*

 

Duyvendak ziet democratie slechts als middel

Door: redactie − 11/08/08, 00:00

Uit de opmerkingen van Wijnand Duyvendak blijkt een zeer beperkte waardering voor de democratie, betoogt Meindert Fennema...

Het zal wel aan de zomer liggen dat de media zich gestort hebben op een Tweede Kamerlid van wie allang bekend was dat hij in zijn actieverleden de grenzen van de rechtsstaat overschreden had. Maar Wijnand Duyvendak heeft het er zelf ook wel een beetje naar gemaakt, door zijn biografie zo parmantig te adverteren met zijn helerschap, op een moment bovendien dat hij zeker wist dat zijn delict verjaard was. In NOVA toonde hij zich een zelfingenomen zondaar. Geen fraai gezicht.

Maar er is ook een andere visie op de diepe kniebuigingen van Duyvendak mogelijk. Is het geen overwinning voor de democratie dat potentiële extremisten uit de kraak- en milieubeweging zich zonder veel geweld van overheidszijde tot de parlementaire democratie bekeerd hebben?

In het college politieke geschiedenis dat ik geef, vertel ik graag aan buitenlandse studenten dat er in Nederland tot voor kort een grote tolerantie bestond voor het linkse actiewezen. Als je vroeger als student een steen gooide door de ramen van het ministerie van Onderwijs liep je kans dat de minister persoonlijk naar buiten kwam om te vragen of je niet in een adviescommissie zitting wilde nemen. Repressieve tolerantie werd dat door de actievoerders genoemd, en het werkte perfect. In die zin is de politieke carrière van Duyvendak een teken van het succes van onze democratische rechtsorde. Drie hoeraatjes voor de democratie dus!

Maar in de interviews die Duyvendak geeft (Binnenland, 7 augustus) klinkt toch ook een sterke echo van het radicalisme van dertig jaar geleden. Duyvendak zegt zijn illegale acties weliswaar te betreuren, maar alleen maar omdat gewelddadige en illegale acties de mensen in het land van de milieubeweging vervreemden. De implicatie van deze redenering is dat hij gewelddadige acties niet zou afwijzen als ze wél effectief zouden zijn.

Deze instrumentele visie op geweld en wetsovertreding is typerend voor het politiek radicalisme waar Duyvendak deel van uitmaakte. Het linkse radicalisme was – en is – weliswaar niet erg gewelddadig, maar schuwde geweld zeker niet, ook niet tegenover burgers. Want Duyvendak distantieert zich nu wel van de RaRa-acties, maar van het geweld dat destijds tegen de leden van de Centrumbeweging gebruikt werd heeft Duyvendak zich nooit gedistantieerd. Ook al waren het zijn politieke vrienden die in Boekel en Kedichem de ramen ingooiden van de motels waar de Centrumpartij een vergadering had gepland. Met bivakmutsen op sloegen zij er met ijzeren staven op los.

Dat was geweld gericht tegen personen, een vorm van politiek terrorisme dus. Toch vermoed ik dat Duyvendak van die vormen van geweld geen afstand neemt. In ieder geval heeft actieblad Bluf, waarvan hij destijds redacteur was, nooit afstand genomen van het antifascistisch geweld.

Hoe komt dat? Politieke radicalen hebben een sterke neiging de wereld in te delen in Goed en Kwaad. Zelf zijn zij natuurlijk voor Het Goede en zij leveren een strijd, liefst op leven en dood, tegen het Kwaad. Vervolgens wordt ook de mensheid ingedeeld in diegenen die aan de goede en diegenen die aan de verkeerde kant staan. Met de mensen die aan de verkeerde kant staan, daar hebben radicalen meestal weinig medelijden mee. Politiek radicalisme is een politieke religie waarin het doel de middelen heiligt.

Duyvendak zegt daar zelf over: ‘Er had zich destijds een hardheid ontwikkeld, waarvan we toen dachten: alles bestaat naast elkaar. Zij deden het met geweld, en wij deden het iets anders, en laat de beste winnen. Nu zie ik veel scherper hoe ontzettend belangrijk het is geweldloos te zijn, maar dat het ook van groot belang is daarover heel uitgesproken positie te kiezen tegenover mensen die daar anders over denken. Als je in zo’n sfeer van geweld en confrontatie zit, kan er een tunnelvisie ontstaan die levensgevaarlijk is.’ (Trouw, 17 december 2003)

Merk op hoe sterk het denken in de radicale beweging beïnvloed is door een sociaal-darwinistische denkwijze: laat de beste winnen. Merk ook op dat uit dit citaat geen enkel besef van democratische deliberatie spreekt. Geweld wordt door Duyvendak afgewezen omdat het leidt tot een tunnelvisie, in zijn eigen beweging wel te verstaan. Wat geweld met tegenstanders doet, lijkt hem – ook in 2003 toen hij al namens GroenLinks in de Tweede Kamer zat – niet te interesseren. Dat politiek geweld het democratische proces ondergraaft, lijkt Duyvendak niet te beseffen.

Voor Duyvendak is democratische politiek slechts een middel om zijn doel te bereiken. Helaas zijn er, zowel ter linker als ter rechter zijde, veel mensen die er zo over denken. Het onverwachte succes van D66 zou wel eens een teken kunnen zijn dat anderen, geconfronteerd met verschillende vormen van politiek radicalisme, zich plotseling realiseren dat democratie meer is dan een mogelijkheid je eigen doeleinden te verwezenlijken. Het is een manier van samenleven die in zichzelf waarde heeft, omdat hij uitgaat van respect voor politieke tegenstanders.

mailIcon print |