*

 
dossier

Archief

Nieuwe houtkap: op de bodem van een stuwmeer

NOËL VAN BEMMEL − 27/09/11, 00:00

Op het grootste stuwmeer ter wereld, het Voltameer in Ghana, zoekt een houthakker met sonarapparatuur naar bomen op de bodem. Met telescopische grijpers en onbemande onderzeeërs wil een bedrijfje uit Canada de ondergelopen bossen in de wereld opvissen. 'Ook na vijftig jaar blijkt het hout in perfecte conditie.'

Het is de keerzijde van elke stuwdam: hele valleien verdwijnen onder water, dorpelingen moeten vertrekken en dieren verdrinken. Wat minder mensen weten: op de bodem van een stuwmeer blijft een bos gewoon staan. Dood, donker, bladerloos, maar verder intact. Eigenlijk doodzonde, dacht de Canadese oud-premier Joe Clark, om dat hout niet te gebruiken.

Hij bedacht een natuurvriendelijke methode om verdronken bomen alsnog om te hakken. Vooral tropisch hardhout, zo blijkt, blijft goed. 'Voor rotting is zuurstof nodig', zegt directeur Peter Keyes van het Canadese bedrijfje Triton Logging. 'Ook na vijftig jaar blijkt het hout in perfecte conditie.' Triton pakte het idee van Clark op en begon te experimenteren met onderwaterbosbouw. Op het kantoor op Vancouver Island ligt een lijst met elfhonderd stuwmeren die in aanmerking komen.

'De mogelijkheden zijn enorm', zegt Keyes in een telefonische toelichting. Nu tropisch hardhout schaarser wordt, is het lucratief ondergelopen bossen te kappen.

Eerste boom op de bodem gekapt
Elf jaar lang experimenteerde het bedrijf met onbemande onderzeeërs en telescopische oogstmachines; dit voorjaar kapte het de eerste boom op de bodem van het Voltameer in Ghana, het grootste stuwmeer ter wereld. Keyes: 'Ik zit nu in Brazilië, waar ze veel interesse tonen.'

Het valt meteen op, als je voor het eerst aan de oever van het Voltameer staat. Uit het gladde wateroppervlak steken hier en daar kale bomen. Vissers peddelen er rond in hun kano en binden af en toe hun net vast aan een boomtop. Dat moeten woudreuzen zijn geweest, want het meer is doorgaans 20 tot 40 meter diep.

De bouw van de zogeheten Akosombodam begon in 1961. Nu liggen op de oever dikke boomstammen hoog opgestapeld. Nog nat van hun lange onderdompeling.

'Kijk eens, een hele berg ebbenhout', zegt een tevreden Kees van der Kolk. De 60-jarige zagerijbaas - een Nederlander die al 36 jaar in Afrika werkt - maakte deze zomer met een bulldozer een stukje oever vrij en zaagt daar sinds kort dikke planken tropisch hardhout.

'Dit gele hout heet Kusia', zegt Van der Kolk. Het is populair voor paardenstallen; en dit is Azobé, voor tuinschuttingen; Afzelia voor parket; en deze soort weten we nog niet, zoeken we uit.' Op de bodem van het Voltameer staan naar schatting 38 soorten bomen.

Drie jaar onderhandelen
Uit het zicht, 60 kilometer verderop, dobbert een ponton op het meer. Daarop zit een houthakker in een zogeheten Shark: een zelfontworpen bosbouwmachine met een telescopische arm en sonarapparatuur (zie graphic). De Ghanese overheid gaf na drie jaar onderhandelen een concessie af voor 25 jaar en 350 duizend hectare. Het hele meer is 850 duizend hectare, eenvijfde van Nederland. De Shark zaagt iedere 5 minuten een boom om, tot op 27 meter diepte, en legt die op een schuit. Een sleepboot brengt de stammen naar de zagerij.

Triton zaagt alles om, hoe klein ook, op verzoek van de Ghanese overheid. Jaarlijks verdrinken honderden Ghanezen als hun boot lek slaat op een boomstomp onder water. Onder druk van biologen gooit de Shark boomkronen terug. Om de tilapia een plezier te doen. De inkomsten voor Ghana, zegt Keyes, zijn vergelijkbaar met die uit een gewone kapconcessie. Tritons kosten zijn relatief laag - boswegen aanleggen en herbeplanting is niet nodig - maar de ontwikkelingskosten waren hoog. Pas als een tweede Shark arriveert en de zagerij is vergroot, is er kans op winst.

Parketvloer of chopstick
Het gros van het hardhout eindigt als chopstick of parketvloer in China. Maar een deel zal ook in Nederland worden verkocht. Met een keurmerk van de Rainforest Alliance in de categorie reclaimed wood. Daaronder vallen ook planken van drijfhout of oude schuren.

Keyes: 'Bomen horen niet op de bodem van een meer. Iedere stam die wij bovenhalen, scheelt weer een boom omhakken op het droge.' Daar komt bij dat sommige boomsoorten, zoals ebben, nauwelijks nog legaal te rooien zijn. 'Het Voltameer staat er vol mee!'

Bosbouwbedrijven azen al twintig jaar op verdronken bossen. Maar eerdere technieken, zoals duikers naar beneden sturen met pneumatische kettingzagen, bleken gevaarlijk. Het zicht is er minder dan 1 meter en de valrichting onvoorspelbaar.

Bovendien zijn de meeste bomen zinkers: die drijven alleen met hulp van ballonnen vol perslucht.

Wat ook wordt gedaan: met grof geweld bomen uit een meer trekken met kettingen. Dat levert veel bodemschade op.

Triton bouwde twee Sharks en drie zogeheten Sawfish: onbemande onderzeeërs die tot 100 meter diepte inzetbaar zijn (zie graphic). Die zijn nog niet ingezet op het Voltameer.

Voorlopig is het bedrijf lerende: zo blijkt doordrenkt hout makkelijker zaagbaar, zijn de zaagbladen niet bestand tegen de duimdikke spijkers die ooit als klimhulp zijn gebruikt bij het papegaaien vangen en kun je op een sonar geen boomsoorten herkennen. Keyes: 'Het is net vissen, iedere keer is het weer een verrassing.'

Wat ook nog moet blijken: houdt een man alleen het wel zes weken uit op een ponton op een uitgestrekt meer? Hij moet zeven dagen per week de machine bedienen en eten en slapen op een meegebracht woonbootje.

Van der Kolk: 'Zijn lampje is het enige op het hele meer. Dus iedere muskiet gaat die kant op.'

mailIcon print |