De recente stijging van het aantal zieke werknemers in Cambodjaanse textielfabrieken houdt nauw verband met de sterke groei van de productie in het Aziatische land. In hun zoektocht naar goedkope fabrieken strijken grote modemerken zoals Puma en Hennes & Mauritz de laatste jaren neer in Cambodja.
AMSTERDAM - De Cambodjaanse groei - in 2011 produceert het land ruim 30 procent meer kleding - leidt tot ongelukken die eerder al zichtbaar waren in bijvoorbeeld China en India. Begin deze week vielen bijna vijftig werknemers flauw in een Pumafabriek nabij de hoofdstad Phnom Penh. Een week daarvoor zakten zo'n honderd werknemers in elkaar in een andere fabriek, waar kleding wordt gemaakt voor H&M. Voor de bedrijven is Cambodja goedkoop, de werknemers zijn betrouwbaar en de kwaliteit van de producten goed.
In de fabrieken werken gemiddeld duizend of meer Cambodjaanse werknemers aan grote aantallen simpele T-shirts en sportschoenen. Ze worden veelal gecontroleerd door Chinese eigenaars, want ook het grootste kledingproducerende land ter wereld heeft het potentieel van Cambodja ontdekt. 'Er is een verschuiving van de Chinese kledinghandel naar andere landen', constateert deze week ook de algemeen secretaris van de Cambodjaanse kledingfabrikantenorganisatie GMAC.
De kledingindustrie is belangrijk in Cambodja. Het afgelopen jaar nam de export naar de Verenigde Staten en Europa toe. Volgens cijfers van de Cambodjaanse kledingfabrikanten organisatie GMAC ging voor zo'n 507 miljoen dollar (350 miljoen euro) aan kleding en textiel naar Amerika. De Europese markt brengt Cambodja ruim 168 miljoen euro op. In mei vorig jaar werkten zo'n 280 duizend Cambodjanen in kledingfabrieken. Zes maanden later zijn dat er ruim dertigduizend meer, zo blijkt uit cijfers van het Cambodjaanse Ministerie van Handel.
Ivo Spauwen van de Fair Wear Foundation zag een paar jaar geleden hoe Chinese managementteams naar Cambodjaanse fabrieken werden gevlogen. 'Er is veel Chinees kapitaal in Cambodja', zegt Christa de Bruin van de Schone Kleren Campagne. 'De loonkosten zijn er lager dan in China. Dat spreekt investeerders natuurlijk aan.'
Bovendien hoeft Cambodja geen heffing te betalen voor kleding of andere producten die het naar de Europese Unie exporteert. Het valt onder regelgeving waarbij ontwikkelingslanden zijn vrijgesteld van handelstarieven. 'Landen als Laos en Cambodja zijn in het voordeel omdat er voor hen geen handelsquota's gelden', zegt ook Luisa Santos van Eratex, de Europese branchevereniging voor textielproducenten. 'China en India, vooralsnog de grote kledingexporteurs, hebben dat voordeel niet.'
Maar aan de productie in de fabrieken in Cambodja mankeert nog het nodige. Hoewel grote modemerken richtlijnen hebben geformuleerd waaraan de kledingfabrieken moeten voldoen, gaat het nog regelmatig mis. De afgelopen maanden zakten honderden medewerkers van fabrieken in elkaar. Uit onderzoek bleken de hoge concentraties chemische middelen in de lucht een van de oorzaken. Bovendien werkten sommige werknemers dag en nacht door om genoeg schoenen en kledingstukken af te krijgen.
'Het wordt steeds lastiger voor lokale vakbonden om te onderhandelen over arbeidsomstandigheden', zegt De Bruin van de Schone Kleren Campagne. 'Dat komt mede doordat steeds meer fabrieken in buitenlandse handen zijn. De eigenaren zijn vaak Chinees of Taiwanees.'
Volgens De Bruin steekt het productiesysteem complex in elkaar. Werknemers komen uit verscheidene landen, wat de communicatie bemoeilijkt. 'Maar dat ontslaat ze niet van de plicht te zorgen voor een veilige en goede werkplek voor arbeiders die hun kleding produceren.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.