Zijn vader, arts in een psychiatrische kliniek, adviseerde hem ooit al zijn talenten uit te proberen. Jussi Adler-Olsen werd rijk als striphandelaar, coördineerde de Deense vredesbeweging en woonde ook nog even in Schiedam. Nu is Adler-Olsen internationaal gevierd als auteur. 'Ik zag een leemte: we hadden nauwelijks thrillers in Denemarken.'
Bob Dylan net zeventig geworden. Oh, my god. Die heeft veel invloed op hem gehad, in de jaren zeventig, toen hij zelf gitaar en keyboard speelde en probeerde te klinken als Jimi Hendrix. Hij componeert nog wel eens iets. Als een van zijn boeken verfilmd wordt, kan hij er misschien muziek bij maken. Hij luistert ook altijd naar muziek tijdens het schrijven. Alles: van popmuziek tot filmmuziek, zelfs Riverdance. Tijdens het schrijven van Het alfabethuis luisterde hij alleen naar Ennio Morricones muziek uit The Mission. 'Zjing, zjing, round, round.'
Het moet wel goed uitgevoerd worden. Maar naar heavy music luisteren om een heavy toon te krijgen, dat doet hij niet. Dan bedrieg je jezelf. Waar hij van houdt in muziek, films, schilderkunst, is de ontbrekende stem. Het onuitgesprokene dat te raden overlaat. Daardoor blijf je kijken, luisteren, lezen.
Jussi Adler-Olsen (1950) schrijft thrillers die reacties oproepen als 'zijn thrillers overschrijden het genre'. Daar moet hij om grinniken, 'ik ben toch echt een thrillerauteur, helemaal wat ik wil'. Zijn nieuwste boek is net uit in de Nederlandse vertaling. Dossier 64, het vierde deel van de serie rond Carl Mørck, die in Kopenhagen hoofd is van de afdeling Q, cold cases, zaken uit het verleden die alsnog moeten worden opgelost. Een moeilijke, dwarse man, maar wel zo een die ieder moordslachtoffer zich als rechercheur zou wensen.
De kelder van het politiebureau is zijn onderkomen, dat hij deelt met zijn opmerkelijke assistent Assad, uitgerold gebedskleed, afkomstig uit Syrië, wiens verleden steeds interessanter wordt. En met Rose, opvallend uiterlijk, slim, die nog wel eens van persoonlijkheid verandert. De zaken die ze behandelen zijn vaak zo mensonterend dat ze zich in het brein vasthaken. De zwarte humor voelt als een verlichting.
Na drie politieke thrillers die tamelijk succesvol waren, kwam in 2007 de internationale doorbraak met het eerste deel van de serie Q, De vrouw in de kooi. Adler-Olsen heeft gevoel voor afwijkende personages, niet zo vreemd gezien zijn achtergrond. Hij bracht zijn jeugd door in en nabij psychiatrische instellingen, waar zijn vader als arts werkte.
'In 1955 woonden we in een psychiatrisch instituut waar het er hard aan toe ging. De patiënten klommen en krijsten in kooien en spuugden naar ons. Toch waren we niet bang voor ze. Mijn vader zei: 'Ze zijn hier om te genezen. Het zijn mensen. Probeer alsjeblieft echt naar ze te kijken. Dan vind je een klein zaadje dat je kunt begrijpen.' Vanaf mijn vijfde jaar heb ik daarop gelet.
'Ik was wel bang voor de dokters. Die hadden de macht. Ze hadden rubberen dingen in hun zakken, en naalden. Ze konden een knop indrukken. Maar voor ons kinderen, van het personeel, was het als het paradijs. Mooie plekken, fjorden, bossen. We waren vrij jong al behoorlijk volwassen. Ik kreeg vrienden onder de patiënten.
'Carl Mørck was ook zo'n patiënt, die in tijdelijke waanzin zijn vrouw had vermoord. Hij was aardig voor me, vertelde me hoe goed en kwaad in één persoon kunnen samengaan. Ik leerde hoe ik moest omgaan met vreemde situaties. Ook in het gewone leven. Ik ben blij met mijn jeugd. Mijn vader vertelde me wat mensen ziek maakte. Toch heb ik niet voor eenzelfde beroep gekozen. Ik wilde heel veel, wist nog niet precies wat. Hij moedigde mij aan al mijn talenten uit te proberen.'
Zijn ouders waren rijk, maar in de jaren zeventig - 'kom op' - wilde hij niet ondersteund worden. Door stom toeval begon hij een stripwinkel, die een enorm succes werd. Hij en zijn vrouw werden rijk, kregen meerdere winkels, konden appartementen kopen. Op zijn dertigste was hij onafhankelijk. Ondertussen studeerde hij ook, medicijnen, sociologie, politiek, film, en nog een paar zijstraten. De vredesbeweging deed hij er even bij. Coördinator, verschillende kampen samenbrengen. Hij stelde een cartoonencyclopedie samen, schreef twee boeken over Groucho Marx. Was ook nog uitgever.
'Het is verleidelijk om over je eigen ervaringen te schrijven, zoals Nick Hornby in High Fidelity. Maar wilde ik dat? Het zou een mix kunnen zijn zoals John Irving dat deed in The Cider House Rules. Maar toen zag ik een leemte, we hadden nauwelijks thrillers in Denemarken. Er was een boek als Smilla's gevoel voor sneeuw, van Peter Høeg. Maar dat was niet echt helemaal een thriller.
'Ik kende suspense-trucs van films. Geleerd van Alfred Hitchcock en van de vele films die ik had gezien. Ik leerde van de slechte films en nog meer van de goede. Een thriller moest het worden. Je kon ieder onderwerp nemen, politiek, geschiedenis, klassieke verhalen met moderne literatuur combineren, that was me.
'Wat is het verschil tussen misdaadromans en thrillers? Agatha Christie schreef misdaadverhalen. Er is een moord die moet worden opgelost. Soms grappig om te lezen, maar ik prefereer de thriller, want daarin probeer je een misdaad te voorkomen. Daarmee betrek je de lezer bij de handelingen.
'Het blijft vechten om de aandacht van de lezer. Aan de lezer denken terwijl je schrijft, is voor mij heel belangrijk. Veel fantastische schrijvers, ik noem Jerzy Kosinski, geven niets om de lezer. Maar ik houd van wat ze schrijven. Een Noor, Erlend Loe, schrijft dunne boeken, maar een halve centimeter dik, geniaal, hij is een non-writer. Net als Winston Groom, die Forrest Gump schreef. Hun boeken lezen is een prachtige ervaring.'
De serie Q zal zo'n tien, elf boeken gaan omvatten, denkt hij. Er moet een ontwikkeling gaande blijven, ook in de personages. En niet altijd in de goede richting. Ze kunnen ontsporen. Mørck doorloopt allerlei fasen in zijn bestaan, hoewel er kwesties zijn die vooralsnog blijven kwellen. Schuldgevoel over 'de spijkerpistoolzaak', waarbij een collega verlamd raakte en een andere gedood werd. Gecompliceerd gezeur met zijn opgewonden ex-vrouw.
'Maar hij zet door. Met alles. Hij neigt sterk naar luiheid, net als ik. Om je schaamte daarvoor te overwinnen werk je als de hel. Het is ook goed te weten hoe hij over anderen, bijvoorbeeld zijn collega's, denkt. Dat wordt aardig uitgedrukt in een strip van Sergio Aragonés, die ooit in Mad Magazine stond, dat ik in Denemarken uitgaf. Er is geen dialoog. Je ziet alleen hoe mensen doen en denken. Wat ze denken staat in schaduwen op de muur. Dus wij ontmoeten elkaar; het lijkt er op dat we elkaar mogen, maar op de muur steken we elkaar neer. Prachtig. Dat is een deel van Carl Mørck. De schaduw op de muur, die hebben we allemaal.
'In 1980 heb ik een half jaar in Schiedam gewoond. Mooie tijd voor mijn vrouw en mij. Ik schreef er mijn eerste boek, nooit uitgegeven, maar ik wilde weten of ik het kon. Mensen leken hier goed met elkaar te kunnen samenleven, met Surinamers, Indonesiërs. Dat is nu geloof ik wel anders, net als bij ons. Er is weinig begrip voor de situatie van immigranten. Integratie, vergeet het maar. Dat gegeven heb ik gebruikt voor Assad. Assad is trouwens de sleutelfiguur. Geen Mørck zonder Assad.'
Machtsmisbruik is het thema dat in al zijn verhalen een rol speelt. Misbruik in persoonlijke verhoudingen, maar ook in bedrijven, kerkgenootschappen, en in wandaden van de overheid.
In Dossier 64 wordt een schandaal belicht uit de tijd waarin in Denemarken vrouwen die 'lichtzinnig' of 'achterlijk' waren bevonden, gedwongen werden tot abortus of sterilisatie. Een groot drama speelde zich af op een Deens eilandje, waar vrouwen door een onmenselijke behandeling voor het leven werden getraumatiseerd.
'De personages heb ik zelf ingevuld, maar het eilandje is honderd procent waar. In totaal achtduizend vrouwen werden tussen 1923 en 1961 opgesloten en gesteriliseerd. Abortussen waren er ook aan de lopende band, bij meisjes die 'te vrij' waren, wie weet, met de zoon van de burgemeester naar bed waren geweest. Waarschijnlijk waren er dommen bij, of hadden ze Tourette. Weg met die slechte genen. Behandeld als beesten.
'Toen ik klein was keken we wel eens in de verte naar het eiland Sprogø. Dan zei mijn vader: 'Het ergste van krankzinnig verklaard te zijn, en verbannen en opgesloten te worden, is dat de gemeenschap oneindig hardvochtig kan zijn. Weet je, Jussi: dat is een misdaad.
'En ik schrijf over misdaad, die als schuurpapier op je huid voelt. Dat gevoel raak je kwijt door erover te schrijven.'
Jussi Adler-Olsen: Dossier 64.
Uit het Deens vertaald door Kor de Vries.
Prometheus; 471 pagina's; € 17,50
ISBN 978 90 446 1755 9.
CV:
1950
Carl Valdemar Jussi Henry Adler-Olsen geboren in Kopenhagen
1997
Eerste van drie politieke thrillers: Het alfabethuis
2002
De bedrijfsterrorist
2006
Het Washington decreet
2007
Eerste deel serie Q: De vrouw in de kooi
2008 2009
De fazantenmoor-denaar
2009
De noodkreet in de fles
2010
Dossier 64
2011
Dossier 64 in Nederlandse vertaling.
Heruitgave: Bedrijfsterrorist & Alfabethuis Omnibus
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.