> REPORTAGE TWEEDRACHT IN KATS Zeeland telt 116 verdronken dorpen, en in Kats (Noord-Beveland) zou een Monument voor die verdronken dorpen komen....
Jan Schuurman Hess kreeg tranen in de ogen, toen hij zich de scène weer voor ogen haalde. Het was begin september, in de gymzaal van dorpshuis De Vriendschap in Kats waren de dorpsbewoners bij elkaar gekomen om te praten over de voorgenomen bouw van een monument voor de Verdronken Dorpen, bij de Katshoek, even buiten Kats, aan de dijk van de Oosterschelde.
Plotseling nam de oude landarbeider Joop Lokker het woord. Hij hield het klimrek langs de muur stevig beet - hij hield zich vast alsof de golven van lang geleden hem alsnog dreigden mee te sleuren.
Lokker wilde van de gedeputeerde Harry van Waveren dringend weten of hij het had meegemaakt. Of hij had gezien hoe de mensen zich vastklemden aan hun huis, tot ze uitgeput moesten loslaten.
Of hij hun kreten had gehoord.
Hij wel. Hij had ze wel gehoord. Hij hoorde ze nóg.
Van Waveren zei dat zijn opa hem de verhalen had verteld.
‘Óf je ze bewúst hebt gehoord! Of je hebt meegemaakt dat je de buren om hulp hoorde schreeuwen! Heb je dat meegemaakt?’
Nee, dat niet. Harry van Waveren was nog niet eens geboren in het jaar van de Watersnoodramp.
Dat monument, zei Joop Lokker, dat mocht er niet komen. Nu niet en nooit niet. Hij wilde niet drie keer per dag dat hulpgeroep weer horen.
In Zeeland praatten ze niet over de ramp van 1953. Ja, soms, zei Jan Schuurman Hess, in één kort zinnetje, een half zinnetje, een woord. Of je zag de herinnering nog in een blik waarachter zich een wereld van verdriet verschool.
Zo’n man, in de gymzaal, die daar stond en alles weer aan zich voorbij zag trekken. Jezusnogantoe, dat was heftig.
Dat kunst zoveel sentiment, zeg maar gerust zoveel héftige emoties teweeg kon brengen, dat had Victor Slenter, directeur van de GGD Zeeland en secretaris van de Vereniging Dorpsgemeenschap Kats, nooit kunnen bevroeden. Dat één kunstwerk Kats zelfs in haar voegen kon laten kraken, hoe was het in godsnaam mogelijk?
In Kats, nota bene. Kats, dat toch bekend stond als een vrijgevochten ‘kunstenaarsdorp’ waar de mensen niet benauwd dachten en niet van verbazing van hun fiets vielen, wanneer ze een kunstenaar zagen. Kats, waar op het plein naast De Vriendschap een beeld van elkaar omarmende dorpsbewoners de eenheid en onderlinge verbondenheid symboliseerde.
Kats, op Noord-Beveland, 400 inwoners onderaan de dijk van de Oosterschelde, nergens een café of zelfs maar kruidenier te bekennen. Maar waar ze met z’n allen wel theatervoorstellingen van de grond tilden waar ze in de rest van Zeeland met grote ogen van verbazing en bewondering naar keken.
Zo’n dorp.
En toen was er de toren. Het monument. Toen was je opeens vóór het beeld, of tégen het beeld. Toen was er opeens een storm in een glas water - tenminste, dat dachten ze eerst nog, dat het een storm in een glas water was.
116 Verdronken Dorpen en één Verdronken Stad telt Zeeland. Oorden die ooit werden weggevaagd in Middeleeuwse stormen en vloeden - de St. Elisabethsvloed (1404), de St. Felixvloed (1530) - of in latere rampen. In 1953 verdwenen nog dorpen van de kaart.
In 2001 stelde de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland op verzoek van de provincie een plan op voor de oprichting van een Monument voor de Verdronken Dorpen. Een monument met een ‘multidisciplinaire invalshoek’. Nadat al het onderzoek naar de Verdronken Dorpen was afgerond was het tijd voor het monument.
Honderd kunstenaars zonden een ontwerp in, vier werden uitverkoren voor de laatste selectieronde. Van hen kreeg de Rotterdamse Lydia Schouten uiteindelijk de opdracht toegewezen, door een commissie waarin heel cultureel-maatschappelijk Zeeland wel zo’n beetje was vertegenwoordigd.
Het benodigde geld, ongeveer een ton, kwam er ook, bijeengebracht door diverse instanties. Op 14 maart 2006 kreeg Lydia Schouten van GS van Zeeland opdracht haar ontwerp te realiseren.
De plaats waar haar ontwerp moest komen, was ook al bekend: in Katshoek, waar de dijk van de Oosterschelde even knikt, bij Kats. Goed bereikbaar, in de buurt van de verdronken dorpen Oud-Kats en Emelisse en op de plek waar in de nacht van 20 op 21 maart 1966 de laatste grote dijkval van Zeeland plaatsvond.
Mooier kon niet. Dat vond ook de gemeenteraad van Noord-Beveland (die twintigduizend euro beschikbaar stelde), dat vond de hoeder van het Noord-Bevelandse kunstleven, de Stichting Kunstspoor, en ook het bestuur van de Vereniging Dorpsgemeenschap Kats vond dat het ‘moest kunnen’, het monument.
In het dorpskrantje, ‘De Katse Babbels’, verscheen in september 2005 een stuk over het monument, en in februari nog eens. Er kwam geen enkele reactie uit het dorp. Op 20 maart van dit jaar kwam Lydia Schouten naar Kats om haar kunstwerk te presenteren. Ze toonde de aanwezigen een maquette van de toren die ze net achter de Oosterscheldedijk wilde gaan zetten. Die moest zeven en een halve meter hoog worden en stond op een soort terp van tweeënhalve meter.
Op drie betonnen trappen naar de toren toe, kwamen de namen van de 117 Verdronken Dorpen. Op de stalen constructie van de toren zouden platen acrylaat worden aangebracht, met daarachter gezeefdrukte foto’s van golven en schimmen van mensen. Aan de toren kwamen luidsprekers waaruit driemaal daags, gedurende drie minuten, het geluid van een storm, van woeste golven en luidende kerkklokken zou weerklinken.
Er konden die avond geen bezwaren naar voren worden gebracht. De zaak leek beklonken.
Tot er in mei bij alle huizen van Kats een brief werd bezorgd, waarin Jan Schuurman Hess en Dig Tazelaar aankondigden dat zij een petitie tégen de bouw van de ‘lawaaitoren’ gingen organiseren.
Toneelschrijver Jan Schuurman Hess was een van de eerste artistiek angehauchte types die, samen met zijn vrouw, de actrice Tineke Schrier, in Kats neerstreken. Hij zei dat dorpelingen hem hadden aangesproken en hem er zo’n beetje voor verantwoordelijkheid hadden gesteld dat híj die toren op z’n geweten had. Was hij soms geen kunstenaar? Had hij niet mede van Kats een ‘kunstenaarsdorp’ gemaakt? En was dáár die toren soms niet uit voortgekomen?
Na lang dubben, zei Jan Schuurman Hess, had hij besloten er iets aan te gaan doen. Niet uit rancune, zoals sommige dorpsgenoten zeiden. En ook niet omdat hij nu eenmaal een intrigant was, zoals anderen beweerden, of ‘een mannetje dat heel moeilijk kan doen als hij zijn zin niet krijgt’. En al helemaal niet omdat er oude rekeningen vereffend moesten worden.
Nee, Jan Schuurman Hess vond dat iemand stem moest geven aan de weerzin tegen de toren die volgens hem in het dorp heerste.
‘Droevig’, zei Schuurman Hess, ‘dat mensen zeggen dat ik uit rancune handel of uit andere onzuivere motieven. Heel nare suggestie. Zulke opmerkingen zeggen meer over de mensen van wie ze komen, dan over mij. Ik laat ze als druppels water van mijn jas glijden.’
Schuurman Hess was toneelschrijver en artistiek leider van het toneelgezelschap Het Gezelschap van de Zee, dat samen met professionals als Willem Nijholt en Huib Roymans prachtige producties tot stand had gebracht. Maar een poging het gezelschap te professionaliseren was mislukt. Schuurman Hess was nog altijd verbitterd over de tegenwerking die hij daarbij had ondervonden.
Maar dat had met zijn oppositie tegen het monument niets te maken. Jan Schuurman Hess, vriend van Felix Rottenberg en ras-PvdA’er, vond wel dat de hele besluitvorming rond het monument van geen kanten klopte. De hele Zeeuwse cultuurkliek had zich ermee bemoeid, vriendjes over en weer hadden elkaar de bal toegespeeld, en zo was de bevolking van Kats voor een voldongen feit gesteld. Zo zag hij het, tenminste.
Hij zei dat het verzet tegen de toren een ‘authentiek protest’ was tegen de hoogmoed van degenen die de dorpsbewoners wel even zouden laten zien wat ‘goed en mooi’ was.
In de brief die huis-aan-huis werd bezorgd, stond dat er op de toren foto’s van verdrinkende mensen zouden worden geplakt. Uit de luidsprekers zou driemaal daags het geluid van golven, kerkklokken, loeiende wind weerklinken. En hulpgeroep van verdrinkende mensen.
Sterk vertekende informatie, zei het geschrokken bestuur van de Dorpsgemeenschap, uitsluitend bedoeld om iedereen in Kats flink op stang te jagen.
Maar in de eerste bouwaanvraag voor de toren was letterlijk sprake van foto’s van ‘mensen die bedolven worden door water’ en ‘roepende stemmen’ uit ‘marinespeakers’.
‘Niks aan gelogen dus’, zei Schuurman Hess. ‘Ik mag dan toneelschrijver zijn, maar zulke waanzin verzin ik natuurlijk niet.’ Bovendien had de zoon van Greetje Geelhoed, Peter, die bijna was gepromoveerd aan de TU Delft, uitgerekend dat het geluid, uitgaande van de in de bouwaanvraag genoemde decibels, veel verder zou dragen dan de vermelde tweehonderd meter.
De brief hakte erin. Binnen de kortste keren hadden zo’n 175 van de 400 inwoners de petitie ondertekend. Schuurman Hess en zijn medestanders hadden een zaak.
Het zaad voor tweedracht was gezaaid, in Kats.
Had je twee jaar in alle rust aan het project gewerkt, kreeg je dit opeens, zei Victor Slenter.
‘Plotseling begonnen emoties op te spelen’, zei Gerard van der Wal, de secretaris van de Stichting Kunstspoor die zich voorstander had getoond van de bouw van het monument. ‘Opeens hoorde je vergelijkingen met Auschwitz, waar ze toch ook geen monument met kreten uit de gaskamers hebben. Als het eenmaal zover is, kun je de discussie niet meer winnen.’
Van der Wal was cultuurambtenaar in Middelburg en zijn vrouw had een galerie, ‘Galerie Kats’. Kunst, zei hij, was een moeilijk onderwerp. Daar had je al snel discussie over. Maar deze discussie ging veel verder. Die tastte de verhoudingen in het dorp aan. En dat was de kunst niet waard. ‘Je moet met elkaar door’, zei Gerard van der Wal.
Volgens de kunstschilder Teun Nijkamp hadden de mensen in Kats het vooral moeilijk met het feit dat dat monument bij hun strandje zou komen. Het strandje, daar kwamen alleen mensen uit Kats. Op een mooie zomeravond heerste daar ‘een Zuid-Europese sfeer’. Met witte wijn en een macaronisalade zaten de mensen daar dan gezellig met elkaar te praten. Nijkamp kon zich voorstellen dat je daar dan niet zo’n monument wilde hebben dat herinnerde aan droeve dingen.
Toen Elly Boom van de kleuterschool in maart tegen de kunstenares zei dat ze die geluiden niet wilde horen bij het zwemmen, zei Lydia Schouten tegen haar dat ze dan maar ’s ochtends moest gaan zwemmen. De geluiden waren altijd ’s middags.
Het kunstwerk op de dijk sloeg ‘een duidelijk voelbare bres’ in het dorp, zei Victor Slenter.
Teun Nijkamp zei dat hij het ontwerp van Lydia Schouten trouwens helemaal niks vond. ‘Ik vind er geen bal aan.’ Vanwege die kunststof zou het volgens hem ook binnen een paar jaar een shabby geval zijn.
Toen de gedeputeerde Harry van Waveren begin september naar Kats kwam om, gedwongen door de handtekeningenactie, nog eens naar de bezwaren te luisteren, was De Vriendschap afgeladen. Er heerste een geladen sfeertje –voorstanders waren die avond niet aanwezig of hielden zich wijselijk stil.
Hoe lang die kunststof eigenlijk goed zou blijven, vroeg iemand.
‘Een week!’, riep een ander.
‘Ik heb de stenen al klaarliggen!’, schreeuwde een derde.
‘Als-ie er komt, ga ik voorop in de nacht’, zei een man van 65 tegen Jan Schuurman Hess. De fik erin! Een hele gezagsgetrouwe, bescheiden en fatsoenlijke man was het.
Volgens Victor Slenter was de stemming grimmig.
‘De gedeputeerde werd geïntimideerd’, zei Gerard van der Wal.
De gedeputeerde Van Waveren dacht later dat er misschien toch ‘een hiaat’ in de hele procedure had gezeten. ‘In maart hadden we niet in de gaten dat er zó’n reactie zou komen.’ Ze hadden, vond hij, eerder moeten terugkomen.
Die mensen daar zeiden niet zoveel, maar wel iets. Om dat te horen, moest je heel goed luisteren. ‘Dat hadden we eerder en beter moeten doen’, zei Van Waveren.
Het was, concludeerde hij, in de hele procedure geen ‘tweerichtingsverkeer’ geweest. En het geluid van roepende mensen, dat was bij nader inzien niet zo’n erg goed plan.
Op 4 oktober zou Van Waveren de projectgroep voor het monument in Kats bij elkaar roepen. En die zou, zo verwachtte hij, besluiten een andere locatie voor de toren te zoeken. Misschien op de Oesterdam, of de Neeltje Jans. Ver van Kats.
Victor Slenter zei dat hij opgelucht zou ademhalen wanneer het project definitief werd afgeblazen. ‘Je stelt met zoiets de hele gemeenschap in de waagschaal.’ In oktober wilde het bestuur van de Dorpsgemeenschap bij elkaar komen. Sommige bestuursleden vonden dat ze het sentiment in het dorp niet goed hadden aangevoeld.
Gerard van der Wal stuurde nog een mailtje naar gedeputeerde Van Waveren. Of het niet raar was, dat hij de hele democratische besluitvorming aan de kant wilde schuiven, na één heftige avond in Kats. Maar ook hij legde zich erbij neer dat het monument er niet zou komen.
Hij hoopte dat de gelederen weer snel zouden worden gesloten, in Kats. Je moest ook een keer een punt zetten. Jan Schuurman Hess was van harte welkom op het straatfeestje dat hij zaterdag organiseerde. Natuurlijk, sans rancune.
Jan Schuurman Hess dacht dat het leven in Kats zijn gewone gang snel weer zou hernemen en dat de harmonie zou terugkeren. Hij voorzag nog mooie, lange jaren in het dorp.
‘Ik wil hier begraven worden’, zei hij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.