Bladluis, eikenprocessierups, paardenkastanjemineermot. Geen voorjaar meer zonder plaag. 'Maar wat is een plaag? Als de mensen er last van hebben?'
WAGENINGEN - De auto's plakken alweer van de honingdauw van de bladluis. En lang zal het niet duren of de spinselmot heeft de meidoorn weer ingepakt in een ragfijn web. De hazelaar en de esdoorn staan binnen een paar dagen onhandig bloot te wezen vanwege kaalvraat door de kleine wintervlinder. En de eikenprocessierups? Hoever reikt dit voorjaar de opmars van dit insect met de branderige haartjes?
De insectenplagen zijn weer in het land. 'Maar wat is een plaag?', reageert Leen Moraal (62). Hij is de insectenman van Nederland en verbonden aan het onderzoeksinstituut Alterra. Teder pakt hij een spindraad vol wriemelende wormen, die als lemmingen op weg zijn naar een nieuwe boom om kaal te vreten. Ze zijn nog klein, het voorjaar is maar net bezig, maar ze zijn met veel en niet meer te houden. Voort moeten ze, tot genoegen van de koolmees en de pimpelmees en niet te vergeten de schuilwesp, hun enige echte vijand.
Het had maar een haartje gescheeld of Moraal was wegbezuinigd door staatssecretaris Bleker van Landbouw. Na Kamervragen van CDA en de Partij voor de Dieren kwam Bleker deze week terug op zijn besluit. Moraal en zijn vrijwilligers kunnen verder met hun registratie van insectenplagen. Jaarlijkse kosten 65.000 euro.
Vanwege de grote maatschappelijke betrokkenheid, zei Bleker. Hij had beter de wapenfeiten kunnen noemen, vindt Moraal. Want die zijn er voldoende. Toen eind vorig jaar een waarnemer in Almere een esdoorn opsnoeide, ontdekte hij grote gangen in het hout. Hij schakelde Moraal in en die klopte meteen aan bij de Voedsel- en Warenautoriteit. Kon het een ander beest zijn dan de gevreesde Aziatische boktor, een gevaarlijke variant van de boktor die eerder opdook in een kwekerij in Boskoop? De bomen werden aan mootjes gezaagd en inwendig onderzocht. Staatssecretaris Bleker zelf kwam kijken en kwam woorden tekort om het systeem van waarneming te prijzen.
Vlak na de oorlog, in 1946, begonnen waarnemers verslag te doen van insecten op bomen en struiken. Het hout in het bos was hard nodig voor de mijnen en de woningbouw. Zieke en dode naaldbomen werden elk voorjaar opgeruimd. Op speciale kaarten maakten waarnemers aantekeningen van de plaaginsecten van toen: dennenscheerder, lariksmotje, elzenhaantje, dennensnuitkever. De moderne waarnemer - ongeveer 450 in totaal - heeft het drukker dan ooit. Want ook voor de insect is de wereld een dorp geworden.
Maar uiteindelijk belanden ze allemaal op het bureau van Moraal, in een potje of op een foto. Zijn kantoor is een pijpenla tussen laboratoria van het instituut Alterra, verbonden aan de Wageningen Universiteit. Hij determineert gratis voor wie met een vreemd beest op boom of struik komt en hij houdt middels publicaties zijn waarnemers scherp.
Er gaat niks boven een levende boom. Maar, zegt Moraal, toch heeft hij liever dood hout, omdat daarop bijzondere insectensoorten zijn te vinden. In zijn pijpenla liggen en staan vele boomstammetjes. Op een ervan is het verwoestende werk van de boktor te zien. Een paar deuren verder, in de collectiekamer, staat een dode boktor opgeprikt in een laatje. Het is een grote kever, die onder de schors graaft en de sapstroom remt, en zo de boom doodt. De boktor richt in de wereld ravages aan.
Moraal vreest dat ze op enig moment ook naar Nederland komen. 'China is de nieuwe werkplaats van de wereld. Met miljoenen containers tegelijk worden producten uit dat land de wereld over vervoerd. De Chinezen gebruiken verpakkingshout en daarin zitten heel veel schadelijke insecten.'
Een paar jaar geleden kreeg Leeuwarden uit China honderden kratten met natuursteen aangeleverd voor een bestratingsproject. De kevers kwamen in bosjes onder de stenen uitgekropen, vertelden stratenmakers aan Moraal.
Bladluis, eikenprocessierups, paardenkastanjemineermot. Geen voorjaar meer zonder plaag. 'Maar wat is een plaag?', zegt Moraal opnieuw. 'Als de bomen er last van hebben? De insecten? Of de mensen? Dit warme voorjaar is fantastisch voor de insecten. Nat weer of een late nachtvorst kan ze de kop kosten. De bomen kunnen goed tegen kaalvraat. Als de rupsen zijn volgroeid, wacht de boom even en dan loopt hij opnieuw uit. Een maand later staat de boom er bij alsof hij nooit kaal is geweest.'
Maar droogte kan een boom ook uitputten. Dat is het moment dat 'dodelijke' insecten toeslaan, zoals in de jaren negentig de eikenprachtkever.
'Er valt nog zo veel te ontdekken', zegt Moraal, ook na 65 jaar waarneming. 'Bijna niemand heeft bijvoorbeeld nog ecologisch onderzoek gedaan naar een plaaginsect als de eikenprocessierups.' Hij pakt een zwam die op dode beuken groeit. Of we wel beseffen dat in die zwam 23 soorten kevers huisden?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.