je al snel het idee van sloop en nieuwbouw’, zegt Reijnder-Jan Spits, gebiedsmanager Hoograven van woningbouwvereniging Portaal, een van de drie corporaties met veel bezit in Hoograven.

Hij zit met een dilemma: ‘De afgelopen decennia hebben we in Nederland te weinig gedaan aan vervanging van huizen. We zitten nu met een prop aan vervallen naoorlogse bezit. Alles neerhalen kan niet. Dan mis je de woningen om al die mensen te huisvesten.’

Die ‘klassieke’ Nederlandse aanpak van probleemwijken wordt door Scheltens van Pastoe fel van de hand gewezen. ‘Breken en bouwen. Dat doen wij met onze slechte buurten. We stellen vast dat er een beetje te veel van een bepaald soort mensen zit en halen dan hun huizen neer. We bouwen duurdere huizen terug. Daar komen dan vervolgens andere mensen te wonen. We vergeten wat ooit de bedoeling was van deze wijken: sociale harmonie en ontplooiing van het individu.’

Verwacht nu geen kabelbaan boven Hoograven, zoals in Caracas, al zou dat bij de hangjeugd zeker in de smaak vallen. Brillembourg heeft een beter idee. ‘Marokkanen hebben meer ruimte nodig om zich te kunnen ontplooien’, zegt hij. ‘Nu zitten ze met een groot gezin in een klein appartement. Verplaats ze niet naar een andere wijk, maar bouw een laag tegen hun huidige woning aan. Daar stop je een extra slaapkamer in, nieuwe bekabeling of een extra badkamer. Ben je klaar met de aanbouw, dan breek je door de muur naar de bestaande woning en heb je een huis voor een groot gezin of een woning voor meer generaties. Zonder verhuizen.’

De kern van de plannen van Brillembourg en Klumpner is het creëren van drie centra in de wijk, waarbij wordt aangesloten bij bestaande voorzieningen. Belangrijker dan het ontwerpen van een mooi gebouw is het op gang brengen van sociale processen, vinden zij. En dat is een boodschap die veel Nederlandse architecten volgens hen zijn vergeten.

Tussen de moskee en het nieuwe winkelcentrum Hart van Hoograven kan een Arabische markt gebouwd worden. Organisator Scheltens: ‘Nu gaan heel veel mensen nog de wijk uit voor hun boodschappen. Dan kan iedereen samenkomen op de markt, van allochtoon tot autochtoon, van hooggeletterde tot intellectueel. De rotjongens brengen op hun scooters dan de boodschappen rond.’

Brillembourg: ‘In de appartementsgebouwen en de garageboxen zou je kleine ondernemers de ruimte kunnen geven. Laat mensen de buurt niet verlaten voor hun werk, maar houdt die energie in de wijk.’

Een tweede hot spot is de zuidwesthoek van Hoograven, waar drie roeiverenigingen zitten en V.V. Hoograven, de voetbalclub van de buurt. Dat sportieve centrum willen de architecten versterken met meer sportmogelijkheden. Scheltens: ‘Een open voorziening, van een skatebaan tot een fitnessclub, waar de jongens uit de buurt de Olympisch kampioenen van de roeibaan ontmoeten. Als de roeiers betere voorzieningen willen, dan mag je ook van ze verwachten dat ze zich meer met de buurt bemoeien.’

Het derde centrum zou opgebouwd moeten worden rond de Pastoefabriek van Scheltens, tegen het stadscentrum aan. Brillembourg roept de Hogeschool voor de Kunsten en de Universiteit Utrecht op om vestigingen in dit deel van Hoograven te openen. ‘Nu expandeert de universiteit op boerenland aan de rand van de stad, in plaats van bij te dragen aan een goed leefklimaat in de stad.’

De plannen van de Venezuelanen zijn nog maar plannen. Na inspraakrondes willen ze volgend jaar een eindplan presenteren. Ook het wijkbureau is bezig met het verzamelen van ideeën van bewoners om de wijk te verbeteren. En dan is het aan de gemeente en de wooncorporaties om te beslissen wat ze gaan doen.

Op een van de plekken waar vernieuwd en verpauperd Hoograven elkaar ontmoeten, aan de Montfoortlaan in Hoograven-zuid, stapt buurtbewoner Shaik Maddoe (35) in zijn auto. De arts woont al acht jaar in een nieuwe eengezinswoning. Toen hij hier kwam, was er sprake van sloop van de verpauperde Rietveld-flats aan de overkant. Maar van hem hoeft het niet meer.

‘Waar moeten die mensen heen? Het zijn grotendeels aardige, rustige mensen. Die moeten dan verkassen richting Kanaleneiland. Daar hebben ze al problemen genoeg.’

mailIcon print |