*

 
dossier

Archief

Poëzie

ARNON GRUNBERG − 03/02/12, 00:00

Er was een tijd dat ik veel poëzie las. Zo rond mijn twintigste, ik dronk er wijn bij - als er bezoek zou komen een halve fles wodka, om te ontspannen.

Nu lees ik nog maar zelden poëzie besefte ik eergisteren toen ik hoorde dat de Poolse dichteres Wis¿awa Szymborska was overleden.

Maar als ik het doe, dan merkwaardig genoeg doorgaans Poolse dichters: Mi¿osz, Herbert, Rózewicz, Zagajewski en Szymborska.

Er bestaat de apocriefe anekdote dat toen Szymborska de Nobelprijs ontving Hugo Claus opmerkte: 'Is er een Nobelprijs, geven ze die aan een Poolse huisvrouw.'

Zeker is dat haar poëzie testosteron mist, wat ook als een verademing kan gelden.

Dit is het begin van haar gedicht Lof der dromen in vertaling van Karol Lesman:

'In mijn dromen/ schilder ik als Vermeer van Delft./ Spreek ik vloeiend Grieks/ en niet alleen met de levenden./ Bestuur ik een auto/ die me gehoorzaamt.'

mailIcon print |