*

 
dossier

Archief

Geweld in de klas, een taboe

IRENE DE POUS − 03/02/12, 00:00

'Inlijsten die directeur', zeggen leraressen als ze horen hoe een vader de wacht kreeg aangezegd. Wie geweld ontmoet krijgt zelden steun.

ARNHEM - Acht doorgewinterde docenten hangen aan haar lippen. 'Dus ik ren de gang door, gooi de deur open van de directeurskamer en zeg: ik word achterna gezeten door een jongen met een schaar. Help me!' De lerares laat een stilte vallen en kijkt de kring rond. 'Weet je wat-ie zegt? Ik zit nu net met de ouders van een potentiële nieuwe leerling te praten. Zoek even iemand anders.' Op slag vertrekken acht gezichten van verontwaardiging.

De behoefte om over ervaringen met geweld te praten groeit, zo bleek deze week in een Arnhems hotel. Zestig leraressen, van basisschool tot ROC, wisselden er tijdens een bijeenkomst van CNV Vrouwen verhalen uit over agressie.

'Vroeger zat ik met maximaal twintig mensen', zegt spreker Wouter Prins van CNV Onderwijs. Hij organiseert sinds vier jaar avonden waarop docenten vertellen over hun ervaringen met geweld. Hun verhalen gaan over een te grote pubermond, of over verkrachting door een leerling.

Nieuwegein
Landelijk barstte de discussie over geweld in het onderwijs los toen in november de adjunct-directeur van een school in Nieuwegein uren op het politiebureau werd vastgehouden. Hij had een leerling in de kraag gevat en op de gang gezet, waarop de ouders aangifte deden van mishandeling. Tot aan de minister toe reageerde men verontwaardigd: dit was een uitwas van een trend die gekeerd moest worden. Scholen moesten weer krachtiger optreden tegen wangedrag van leerlingen en ouders.

'Geweld komt langzaam uit de taboesfeer,' merkt Prins. 'Scholen beginnen in te zien dat het onder de mat schuiven van incidenten op de lange termijn niet goed is.' In zijn bijeenkomsten hoort hij vaak dat leraren die iets meemaken niet bij de directie terecht kunnen. 'Die is bang voor de reputatie van de school en wil geen gedonder.' Ook onder collega's blijkt het onderwerp vaak taboe. 'Kan jij soms geen orde houden, is dan de reactie.'

Het steekt Prins. 'Leraren worden dubbel getroffen. Na het incident volgt de eenzaamheid.' Zo redde de lerares die over de schaar vertelde zichzelf, 'maar tussen mij en de directeur kwam het nooit meer goed. Ik was erg overstuur van zijn reactie.' Dat je het team en de directie achter je weet, is het belangrijkst, zegt een mbo-docente.

Dat dat allerminst vanzelfsprekend is, blijkt in de volle zaal. Een lerares neemt het woord. 'Een vader kwam verhaal halen toen zijn kind was gestraft. De directeur gaf hem een scholengids en ging een kopje koffie voor hem halen. Toen hij terug kwam vroeg de directeur: 'En, heeft u al een nieuwe school uitgezocht?' De vader was verbaasd. 'Ja, zegt de directeur, u houdt zich niet aan de regels, dus daar is de scholengids.' Zestig kreten van ongeloof gaan door de zaal. Daar bovenuit: 'Lijst hem maar in, die directeur!'

Dit is wat we nodig hebben, vinden de docenten: regels stellen en leerlingen en ouders daaraan houden. Met elkaar bepalen wat de grenzen zijn. Helaas is er vaak eerst een incident nodig om die vast te stellen, weet Paula, een onderwijsspecialiste.

'Als docent in het speciaal onderwijs had ik een leerling die thuis mishandeld werd. Ik had dat aangekaart en uiteindelijk moest hij uit huis worden geplaatst. Ik was zwanger, en mijn adres en telefoonnummer stonden gewoon in de schoolgids. De dag voor de uithuisplaatsing belde de vader mij thuis op. Wij geen kind, jij geen kind, zei hij.'

Het liep goed af, maar toen ze de man jaren later tegenkwam, schoot de schrik haar weer in de benen. 'Toen besefte ik pas hoe het me had geraakt.' In de volgende schoolgids stonden geen privégegevens meer.

'Het zou helpen als incidenten structureel worden geregistreerd,' zegt Wouter Prins. Aan het eind van de bijeenkomst besluiten enkele leraressen in de zaal eens na te gaan vragen wat op hun school eigenlijk het protocol is bij een geweldsincident. 'Wij hebben geen idee.'

mailIcon print |