*

 
dossier

Archief

Veelbelovend wegdroomdebuut voor ware boekenwurmen

Pjotr van Lenteren − 27/04/07, 00:00

Een 11-jarig meisje zonder geheugen of naam ontwaakt op een eindeloze vlakte in de buurt van een eenzaam hotel. Van de letters op het dak doen alleen de H, de E en de L het nog....

Ondertussen probeert in de meer alledaagse werkelijkheid een al even naamloos meisje de draad van het leven weer op te pakken. Haar vader, trompettist in een reizend orkest, is vlak voor haar verjaardag om het leven gekomen. Ze is woedend, ondanks haar verdriet: voordat hij doodging was hij ook al zelden thuis. Daarom heeft ze al zijn brieven vol excuses en mooie verhalen verscheurd. Als ze spijt krijgt, ontdekt ze dat de tas met snippers spoorloos is verdwenen.

Hoera! Het is uitgeverij Lemniscaat eindelijk weer eens gelukt een meeslepend wegdroomboek voor échte boekenwurmen uit te brengen van een auteur uit eigen land: Vertrektijd van debutante Truus Matti. Dit fantasievolle kinderboek is uiterst modern in de aandacht voor de inhoud en literaire vorm, maar doet toch direct klassiek aan.

Dit komt natuurlijk vooral omdat zo’n verhaal over twee op geheimzinnige wijze verbonden werelden al veel vaker is geschreven. Het doet bijvoorbeeld sterk denken aan een van de beste Lemniscaat-vertalingen van de laatste jaren: Gaten van de Amerikaan Louis Sachar, waar het omslag van Vertrektijd vast niet per ongeluk reclame voor maakt.

Maar we kunnen gerust verder terugdenken, bijvoorbeeld aan Het oneindige verhaal van Michaël Ende (1982) of het griezelige kinderboek van Catherine Storr, Marianne Dreams (1958), waarin een meisje verdwaald raakt in een huis dat ze zelf getekend heeft. Vergelijkingen die in alle opzichten als compliment zijn bedoeld.

Het enige dat minder geslaagd is aan Vertrektijd is de schrijfstijl. Matti heeft de neiging te strooien met onnodige bijvoeglijke naamwoorden: mensen die ‘ongeduldig’ omhoog kijken, ‘nieuwsgierig’ ergens naartoe lopen, ‘enthousiast’ naar iemand wenken.

Wat echter veel goedmaakt, is de zeldzaam prettige ‘gang’ van het verhaal. Als een perfect afgestelde metronoom slingert het perspectief heen en weer, zodat de lezer steeds meer op drift raakt in Matti’s fantasie. Je wéét dat er iets aan de hand is, maar de ontknoping komt echt pas in het allerlaatste hoofdstuk.

Ja, dit boek is wel een feestje waard. Decennialang had de uitgeverij ‘met de acht’ een niet te kopiëren patent op stukleesauteurs, zoals Thea Beckman, Jan Terlouw en Evert Hartman. Na het vertrek van deze generatie is de uitgeverij zoekende geweest en verviel – met Beckman-volgelingen als Simone van der Vlugt – in steeds minder geslaagde herhaling. Maar met déze auteur zouden de gouden tijden wel eens kunnen herleven. Vertrektijd is een veelbelovend wegdroomdebuut.Pjotr van Lenteren

mailIcon print |