*

 
dossier

Archief

Ridderzaal te statig voor mensenrechtentulp

Door: redactie − 14/12/10, 00:00

DEN HAAG - De Nederlandse staatsprijs voor de mensenrechten werd vrijdag uitgereikt aan de Hondurese Bertha Oliva. Minister Uri Rosenthal nam de plechtigheid voor zijn rekening, en stak de loftrompet over de vrouw die al jarenlang vecht voor de rechten van nabestaanden van mensen die tussen 1979 en 1989 in Honduras verdwenen.

De uitreiking was niet zoals vorig jaar in de statige Ridderzaal, maar in een zaaltje op de Apenrots, zoals het departement door zijn bouw wordt genoemd. 'Alles moet soberder', zegt een woordvoerder van Buitenlandse Zaken. Het afsluitend diner werd ook niet bijgewoond door Rosenthal.

'Daar keken we lelijk van op', zegt juryvoorzitter van de Mensenrechtentulp Cisca Dresselhuys. 'Er leek ons sprake van downgrading.' Het gevoel dat er een nieuwe wind waait op het gebied van de mensenrechten werd versterkt toen de voormalige hoofdredacteur van Opzij zaterdag in de Volkskrant een interview met Rosenthal las. Daarin stelde de minister dat stabiliteit en veiligheid voor Nederland en de Nederlanders in de hele wereld de twee belangrijkste pijlers zijn onder zijn beleid. Rosenthal: 'Een derde pijler vormen de mensenrechten. Maar je kunt niet overal voortdurend mee bezig zijn. Je moet energie, tijd, aandacht en middelen selectief inzetten.'

De minister ziet er geen brood in overal op elk moment achter de mensenrechten aan te jagen. Bovendien zijn er volgens hem organisaties die daar ook goed werk doen.

Dresselhuys: 'Rosenthal had in dat interview toch wel kunnen zeggen dat hij de staatsprijs voor de mensenrechten een dag eerder had uitgereikt. Dat vond ik verbazingwekkend. Als je een staatsprijs hebt, vind je dat als land belangrijk. Voor zover ik weet is er geen ander land met zo'n prijs. Rosenthal heeft de staatsprijs geërfd van zijn voorganger Maxime Verhagen. Dan zegt hij ook nog dat het in veel landen niet pluis is, maar dat je niet iedereen achter de vodden kunt zitten.'

Ook Eduard Nazarski, directeur van Amnesty International, was onaangenaam getroffen door het interview. 'De benadering van Rosenthals voorganger Maxime Verhagen had ambitie en élan. Het lijkt erop dat Rosenthal dat élan niet heeft en de mensenrechten als een soort bijwagen ziet.'

Zorgen maakt Nazarski zich vooral over mensenrechtenactivisten. Zijn ervaring is dat het nogal wat uitmaakt of activisten in Iran, Kazachstan of Congo mentale steun krijgen van de Nederlandse regering.

Nazarski: 'Dat zijn heel krachtige signalen die doorkomen bij regeringen in die landen. Nu gaat er geen hoog ambitieniveau van uit. Als je iets wilt bereiken, straal dan als minister vastberadenheid uit.'

mailIcon print |