*

 
dossier

Archief

'Jij en ik zijn letterlijk kinderen van God'

MARTIN SCHOUTEN − 29/11/95, 00:00

Benita Jansen-Robles (56), huisvrouw en moeder van drie kinderen. Kerk: De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in Haarlem....

- Ben je gelovig opgevoed?

'Ik heb een vader en moeder gehad die gelovig katholiek waren. Dus iedere zondag naar de kerk, bij de nonnetjes op school en ik ben dan in een katholiek ziekenhuis verder gegaan voor de verpleging. In Paramaribo ben ik begonnen en ik was achttien toen ik naar Nederland ben gekomen voor een opleiding bij de Zusters van Liefde in Tilburg. Dan kom je natuurlijk dramatische dingen tegen: iemand die een ernstig ongeluk krijgt en niemand meer herkent, een kind dat geboren wordt met een waterhoofd en maar kreunt en kreunt. Dan ga je je afvragen: hoe kan dat?'

- Had je het daarover met collega's?

'Daar had ik helemaal niks aan, want die zaten met dezelfde vragen. En de rectoren, de mannen die in het ziekenhuis de pastoors waren, konden er soms een draai aan geven, maar als je doorvroeg, wisten ze het ook niet meer. Er bleven veel vragen die ik niet beantwoord kreeg.'

- Welke vragen?

'De grote vragen: wie ben ik eigenlijk, waar kom ik vandaan, ben ik hier voor het eerst, wat doe ik hier, hoe komt het dat er zoveel oorlogen zijn, hoe komt het dat er zoveel ziekte en dood en narigheid is, hoe komt het dat het zo gaat zoals het gaat? Je krijgt ontzettend veel te verwerken en je wil weten: hoe zit dat nou in elkaar, dat hele leven?'

- En je had niemand met wie je daarover kon praten?

'Ik heb een hele intelligente vader gehad, maar die overleed toen hij 56 was. Ik heb een hele lieve moeder, maar zij bleef met kinderen over die van alles nog moesten. Ik ben de oudste van het stel en ik deed mijn best om haar te ondersteunen en het gezin draaiende te houden, zodat iedereen kon studeren en dingen kon doen die hij graag wilde.

'Dat was een behoorlijke inspanning en dat deed ik ook heel graag, maar de wezenlijke vragen, ja, natuurlijk ook over het feit dat je vader 56 was en overleed. Ik wist dat ik de enige niet was, er overlijden veel jonge vaders en moeders, maar je kan geen vat erop krijgen en dat was dus voor mij een voortdurend nadenken.'

- Je betwijfelde of het allemaal wel klopte?

'Jaren ben ik gewoon naar de kerk gegaan, maar ondertussen spitste ik mijn oortjes overal waar ik wat hoorde en las. Ik heb met Jehova's getuigen gepraat, ik ben ook wel eens naar de Pinkstergemeente geweest en daar voelde ik affiniteit mee. Maar veel dingen bleven nog onduidelijk en dan ga je verder kijken, tot ik dacht: ik ben uitgekeken, laat maar zitten. Toen ging ik niet meer naar de kerk en ik had er ook niks meer mee. Ja, je hebt een religieus gevoel, maar dat is alles.'

- Wat is dat voor een gevoel?

'Dat je weet dat er iets is, dat er een God moet zijn. Zo'n binnengevoel. Ik denk dat ik een paar jaar zo geleefd heb dat ik me er ook niet echt meer in verdiepte. Maar als er iets op de televisie was over geloof zat ik toch altijd te luisteren en te kijken. Altijd op zoek naar: zal er iets komen waar mijn gedachten over gaan? Op een gegeven moment ging hier de bel. Ik was toen al getrouwd en had een kind, ik werkte niet meer en was gewoon thuis bezig. Twee jongens, heel netjes aangekleed, vroegen of ik iets wist van gouden platen. Ja, ik ben ook weg van muziek, dus ik denk: eens zien wat ze hebben.'

- Gouden platen?

'Ja, ik associeer dat met grammofoonplaten. Maar toen begonnen ze over een geloof en ik heb naar ze geluisterd, hele verhalen, en toen begon ik hoe langer hoe meer te denken: ha, nu begin ik wat te snappen, nu begint het licht op te gaan. En dat was voor mij een heerlijk gevoel. Ze begonnen dingen te vertellen die ik me nou al die tijd zo had afgevraagd en ik begon die vragen ook aan hen te stellen.'

- Gewone Nederlandse jongens?

'Nee, Amerikaanse jongens, maar ze spraken Nederlands en de ene na de andere vraag werd beantwoord. Maar hun sterkste punt was dat ze zeiden: ''Wij praten nu met jou en we kunnen je van alles vertellen, maar daar heb je niks aan, weet je dat er een God is?'' Ik zeg: ''Ik weet het niet, maar mijn gevoel zegt dat Hij er is.'' Ze zeiden: ''Ga er maar van uit dat Hij er is en vraag Hem of de dingen die wij je vertellen werkelijk waar zijn.''

'Ze gaven me een boek, dat was dan het boek van Mormon, en zeiden: ''Begin dit te lezen. Het is een geschiedenisboek van een oud volk, dat Joseph Smith heeft vertaald vanaf gouden platen, want hij heeft een engel gezien die hem vertelde dat er op een bepaalde plaats gouden platen waren begraven en dat hij ze moest opgraven.'' Dat kan waar zijn, maar dat kan ook volledig uit de lucht gegrepen zijn. Dus ik was ontzettend blij dat ik iets had, in mijn hand, om zelf te verifiëren.

'Dat was een machtig werktuig: iets wat ik voor mezelf kon bekijken. Ik hoefde niet afhankelijk te zijn van wat iemand me zei. Daar heb ik over gebeden. Heel onwennig, ja, ik was helemaal niet gewend om te bidden. ''Ga nou maar op je knieën'', zeiden ze.'

- Dat deed je waar ze bij waren?

'Nee, ik was veel te kwetsbaar. Ze zeiden: ''Je leest het boek en je bidt erover, je vraagt steeds terwijl je leest: is dat waar, is dat werkelijk zo, kan ik daarachter gaan staan? Doe dat op je eigen gemak. Dan krijg je op een of andere manier een antwoord dat dat zo is en als je het antwoord niet krijgt, kun je ervan uitgaan dat het niks is. Maar als het waar is, en God leeft, dan geeft Hij je antwoord''.'

- En die antwoorden heb je gekregen?

'Ja, die heb ik gekregen. Ik was dus helemaal niet gewend om te bidden, ja, in een kerk en met vaste gebeden. Maar nu moest ik voor mezelf met een God gaan praten die ik helemaal eigenlijk niet kende. In je eigen woorden, je eigen vragen stellen, je eigen gevoel uitbrengen, dat was heel nieuw voor mij. Maar dat heb ik geprobeerd, terwijl ik dat boek aan het lezen was.

'Ik heb de grote, kardinale vragen gesteld en ook: is dit waar, heeft deze man werkelijk dit meegemaakt? Ik kreeg een hele diepe bevestiging dat het waar was, een heel speciaal warm gevoel van binnen.'

- Het was niet zo dat je Gods stem hoorde?

'Nee, het was echt een gevoelsbeleving dat er een duidelijke bevestiging kwam: dit is goed, ga hier maar mee door, ga hier maar achteraan. Een zekerheid van binnen. Dat heb ik nog tig keren uitgeprobeerd, want ik denk: het kan een idee zijn, het kan zijn omdat je denkt dat het moet komen. Maar iedere keer was dat gevoel er weer. Dat was voor mij iets heel groots, dat ik iets voor mezelf kan uitzoeken.'

- Maar de grote vragen waar je in je jeugd mee zat, zijn toch een ander soort vragen dan de vraag of die Mormoonse leer waar is?

'Ja, maar die vragen waren ook aan deze zaken gekoppeld. Want als God leeft, als hij werkelijk antwoord kan geven aan mensen, kan ik hem alles vragen. Dan moet ik met alles bij hem kunnen komen en hij kan me ook overal antwoord op geven. Waar kom ik vandaan, wie ben ik, wat doe ik hier, hoe moet ik hier leven?'

- Zei hij dat je een goed mens moet zijn?

'Ja, een goed mens moet je zijn en een uitstekend mens moet je worden. Je moet steeds een mogelijkheid vinden om te groeien en de kerk spoort iedereen aan om zich krachtig te ontwikkelen op alle gebied. Zodat je, ik zal maar zeggen, je eigen potentie ook waar maakt. Je hebt een eigen potentie, die moet gewoon aan de bak komen, want het is een onderdeel van je goddelijk wezen.'

- Je hebt zelf een goddelijk wezen?

'Ja.'

- Is dat wat ik de ziel zou noemen?

'Bijvoorbeeld. Kan je zo noemen. De geest, die geboren wordt op deze aarde, is letterlijk een kind van God de vader.'

- Letterlijk in de zin van verwekt?

'Ja, letterlijk.'

- Dus we zijn allemaal door God verwekt?

'Ja.'

- En niet door onze natuurlijke vader?

'Nee.'

- Hebben we ook een hemelse moeder?

'Ja.'

- O, daar ben ik benieuwd naar.

'Je hebt hemelse ouders en je hebt aardse ouders.'

- God heeft een vrouw?

'Ja, hij heeft een Godin naast zich staan.'

- Heeft Zij een naam?

'Niet dat wij weten. Ze zal het zeker hebben, maar dat is nog een stuk waar we geen kennis over hebben. Maar we hebben een hemelse moeder. Dus voordat je hier geboren bent, ben je daar geboren en opgevoed in een goddelijk gezin, grootgebracht om dit sterfelijke leven in te komen, hier van alles te leren en verder te gaan. Jij en ik zijn waarlijk, letterlijk, kinderen van God.'

- Wat weet je van God?

'Van God weten we dat hij Elohim heet, dat betekent velen, en dat Hij de vader is van Jezus Christus, die onze oudste broer is, want hij is ook een zoon van God, zoals wij kinderen van God zijn. God de vader heeft alle macht die je je maar kan voorstellen en die macht heeft hij, wat betreft deze planeet, gedelegeerd aan zijn zoon. De God van deze aarde is dus Jezus Christus, die handelt in opdracht van zijn vader.'

- Heb je een voorstelling van Elohim?

'Het is een mannelijke persoon en Hij ziet eruit als een mens, maar een verheven mens, een mens die volmaakt is. Hij lijkt op Zijn zoon en de bedoeling is dat al Zijn dochters en zonen worden zoals Hij.'

- Wat is je favoriete tekst in het Boek van Mormon?

'Alma 37, vers 37: ''Raadpleeg de Here in alles wat gij doet, en hij zal u ten goede leiden; ja, wanneer gij u des nachts nederlegt in des Heren hoede, opdat Hij in uw slaap over u moge waken; en wanneer gij des morgens opstaat, laat uw hart dan vol dankbaarheid tot God zijn; en indien gij deze dingen doet, zult gij ten laatsten dage worden verheven''.'

Volgende week: 'Achter de gordijnen staan en roepen: rot Here Jezus'

mailIcon print |