*

 
dossier

Archief

'ZE MOETEN WETEN WIE JE BENT'

Door Raoul du Pré en Philippe Remarque − 09/07/05, 00:00

Ruim drie maanden is Alexander Pechtold minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. Nog steeds is er verbazing. 'Het is voor de mensen bijna niet te volgen wat we hier aan het doen zijn.'..

'Kom maar op', zegt de minister. Hij beweegt met beide handpalmen naar boven de vingers uitdagend naar zich toe. 'Kom maar op.'

Alexander Pechtold was in april net begonnen in het kabinet-Balkenende toen hij al openlijk botste met een van de kopstukken van het machtige CDA, collega-minister Piet Hein Donner. Pechtold sprak zich uit voor de legalisering van softdrugs. Donner herinnerde hem korzelig aan het kabinetsbeleid om het aantal coffeeshops terug te dringen. 'Toen ik met Donner de strijd aanging, wist ik: dit wordt uitgelegd in termen van wie wint, wie verliest. De kansen waren een op vijf voor Pechtold tegen Donner.

'Toch heb ik het gedaan. Ik wist: als ik het niet red, staan de kranten vol over beg innersfout en kan niet op tegen Donner. Maar ik dacht: kom maar op! Dat zei mijn vader vroeger al: niet dat bangehondengedrag. Durf te vertellen wat je vindt. Ik ben niet roekeloos. Maar ik vind: je moet durven, je moet je nek uitsteken. Anders moet je dit werk niet willen.'

De nieuwe minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties ontvangt in zijn werkkamer op het ministerie van Binnenlandse Zaken, met uitzicht op de omringende kantoorkolossen in de Haagse binnenstad. Hij zit er nu ruim drie maanden. Het is nog wennen aan het systeem en het droge jargon ('Ik heb mijn handtekening al gezet onder brieven die ik zelf maar net begreep'), maar hij probeert zich overeind te houden: 'Ik ben zeer bereid mij aan te passen aan de mores en de regels die hier gelden, maar niet als ik denk: jongens, dat kan praktischer...'

Van zijn voorganger Thom de Graaf heeft hij het strakke interieur geërfd. En de portefeuille natuurlijk, met al die ambitie die in maart zo jammerlijk strandde. Dat betekende het einde voor De Graaf en een nieuw leven voor Pechtold. De burgemeester van Wageningen werd van het ene op het andere moment overgeplaatst naar Den Haag. Zijn opdracht: in twee jaar tijd voor D66 redden wat er te redden valt.

Binnen drie maanden had hij zijn pakket met voorstellen klaar, tot ergernis van het CDA. Dat wil koste wat het kost voorkomen dat Pechtold te hard van stapel loopt. De minister is vooralsnog niet van plan zich te laten afremmen. 'Ik heb een geweldige drive. Dit voorjaar was ik zo teleurgesteld. Een enorme woede. Maar die verslagenheid zette zich snel om in nieuwe ambitie. Ik dacht: dit laat ik niet gebeuren, ook niet voor de partij .'

U staat bekend als een bestuurder met lak aan conventies. Als burgemeester van Wageningen at u bij de mensen thuis. 'Ik was daar begonnen, maar we hadden nog geen huis in Wageningen. Ik zat alleen op een flatje en 's avonds in een eetcafé met een krantje naast m'n bord. Ik dacht: dit kan slimmer. Heb ik een advertentie in de krant gezet: wie wil de burgemeester tussen zes en acht thuis te eten hebben? Verder niets bijzonders, hij schuift gewoon aan. Nou, binnen een dag waren er 37 aanvragen. Hartstikke leuk.'

En goed voor uw imago. 'Kijk, ik voel heus wel dat het ook een publicitaire kant heeft. De eerste keer werd het een soort circus. Drie mensen aan tafel en drie keer zoveel journalisten er omheen. Maar de pers hebben we na het voorgerecht de deur uitgezet en toen zijn we aan het echt leuke gesprek begonnen.'

Even later zat u op de stoep voor het gemeentehuis. 'Dat was ook zoiets. De gemeenteraad wilde een functioneringsgesprek met de burgemeester. Dat wilden ze allemaal wat formeler gaan vastleggen. Ik dacht: hé jongens, een functioneringsgesprek met de raad? Nu ook doorpakken! Als ik zo'n gesprek doe, dan doe ik het met de bewoners. Dus toen heb ik in de kringloopwinkel een paar stoelen op de kop getikt, een schemerlamp en een tapijt. Weer een advertentie gezet en toen ben ik daar op een zaterdagochtend gewoon op de stoep gaan zitten met een paar kannen koffie. Ik kreeg enorm veel aanloop. Iedereen was enthousiast.'

'Toen ik begon in Wageningen, zei ik tegen mezelf: om te beginnen moeten ze weten wie je bent. Binnen een paar maanden moest elke Wageninger de naam van de nieuwe burgemeester kennen, dat was het doel.

'Niet omdat ik dat zo belangrijk vind, maar omdat het belangrijk is dat mensen bij het beeld van hun burgemeester zo snel mogelijk een invulling krijgen.' En nu bent u in het grote Den Haag en leest u in de krant dat u in het CDA wordt afgeschilderd als een vrolijke Frans die zijn vernieuwingsplannen door probeert te drukken. 'Ja. Haha. Ik las het: vrolijke Frans van de scoutingclub. Weet u: die weerstand betekent in elk geval dat ze me serieus nemen. Het zou veel erger zijn als ze zeiden: ach, die Pechtold, laat ' m maar een beetje knutselen met die vernieuwing .

'Maar serieus: er komen krachten los dat ik denk... nou nou. Je voelt het. De belangen zijn gigantisch. De bestaande machtsstructuren verzetten zich. Wat er dan gebeurt, dat is een heel ander krachtenveld dan in het lokale bestuur.' De krachten gaan met u op de loop? 'Nee, dat is te passief. Ik beheers ze wel. Maar niet alles valt te sturen. In het vliegtuig kreeg ik de krant waarin ik las dat mijn plannen bij de coalitiepartners grote weerstand opriepen. Achter me zaten nog een paar honderd man met ook die krant in handen. Zo'n Volkskrant-kop en daaronder in bijna even grote letters je naam, dat zijn toch wel ervaringen, waarvan je even... hè? Het is een soort dubbele kick. Aan de ene kant: kijk mij daar eens staan. Aan de andere kant denk je: mijn hemel, wat gebeurt er? Het kan je maken en breken...'

Breken ja. In de Tweede Kamer staan uw tegenstanders al klaar. 'Ja, maar luister eens: dat zijn mensen die zich happy voelen bij het huidige systeem. Het is hun tactiek: afserveren die Pechtold. Ik verwijt niemand iets hoor. Als je het systeem wilt bewaken, moet je zo snel mogelijk zorgen dat óf ik sneuvel óf mijn plannen en het liefst allebei. Eén ding is zeker: als alleen de plannen sneuvelen, kom ik weer met iets anders.'

Dat kom-maar-op-gevoel heeft u vaker. 'Ja, ik heb enige scherpte nodig van de andere kant om zelf scherp te worden. Dan kan ik schakelen, op iemand reageren. Hoe beter de vraag, hoe scherper het verwijt, hoe beter ik word.'

In uw eerste week als minister zei u: ik doe niet mee aan het Haagse gezelschapsspel dat verder niemand interesseert. Hoe gaat dat spel? 'Ik ben er natuurlijk pas net, ik moet een beetje voorzichtig zijn. De vluchtigheid, dat is zeker een symptoom. Je ziet hier dingen niet aankomen. Opeens is er iets en dan is het weer weg. Dat zie je in het vergaderschema van de Kamer, in de media, in de beeldvorming. Dat maakt het onvoorspelbaar, maar ook onduidelijk. Het is voor de mensen bijna niet te volgen wat we hier aan het doen zijn. Er wordt slecht nagedacht over de vraag: hoe komen we over?'

'Wij weten op het Binnenhof wel allemaal dat we een regeerakkoord hebben en een schema en zo, maar de mensen op straat weten dat niet. Die hebben wel wat anders aan hun hoofd. Die zijn de kinderen naar school aan het brengen, met de hypotheek bezig, met oma in het verpleeghuis. Die weten niet hoe de dingen die ze 's avonds even in het journaal zien, passen in ons grote verhaal van wat we aan het doen zijn voor het land .'

Ze willen het niet weten. 'Nee. Natuurlijk niet. Ze hebben andere prioriteiten in het leven. Ze hebben hooguit een paar minuten per dag de tijd voor ons. Dus is het zaak in die paar minuten heel duidelijk neer te zetten wat we willen. En dan niet in grote bewegingen met percentages en zo. Nee, vertel het nou eens in twintig seconden NOS -Journaal op een manier zodat iemand die er weinig tijd voor heeft het ook begrijpt en zich vertegenwoordigd voelt. Dat ze zeggen: die vent zou mijn buurman kunnen zijn. Daar zou ik zo een tweedehands auto van kopen. Heel veel mensen willen helemaal geen verstand hebben van politiek, maar het gevoel: ze belazeren me niet.'

Dat is typisch iets dat de huidige politieke elite niet lukt. 'Nee. We zijn de aansluiting kwijt. We praten in jargon, gedragen ons op een Haagse manier. Mensen kijken met verbazing naar ons.'

Geldt dat niet ook voor die bestuurlijke vernieuwing? 'Ja. De middelen dreigden doelen op zich te worden. De gekozen burgemeester, verlaging van de kiesdrempel - mensen zeggen: wat interesseert me dat als er geen kinderopvang is voor mijn kinderen en mijn moeder één keer per week wordt gewassen?

'Ik wil ze vertellen dat die veranderingen in het systeem nodig zijn om die kinderopvang en die voorzieningen voor oma beter te regelen. Dat past niet in twintig seconden NOS -Journaal.'

Hoe moet dat dan? 'Terwijl ik het zeg, denk ik: misschien dus toch maar in die twintig seconden. Dat we het voor het oplossen van onze grote problemen niet af kunnen met een paar lijsttrekkers die op hun slippen een heleboel anonieme Kamerleden meenemen. Dat we meer mensen nodig hebben met een achterban, een basis in het land. Dat een burgemeester, de best betaalde en machtigste man in de gemeenschap, de man die bij rampen voorop staat, dat die burgemeester democratische legitimatie nodig heeft en dus gewoon door de mensen gekozen moet worden. Dát is belangrijk .

'Niet de gekozen burgemeester op zich. Dat moet ik dus duidelijk maken aan mensen die - terecht - 23 uur per dag en nog heel wat minuten met volstrekt andere dingen bezig zijn.'

U wilt dat meer politici in het nieuwe kiesstelsel hun eigen zetel verdienen, voorkeurstemmen binnenhalen. De backbenchers in de Kamer, de hardwerkende dossiervreters, zien er niets in. Niet alles is te vatten in die twintig seconden journaal. 'Nee, maar we hebben wel een probleem hoor. Hoeveel Kamerleden zouden de meeste mensen van naam kennen? Drie? Vijf? Laten we nou eens de ambitie hebben daar een nul achter te zetten. Mensen moeten zich vertegenwoordigd voelen, begrijpen wat hier gebeurt...' U heeft heimwee naar Pim Fortuyn. 'Nee hoor.' Die was daar heel goed in, dingen duidelijk zeggen.”Dat is waar. Daar was hij fantastisch in, maar hij schoot door en maakte er een karikatuur van.'

En sinds Fortuyn zijn de politici in Den Haag enthousiast begonnen lering te trekken uit... 'Ze zijn helemaal niet begonnen. De wekker is afgegaan, ze hebben een klap voor hun harses gekregen...' En er zijn nieuwe mensen gekomen. 'Uit de bestaande structuren. Wouter Bos was staatssecretaris voor een partij die er al zat. Jozias van Aartsen was al minister geweest en topambtenaar. Maxime Verhagen kwam ook al uit de CDA-fractie van de jaren negentig. Ze lijken alleen nieuw.'

Ze hebben nog weinig geleerd? 'Wé hebben nog weinig geleerd. Ik heb het over authenticiteit. Iedereen moet het op zijn eigen manier doen. Ik besteed er heel veel tijd aan. Jezelf zijn op televisie... authentiek. Onze generatie is zo ingesteld op beeld. We prikken er zo doorheen als je jezelf niet bent op tv. M'n grootje, die kon je nog voor de gek houden, maar mij niet meer.'

Doet u het goed op tv? 'Ik kijk geregeld terug hoe ik het doe. Omdat ik wil zien: wat doe ik goed, wat doe ik fout? Dat analyseren vind ik heel belangrijk. De tv is zo'n beetje de enige manier waarop politici veel mensen bereiken. Ik probeer daar mijn weg in te vinden.'

En? 'Ik vond mezelf heel verkrampt op 2 april, dat D66-congres dat live werd uitgezonden. Strikt vast aan m'n tekst en aan m'n rol. Maar ja, wat wil je, die spanning... Ik vind het prettiger als ik wat meer tijd heb om mijn verhaal te vertellen. Barend en Van Dorp, dat vind ik prettig .

'Door de directheid van die drie die tegenover je zitten kan ik meer van mijn verhaal kwijt.'

Wat vindt uw vrouw? 'O, die is kritisch. Heel kritisch. Maar ze begint tegenwoordig met de positieve punten. Haha. Ik moet er natuurlijk nog achter komen wat werkt en wat niet werkt. Ik krijg in elk geval een heel aardige respons. Ik merk dat mijn zichtbaarheid, mijn herkenbaarheid, niet onder doet voor die van collega's die er al langer zitten. Dan denk ik: nou, de eerste graadmeters zijn goed.'

Heeft u wat dat betreft een tip voor minister-president Balkenende? 'Dat zou ik ontzettend aanmatigend vinden. Daar doe ik niet aan mee. Wie ben ik? Ik kom hier net kijken, zullen ze zeggen. En terecht. Ik moet ook oppassen dat ik geen drammertje word, een betweter. Ik zeg alleen hoe ik zelf bezig ben. Of dat werkt, moet zich überhaupt nog bewijzen.'

Bent u een principieel man?

'Mwah. Gezond principieel ja.' Als burgemeester was u nog fervent tegenstander van het asielbeleid van dit kabinet. U zei: dat mensen die hier al jarenlang wonen het land worden uitgezet, kan ik niet uitleggen of verdedigen. 'Klopt. Het werd ook slecht uitgelegd. Maar dat gebeurt nu veel beter. Het kabinet laat nu zien waarom het gebeurt: dat er rechtsongelijkheid dreigt tussen al die mensen die de afgelopen jaren vrijwillig zijn gegaan en de staart van het probleem, de mensen die er nu nog zijn. We kunnen ons er nu niet op een gemakkelijke manier vanaf maken met een generaal pardon.'

Daar bent u het nu mee eens? 'Ja, omdat het beter wordt uitgelegd .'

U bent voorstander van het referendum, zegt u. Maar als wethouder in Leiden bewoog u hemel en aarde om een referendum over een nieuwe spoorlijn door de binnenstad te voorkomen. Zo is Pechtold, zeggen uw critici. Hij houdt zijn principes hoog. Zo hoog dat hij er onderdoor kan lopen. 'Ja, dat zeggen ze. Pechtold heeft het er doorgedramd, hij wilde geen referendum. Maar waren goede redenen voor. En mag ik erop wijzen dat bijna de hele gemeenteraad achter me stond, inclusief de SP en Leefbaar Leiden.'

Over Leiden gesproken. U kwam daar nieuw als wethouder binnen. Niet veel later was u de succesvolle lijsttrekker voor D66. Dat moet nu landelijk natuurlijk weer gebeuren. U wordt al genoemd. 'Daar ben ik volstrekt niet mee bezig. Het is veel te vroeg. Hoe eerder zulke ambities naar buiten komen, des te eerder is het ook afgelopen. Ik doe het liefst stappen die overwogen zijn. Maar tot nu toe is alles me overkomen. Van veilingmeester naar wethouder, burgemeester, minister, het ging steeds onverwacht. Wat ik me voorneem, komt toch niet uit. Er zijn in de politiek te veel onvoorspelbaarheden. Het is zeker niet de reden dat ik naar Den Haag ben gekomen. Je wordt geen lid van D66 met het idee carrière te maken. Of je moet van heel korte carrières houden. Hahaha .'

Waarom zou u het niet doen? 'Ik moet ook kijken naar m'n privé-situatie. Er is wel wat veranderd hoor. Toen ik begon dacht ik: één nacht per week in Den Haag, daar red ik het mee. Nu ben ik meestal nog maar één nacht thuis. Doordeweeks zie ik mijn kinderen bijna niet meer. Dit werk is allesomvattend. Je loopt er de hele tijd aan te denken. Zondag waren we met de kinderen even in het Kröller-Müllermuseum.

'Even weg, dacht ik. Komt er weer zo'n groep aan: hé, dat is die vent van de vernieuwing. Het streelt je natuurlijk wel, maar die paar minuten afleiding zijn dan doorbroken. Ik kan niet zeggen: ik sluit me er voor af en ik ga hier staan uitstralen dat ik daar niet over wil praten. Ik voel juist een enorme urgentie. Ik moet het voor een deel hebben van mijn sociale vaardigheden.'

'Ik klaag niet, maar je neemt het wel mee in je beslissingen. Je neemt alles mee. Tot aan mijn broer die twee jaar geleden zijn zoontje Alexander heeft genoemd. Tjonge, dat heeft een behoorlijke impact straks, voor dat manneke. Je zult maar Alexander Pechtold heten. Dan heb je heel wat uit te leggen als je op straat loopt.'

mailIcon print | |