We zijn jong en op vakantie. Dus willen we iets. We willen iets hips, Aniek en ik. En dan bedoelen we niet de clubs die als ‘hip’ worden omschreven in onze reisgids, want instituten die zichzelf als hip omschrijven zijn dat per definitie niet....
Echt hippe dingen zijn zó hip dat ze het predicaat hip niet nodig hebben. Het woord hip is namelijk helemaal niet meer zo hip. We vermoeden dat het zijn laatste hoogtijdag zo rond 1969 beleefde, toen de laatste Hitweek van de persen rolde. Sinds die dag is er helaas geen nieuw woord voor hip bedacht. Logisch, want een echt hip alternatief voor het woord hip kan natuurlijk alleen van echt hippe personen komen, maar echt hippe personen zijn te hip om zich bezig te houden met woorden en definities. Duidelijke criteria voor hip zijn er dus ook al niet. Al hebben we wel een vaag idee, dat wordt bevestigd in de door K-Swiss gesponsorde tijdschriften die we lezen.
Qua clubs is hip: de combinatie beton en neonlicht.
Qua kleding is hip: de combinatie zwarte legging en fluoraccent. (Kleine kanttekening: iets op het eerste gezicht ‘onhips’ als de jurk die mijn moeder veertig jaar geleden (1969) zelf haakte, mag ook. Zolang ik er maar een zwarte legging of fluor-element bij draag, opdat iedereen begrijpt: dat meisje draagt nou wel een gehaakte jurk zonder voorgevormde cups of iets, maar kijk, kijk dáár: op haar gymp staat een streepje roze fluor, dus ze bedoelt het hip, gelukkig maar’)
Qua mensen is hip: zij die bovenbeschreven kleding op bovenbeschreven locaties dragen.
En daarbij zeggen hippe mensen altijd dat ze altijd zichzelf zijn.
Aniek en ik voldoen vanavond alvast aan de kledingcriteria. Ik draag een tank dress van American Apparel. Die is rood, dus niet fluor, maar mijn legging is zwart en Aniek heeft een felblauwe bloem in d’r haar, dus haar fluorfacet straalt zo ook een beetje op mij af. Om te kunnen zeggen dat we helemaal onszelf zijn, hoeven we ons dus alleen nog in een hippe omgeving te begeven.
Waren we in Amsterdam, gingen we nu naar Studio-80, Club-8, desnoods Trouw. Toegang zou ons 15 euro kosten, hip zijn is niet gratis. Maar dat zou je ons niet horen zeggen, want qua geld is hip: daar niet over klagen.
Alleen: we zijn niet in Amsterdam. We zijn in Barcelona. Het is al na twaalven dus we beginnen ons zorgen te maken. Straks eindigen we nog in een bar zonder beton!
De afgelopen drie kwartier slenterden we door de uitgaansstraat parallel aan de Ramblas, waar de meeste cafés ons te krakerig waren. (‘Kijk Aniek, een hond: een letterlijke hond!’) Maar nu staan we opeens voor een bar die Betty Ford heet, vernoemd naar de gelijknamige afkickkliniek in L.A.
Qua vrijetijdsbesteding is hip: afkicken.
Dus zeg ik: ‘Volgens mij is het hier oké.’
We zien rode bankjes, ketchupflessen en aluminium kubussen met servetten. ‘Ze doen een American diner-ding’, zegt Aniek. Ik knik. Het American diner-ding is retro, en retro is op zich hip. Maar de jaren vijftig zijn allang niet meer het tijdperk waarnaar je dient te verwijzen wanneer je retro inzet om je hipheid te bewijzen. Dat zijn de jaren tachtig namelijk. Het tijdperk van zwarte leggings. En fluoraccenten.
Het meisje achter de bar heeft drie ringen door elk oor en een paarse haarspoeling, al kan haar zwarte skinnyjeans met een beetje fantasie ook doorgaan voor een grof uitgevallen legging.
Hip of niet?
‘Ze hebben een cocktailkaart’, zegt Aniek.
Qua dingen om in cafés opzichtig mee te wapperen is hip: een cocktailkaart.
Toch twijfelen we.
Drie cocktailkaartbestellingen later weet ik het: ‘Het feit dat we hier zitten is net zoiets als onder een gehaakte jurk je fluorgympen dragen. Ik bedoel: wij zijn die gympen, dit café is de jurk, het café draagt ons, dus dit café is hip.’
We heffen onze glazen. Want we zijn jong en op vakantie, dus wilden we iets. En dat hebben we gekregen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.