*

 
dossier

Archief

Bikini's in de jungle Suriname White Beach

Stieven Ramdharie en, fotograaf Guus Dubbelman zien er een teken in van groeiend toerisme. − 15/03/08, 00:00

Midden in het oerwoud kreeg Suriname een wit strand. Stieven Ramdharie en fotograaf Guus Dubbelman zien er een teken in van groeiend toerisme....

Het regent plotseling pijpestelen, kogelronde druppels zoals ze alleen in Suriname in de Kleine of de Grote Regentijd kunnen vallen. In het water dobbert een Creoolse dame in een waterfiets, gewapend met een zuurstokroze paraplu. Jochies proberen visjes te vangen met een netje. Wie verderop in de rivier piranha’s vangt, kan ze laten bakken in het restaurant van Andrew Jacobus, in een pikant tomatensausje.

Bij het strand keuvelen twee vrouwen, tot hun middel in het water, alsof er niets uit de hemel valt. En het blijft maar regenen op White Beach, Suriname’s enige stukje zand dat voor een echt strand kan doorgaan. En niemand die het water van de Suriname-rivier uit wil vluchten om ergens te schuilen. Om even te gaan liggen in een hangmat. Om even helemaal niets te doen. Gewoon luisteren naar de druppels die kletteren op de zinken daken. Want regen in dit land, al dat water op je hoofd midden op een tergend hete dag, kan een hemelse ervaring zijn.

Strand?

In Suriname?

Nogmaals: strandplezier in een land gezegend met zoveel tropisch natuurschoon, maar vervloekt met een blubberige modderkust?

Ja, ja, we hebben een strand, zegt Vivian (49), uitbater van de waterfietsen op White Beach, het populaire vakantieoord midden in de jungle. ‘Eindelijk. We voelen ons in het buitenland. Op vakantie, maar dan in eigen land.’

Oké, het telt slechts 500 meter en het is kunstmatig aangelegd. En je kijkt niet uit op de zee maar op een koffiebruine rivier. En op oerwoud, nota bene de plek van Surinames laatste leprozenkolonie.

So what?

Reggaemuziek klinkt achter het strand. Een Creoolse man heeft, liggend in zijn hangmat, het volume iets hoger gezet. Iets verderop luieren drie Nederlandse stagairs, ook in hun hangmat. Niets hoeft, niets moet. ‘Het is een aanwinst dat je in Suriname toch het strandgevoel kan beleven’, roept Lisanne (21) . ‘Krijg je toch het gevoel dat je in de Cariben bent.’

Stanley Nelstein uit Rotterdam staart, veilig vanuit zijn hutje aan het water, naar de mist die over de rivier trekt. Twee Braziliaanse meisjes, gehuld in piepkleine bikini-broekjes, flaneren over het hagelwitte strand. Nelstein (60) kon zijn ogen niet geloven toen Vivian, een kennis, vertelde over White Beach en hem uitnodigde een keertje te komen kijken op vakantie. Bedacht allemaal door een Surinaamse Nederlander die op het stuk grond, op nog geen uur rijden van Paramaribo, zijn villa met jachthaven wilde bouwen.

Nadat het zand was opgespoten, 1 meter 60 hoog, werd hij echter meteen belaagd door bezoekers uit de stad die er graag een dagje wilden vertoeven. White Beach was geboren. Dat was 2004. Nu komen ruim 100 duizend bezoekers elk jaar naar het stukje Cariben in de jungle.

Nelstein: ‘Dit hadden ze veel eerder moeten doen.’

[Vervolg op pagina R05]

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
[vervolg van pagina R01]

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
N ee, hij gaat straks niet liggen bakken als de regen is opgehouden en de zon weer doorbreekt. ‘Dat is toch niks voor Surinamers, meneer? Nee, ik zit prima, hier. Zo geniet ik ook.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Op White Beach kun je zomaar Desi Bouterse borrelend aantreffen, inclusief gevolg. Of de vice-president. Temidden van de gewone Surinamers – diegenen tenminste die zich de toegangsprijs van 2,50 euro kunnen veroorloven - die zich voor een dagje willen wanen aan een hagelwit strand dat ze alleen kennen uit de film of van televisie. Een strand in een land waar ze zonnen maar tijdverkwisting vinden.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
White Beach richt zich dan ook vooral op de ‘Euro-Surinamer’: kapitaalkrachtige Surinamers uit Nederland die al jaren een flink deel vormen van de groeiende toeristenstroom. ‘Ze kennen Suriname, ze zijn het strand gewend en het zijn vooral aardige spenders’, zegt directeur Royce Jie Foen Sang (43).

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Komt Suriname eindelijk meer in trek als vakantiebestemming? Het ziet er naar uit. In de straten van Paramaribo vallen de vele blanke gezichten op. ‘Ik heb nog nooit zoveel Nederlanders in de stad gezien’, zegt een restauranthouder in de binnenstad. En dan doelt hij niet op de honderden Nederlandse stagairs in het onderwijs en de gezondheidszorg. De toeristenboom is ook aan andere dingen te merken.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Hotels schieten als paddestoelen uit de grond (zelfs het Amerikaanse Marriott is in aantocht), het ecotoerisme floreert en meer nieuwe attracties, zoals White Beach, zien het licht. Bezochten in 2003 slechts 70 duizend toeristen het land, in 2006 waren het er al ruim 160 duizend. Goed voor ruim honderd miljoen dollar aan inkomsten. De ambities voor de komende jaren zijn groot. Als het aan de Stichting Toerisme Suriname ligt, groeit het aantal bezoekers jaarlijks met maar liefst 50 procent.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Directeur Dave Boucke (35) van Torarica, al decennia hét hotel van Suriname, weet wel waarom het toerisme in de lift zit. ‘Het is de laatste jaren politiek rustiger geworden, maar ook het imago van Suriname is verbeterd’, betoogt sBoucke. ‘Met name in Nederland. Als Suriname in het nieuws was, dan zag je steeds weer dezelfde beelden van krotten in de stad en spelende jongetjes in hun onderbroek. Er is hard aan gewerkt om duidelijk te maken dat het hier niet zo zielig is.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Dat het de sector voor de wind gaat, blijkt uit het Kurhaus-achtige gebouw dat in zestien maanden naast het bestaande hotel is neergezet: het viersterren Royal Torarica. Audrey Healy (28), de manager van het nieuwe hotel, leidt rond in het in koloniale stijl opgetrokken complex. Achter is er uitzicht op de Suriname-rivier, aan de voorkant is er een weidse blik op Paramaribo, een stad die uniek is door zijn houtbouw. Royal Torarica, compleet met presidentiële suite, straalt een voor Surinaamse begrippen ongekende luxe uit. Het heeft ook ongekende prijzen: gemiddeld rond de 300 dollar per nacht. Healy,: ‘Maar we hebben ook kamers van maar 180 dollar per nacht, hoor.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Boucke: ‘Concurrentie is in Suriname een beladen woord. Mensen reageren wantrouwig op de komst van die nieuwe hotels: ‘Jullie krijgen het moeilijk, he?’ Maar concurrentie houdt je scherp.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Healy wijst vanuit de presidentiële suite naar de ‘The Strip’ aan de overkant, Paramaribo’s duurste en drukste stukje uitgaansgebied. Bij café Tangelo, ook van Torarica, nippen vooral de gegoede hindoestanen en Euro-Surinamers aan cappuccino’s, prikkend in een Surinaams pasteitje. Er wordt opzichtig naar elkaar gegluurd, vaak ook geroddeld.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Aan de overkant wordt gebouwd aan het zoveelste casino van Paramaribo. Bij ’t Vat, het populairste terras van het land, is kunstenaar Erwin de Vries zoals altijd weer in gesprek met gasten aan zijn vaste tafel. De talloze Nederlandse stagiairs bestellen patat of een Javaanse saoto-soep. De sfeer is er gemoedelijk, ongedwongen.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
In een gegoede buitenwijk van Paramaribo, benadrukt Arthur Leuden (62) echter dat het allemaal wel wat professioneler kan in de sector. Vier jaar geleden begon Leuden, weer terug in Suriname na lange tijd op Curaçao gewoond te hebben, het Suriname College of Hospitality and Tourism. De keurig geklede en gastvrije studenten die deze ochtend binnendruppelen, moeten ooit het hogere kader van hotels en restaurants gaan vormen.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Leuden: ‘Toerisme kan een economische pilaar van Suriname worden. Maar het bewustzijn is er helaas nog niet. Zeker, de Surinamer is gastvrij. Maar dat is niet hetzelfde als klantvriendelijkheid. Helaas is er nog steeds de houding bij menigeen dat je onderdanig bent als je een gast helpt. We hebben een mentaliteitsomwenteling nodig. Als een klant je restaurant binnenkomt, moet je meteen denken: daar komt een deel van mijn salaris.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Terug op White Beach.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Terwijl een van de drie eigenaren in zijn hangmat ligt, klaagt ook directeur Jie Foeng Sang zijn nood. Ze hebben nog zoveel plannen, zoals een jachthaven, maar de banken staan niet te springen om geld te lenen, ondanks het succes van White Beach. ‘Banken zijn, op hotels na, niet happig om te investeren in de toerisme-sector. Wat je hier om je heen ziet, is op eigen kracht gebouwd. Ik vrees dat de sector gedoemd is kleinschalig te blijven.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Dave Goossens (27) uit Almere staat op het strand, whisky-cola in de hand, in zwembroek te kijken naar een vrachtschip dat plotseling voorbij vaart. Vriendin Mandy Slot (32) rust uit in een hutje. Een Surinaamse vriend leunt tegen een boom. In de drie jaar dat ze Suriname nu bezoeken, is dit hun twintigste bezoek aan White Beach.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Natuurlijk, het land heeft genoeg recreatieoorden in het binnenland waar je ook heerlijk kunt zwemmen en zonnen. In Cola-kreek, een van de oudste, kan in cola-kleurig water worden gebadderd. En naar Overbridge ga je voor de rust. Maar in tegenstelling tot White Beach zijn deze plaatsen net iets te ver weg van Paramaribo en de zandwegen zijn niet altijd goed begaanbaar. Bovendien kun je er de pech hebben dat een piranha of een slang brutaal tussen je benen zwemt. Goossens: ‘Het enige wat ik op White Beach heb gezien, was een grote vis die door de netten wist te komen. Ach, het ziet er hier toch verdomd leuk uit? Mandy gaat lekker bakken, ik duik onder de boom. En al die Surinaamse families om je heen die hun potten en pannen hebben meegenomen en hun eigen eten beginnen te koken. Prachtig.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Slot: ‘Ik hoop dat het hier nooit een soort Turkije wordt.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Goossens: ‘De eerste waterscooters heb ik al gezien.’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
De bedreiging van het Surinaamse strandsprookje komt echter van binnenuit: de eigenaren hebben sinds kort slaande ruzie. Het strand wordt opgesplitst, ieder gaat zijn eigen weg. De een laat op zijn terrein een hotel bouwen met zwembaden, de twee anderen zetten een waterpark neer op hun deel van White Beach. Aan de overkant van de weg, wordt een stuk grond verkaveld voor verkoop aan Surinaamse voetballers in Europa: van Clarence Seedorf tot Winston Bogarde.

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
‘Echt zonde hoor, die ruzie’, roepen ze aan tafel in het restaurant. Chef-kok Jacobus, een Guyanees die ooit in Suriname verzeild raakte, serveert grote gebakken garnalen en satés. ‘Bonaire is mooi, prachtige stranden, maar White Beach is ‘fan-tas-tisch’, zegt de Surinaams-Nederlandse Meliza, die sinds vier jaar apotheker is op Bonaire: ‘Misschien wat overdreven, maar soms waan ik mij hier echt op Tahiti. Dit is relaxen in de natuur. In Nederland lig je hutje, mutje op het strand en moet je patat of een kroket eten. Dat is toch geen eten, meneer? Oh, oh, oh, als de Nederlanders dit strand ooit ontdekken...’

Suriname ‘Soms waan ik mij hier echt in Tahiti’
Stieven Ramdharie

mailIcon print |