*

 
dossier

Archief

Een these kan net zo goed  in een tekstballon

Door Joost Pollmann − 15/08/09, 00:00

Een vraag voor de visueel ingestelde generatie: kan wetenschap toegankelijker worden gemaakt met stripverhalen? Een proef op de som in het Darwinjaar en een blik op de formules van logicus Bertrand Russell....

Superman kan veel, maar niet alles. Hij kan bijvoorbeeld vijftien keer zo hoog springen als een menselijk wezen, omdat hij gewend is aan de zwaartekracht op de planeet Krypton, maar hij kan niet twee wolkenkrabbers tegelijk optillen. Nou ja, je kunt wel tekenen dat hij zo’n staaltje volvoert, het is alleen fysisch onmogelijk, omdat de flatgebouwen niet rechtop willen blijven staan; ze tuimelen omver.

Supermans armen zijn te kort. Dat concludeert professor James Kakalios, een Amerikaanse natuurkundige die zijn studenten aan de hand van superheldengedrag wegwijs maakt in de wereld van de wetmatigheden.

In 2005 schreef hij het boek The physics of superheroes en bewees daarmee dat het heel goed mogelijk is met een schijnbaar lollige introductie serieuze bèta-materie te onderwijzen. Kakalios heeft schoolgemaakt, want twee jaar na zijn boek verscheen What’s Science Ever Done For Us: What the Simpsons Can Teach Us About Physics, Robots, Life, and the Universe van Paul Halpern. U leest het goed: de Simpsons!

Toch is er in de Verenigde Staten niks nieuws onder de zon, want daar werd al in de jaren veertig van de vorige eeuw geëxperimenteerd met educatieve strips. De Universiteit van Pittsburgh noteerde in 1944 dat ruim honderd artikelen in de vakpers het didactisch gebruik van stripboeken bespraken, en in datzelfde jaar wijdde het Journal of Educational Sociology er zelfs een heel nummer aan.

Inmiddels is het educatieve beeldverhaal zozeer gemeengoed geworden, dat de Anne Frank Stichting samen met tekenaar Eric Heuvel de stripboeken De Ontdekking en De Zoektocht produceerde om scholieren bij te praten over de Tweede Wereldoorlog. Toenmalig staatssecretaris Clémence Ross gaf in 2005 als Nationaal Geschenk zelfs 200 duizend stuks van De Ontdekking aan het voortgezet onderwijs. En de jubilerende ANWB maakte vorig jaar voor het basisonderwijs een Veilig Verkeer-pakket met Donald Duck, landelijk verspreid in een oplage van 285 duizend exemplaren. Dat mag je toch wel een institutionele erkenning van de strip als leermiddel noemen.

Nieuwe content
Maar ook de markt begint te ontdekken dat de strip een goed (en goed verkoopbaar) vehikel is voor een nieuw soort content. Deze zomer zijn er twee vertalingen van stripboeken die wetenschappelijke theorieën tot onderwerp hebben. Dus geen getekende biografieën zoals Suspended In Language : Niels Bohr’s Life, Discoveries, And The Century He Shaped van stripmaker Mike Ottaviani, maar rijk geïllustreerde boeken die recht proberen te doen aan het gedachtengoed van wetenschappers als Charles Darwin en Bertrand Russell.

Een strip over natuurlijke selectie kon in het Darwinjaar niet uitblijven. Artis kwam in samenwerking met de supermarkt Dekamarkt (!) al met een aan Darwin gewijd stickerboek vol ‘strips, puzzels, doepagina’s en prachtige foto’s’. Voor de kleintjes dus. Uitgeverij Atlas volgde een paar weken terug met een ambitieuzere stripbewerking van Over het ontstaan van soorten, dat met een minimum aan dramatisering zoveel mogelijk inzicht moet geven in de evolutietheorie. Aan het eind van het boek is Darwin afgebeeld met zijn beroemde witte baard, en ironisch genoeg lijkt hij daarmee sprekend op zijn grote concurrent: de Schepper. ‘Het is werkelijk prachtig hoe alles bij elkaar komt’, zegt de geleerde met vergenoegde blik.

Interessant ook om te lezen in welke bewoordingen Atlas het boek aankondigde: ‘In deze stripbewerking hebben tekenaar Nicolle Rager Fuller en journalist Michael Keller Charles Darwins baanbrekende wetenschappelijke werk uit 1859 bewerkt, zodat dit eindelijk toegankelijk zal zijn voor een groot publiek. Het verhaal is op levendige wijze vertolkt en zal Darwins verhandeling introduceren bij een nieuwe, visueel ingestelde generatie.’

De crux zit ’m in die laatste vijf woorden. Er is een generatie opgestaan die informatie niet langer tot zich neemt met teksten, maar met beelden. Verhandeling wordt verhaal, ‘droge kost’ wordt vermenselijkt. Zet een these in een tekstballon en zij klinkt als spreektaal – gezellig bijna. Toegankelijke plaatjes en een slim scenario doen de rest. Die communicatieve kant van strips vormt de rode draad op de site stichtingbeeldverhaal.nl, een kenniscentrum dat ruim zeshonderd artikelen bevat over alle ontwikkelingen in binnen- en buitenland op het gebied van strips-in-de-klas en de kunst van het beeldlezen.

‘Visualisering kan data begrijpelijk maken die dat eerst niet waren’, luidt een van de stellingen in een wetenschappelijke bijdrage over de opmars van beeld in het onderwijs.

Een mooie testcase is het boek Logikomix van de veramerikaanste Grieken Apostolos Doxiadis en Christos Papadimitriou, dat ‘de queeste naar de grondslagen van de wiskunde’ in beeld brengt. De kern van deze graphic novel is het leven van de Britse logicus en pacifist Bertrand Russell.

Een zuivere biografie kun je het overigens niet noemen, omdat de schrijvers het accent leggen op de ontwikkeling van zijn ideeën. Hoe scheid je rationele argumenten van irrationele? Wat zijn de logische fundamenten van de Euclidische wiskunde? Wat kan een dwaaltocht door een doolhof je leren over het maken van verstandige keuzes?

Schoolbord
‘X: Y v Z = 1, als Y=1 of Z=1.’ Het staat op een schoolbord, en Russell heeft het er met een krijtje opgeschreven. Een formule die het resultaat is van een mooie zomermiddag met zijn liefje Alys in een labyrint van ligusters. In dergelijke scènes is Logicomix op zijn best: de wiskundige probeert in een weerbarstige materie zijn weg te zoeken, en de lezer mag het eureka-moment meebeleven.

Bijvoorbeeld bij de geboorte van de Paradox van Russell, die de poten wegzaagde onder de verzamelingenleer waar collega Cantor zijn levenswerk op grondvestte. Als iedereen geschoren moet worden door een kapper, door wie moet de kapper dan geschoren worden? Een spannend moment, zeer fraai in beeld gebracht door tekenaar Alecos Papadatos. Maar kan het een lesboek vervangen? Leer je rekenen door te kijken naar de film A beautiful mind, met Russell Crowe als genie?

Nou nee. Zoals zo vaak het geval is met educatieve strips, schuilt het ‘nut’ ervan vooral in de verpakking: die ziet er zo fraai uit, dat niet-ingewijden onderwerpen durven te benaderen waar ze normaal gesproken met een wijde boog omheen lopen. Oneerbiedig gezegd: de strip als glijmiddel. Maar ook dat is een verdienste, want er wordt een hoop stroefheid, vooringenomenheid en onwetendheid mee weggenomen. Bij de leek.

mailIcon print |