*

 

Evaluatie: Verslag van een bokswedstrijd

Door: redactie − 27/09/02, 11:24

De Volkskrant heeft de hand gelegd op de interne evaluatie van het optreden van fractieleider Harry Wijnschenk tijdens de Algemene Beschouwingen. De evaluatie is geschreven door LPF-medewerker Reinier Asberg en andere medewerkers. Asberg werd gisteren door Wijnschenk ontslagen omdat hij het stuk binnen de LPF verspreid had. Het ontslag van Wijnschenk was voor Tweede-Kamerlid Winny de Jong reden te dreigen om een eigen fractie te beginnen.

Lees het memo:

Verslag van een bokswedstrijd

Een evaluatie van de Algemene Politieke Beschouwingen

[alleen voor intern LPF-gebruik]

Inleiding

Vorige week is het eerste volledige parlementaire jaar voor de LPF-fractie geopend met de Troonrede en de Algemene Politieke Beschouwingen. Het optreden van fractieleider Harry Wijnschenk rechtvaardigt daarbij een eerste evaluatie onder het motto wat ging er goed en wat kan beter.

Centraal bij een goede evaluatie staat dat deze niet door de personen in kwestie gedaan moet worden, maar door mensen die goed op de hoogte zijn van de ins en outs maar wel op enige afstand staan. De voorgestane open cultuur waarin zeer gehecht wordt aan pro-actieve medewerkers moet een dergelijke evaluatie ook mogelijk maken. Dit stuk is afkomstig van de beleidsmedewerkers en de ambtelijke werkgroep.

Deze evaluatie beschrijft en becommentarieert het hele traject van voorbereiding van de Algemene Politieke Beschouwingen tot en met de daadwerkelijke debatten. Daarbij probeert het lessen te trekken voor de toekomst. De verantwoordelijkheid of de lessen daadwerkelijk getrokken worden ligt bij de fractie.

Voorbereiding

De eerste voorbereidingen beginnen halverwege augustus met de oprichting van een ambtelijke werkgroep. Dit gebeurt op initiatief van de fractieondersteuning zelf. Achteraf wordt de oprichting door de nieuw gekozen fractieleider van goedkeuring voorzien. Verscheidene fractieleden blijken gedurende het proces echter niet op de hoogte te zijn van het bestaan van de ambtelijke werkgroep.

In een drietal sessies worden het verkiezingsprogramma van de LPF, het strategisch akkoord en de debatten naar aanleiding van het strategisch akkoord en de regeringsverklaring uitgeplozen. Een en ander resulteert in een overzicht van wat de LPF wilde bereiken, wat zij wist te verwezenlijken en wat de reactie van de overige partijen (met name linkse oppositie) hierop was. Het eindresultaat wordt aan de fractieleider aangeboden met het verzoek tot verdere aansturing.

Binnen de fractie krijgt Theo de Graaf de taak om het ambtelijk document te verspreiden onder de voorzitters van de verschillende commissies. Het is aan de voorzitters om het ambtelijk document aan te vullen, aan te passen of van ander commentaar te voorzien. Het ambtelijke document wordt daarmee tot politiek document opgewaardeerd en kan als basis dienen voor de algemene politieke beschouwingen.

In het politieke traject dat vervolgens volgt, speelt Harry Wijnschenk de sleutelrol. Op verzoek van de fractie wordt een tijdspad uitgezet op weg naar de Algemene Politieke Beschouwingen. In dit tijdspad krijgen bewindslieden de mogelijkheid om relatief vroeg de input te leveren voor het LPF-verhaal. Voor de fractieleden is de maandag na het onder embargo vrijgeven van alle begrotingen de cruciale dag. Zij kunnen van het weekend gebruik maken om de stukken goed te lezen en met een LPF-standpunt te komen. In een extra fractiebijeenkomst op maandag worden alle stukken verzameld en besproken waarna op prinsjesdag een speechwriter er één geheel zal maken. Daarnaast wordt er een ambtelijke werkgroepje opgericht dat zich op twee taken dient te concentreren: het maken van een uitgebreide factsheet om de basiskennis van de fractievoorzitter aan te vullen en de verdediging van de fractievoorzitter voor te bereiden en te ondersteunen. Afgesproken is dat de secretarissen Palm en Eerdmans bij het debat de liaison tussen Wijnschenk en ambtelijke ondersteuning zijn.

In werkelijkheid wordt het afgesproken traject in zijn geheel niet gevolgd. De schrijver van de speech, Ferry Hoogendijk, heeft de tweede versie van de toespraak al op woensdagavond 11 september gereed. De bijdragen van de ministers zijn in de speech nog niet verwerkt als op donderdag Harry Wijnschenk de speech voordraagt aan de medewerkers. Bij die voordracht leest hij de speech zelf ook voor het eerst. De speech wordt met een lauw applaus ontvangen en er volgt een eerste serie van kritische opmerkingen. Achteraf zwelt de kritiek nog verder aan met kwalificaties als weinig inspirerend, niet inhoudelijk, een speech voor een campagne en niet voor de APB, en te kort (ong. 12 minuten — met een spreektijd van 35 minuten). Daarbij is de lengte van het betoog niet het probleem, maar wel het niet gebruiken van de tijd voor het neerzetten van een LPF-visie.

Dezelfde avond draagt Harry Wijnschenk de speech ook voor bij het Bewindspersonen-overleg. Tijdens dit overleg is er ook zeer uitgebreide, inhoudelijke kritiek op de speech. De speech wordt deels aangepast aan de punten van kritiek en een aantal zinsnedes uit de ministeriële bijdragen worden opgenomen in de speech. Dit geldt overigens niet voor de aangeleverde teksten van verscheidene kamerleden.

Al met al loopt het versienummer op tot nummer 7. Het is deze speech die voorgedragen wordt aan de fractie op maandagmiddag. Ook de fractie is beperkt enthousiast over de speech, Wijnschenk wordt gewezen op de mogelijkheden die hij biedt aan de oppositie door te pleiten voor een herstel van de spaarloonregeling zonder met een deugdelijke dekking te komen. Een wijziging van dat pleidooi is door de publiciteit op zondagmiddag richting de Telegraaf niet meer mogelijk.

De positie van de ambtelijke werkgroep is ook niet helemaal duidelijk. Zij blijkt niet de enige te zijn die bezig is met het produceren van een factsheet, de inner circle rond Wijnschenk blijkt hetzelfde te doen. Bovendien blijft onduidelijk wat precies van hen verwacht wordt bij het opbouwen van de verdediging. Afhankelijk van het moment verandert dit van het organiseren van een real-time verdediging, tot het enkel produceren van een repliek voor de tweede termijn. Ook over de inhoud hiervan wordt getwijfeld…wil de fractievoorzitter nu slechts krantenknipsels om zijn gelijk aan te tonen of een uitgeschreven verhaal? Over het aanspreekpunt is in ieder geval grote verwarring, naast Palm en Eerdmans worden Stuger en Hoogendijk ineens ook aanspreekpunten voor Harry tijdens het debat.

Tenslotte is er een curieus verzoek aan het presidium. Harry Wijnschenk wil zijn betoog ondersteunen met een powerpointpresentatie. Het verzoek wordt gehonoreerd op voorwaarde dat de LPF zelf voor een beamer zorgt. Een geschikte beamer blijkt echter te duur en het idee vindt geen doorgang. Het idee zelf is overigens nooit officieel in de fractie besproken.

Prinsjesdag

Op prinsjesdag blijkt de fractievoorzitter nog steeds niet te bezitten over bondige samenvattingen van de standpunten van de LPF over de voorstellen van de regering. Een medewerker van de afdeling voorlichting wordt er op uitgestuurd om deze alsnog te verzamelen. Dit heeft slechts beperkt succes.

De reactie van Harry Wijnschenk in het drie minuten televisie-interview na de Troonrede is ijzersterk. Hij stelt een troonrede gehoord te hebben die door Pim Fortuyn geschreven kon zijn. Heinsbroek herhaalt dit later ‘spontaan’ en daarmee is een succesvolle claim op de Troonrede gelegd. Het CDA moet hierop reageren en blijkt dat lastig te vinden. De VVD wordt hier niet eens naar gevraagd. De enige die het feestje van Wijnschenk probeert te verstoren is Teeven van Leefbaar Nederland. Hij stelt in een enkele oneliner dat hij inderdaad een LPF-analyse van de problemen hoorde, maar dat de oplossingen van Fortuyn in geen velden of wegen te bekennen waren.

Naast het televisie-interview is er ook een kort interview bij Radio 1. Daar wordt een eerste reactie gevraagd aan Wijnschenk en Rosenmöller naar aanleiding van het niet noemen van de moord op Pim Fortuyn. Rosenmöller heeft zich hier erg aan gestoord, maar volgens Wijnschenk moet vooruit gekeken worden. Het is naar zijn mening een terechte keuze Fortuyn niet te noemen.

Algemene politieke beschouwingen dag 1

De eerste dag van de algemene politieke beschouwingen beginnen in lichte paniek. Diverse Q&A’s over allerlei onderwerpen moeten op het laatste moment nog geschreven worden, iets dat maar in beperkte zin blijkt te lukken. Een communicatiestoring tussen ambtelijke werkgroep en fractie is hier debet aan.

Het debat begint met een betoog van Jeltje van Nieuwenhoven van de PvdA, dé partij waar Fortuyn altijd fel tegen ageerde. Die rol wordt nu overgenomen door de enige minister die in diens ogen deugde…Gerrit Zalm. De VVD-er Zalm weet, dankzij gedegen voorbereiding, genadeloos bloot te leggen dat het gewenste grotere begrotingstekort volledig in strijd is met het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid. Daar staat immers in dat juist bij een tegenvallende economische groei het begrotingsevenwicht behouden moest blijven. Harry Wijnschenk interrumpeert gedurende het hele betoog niet.

Na de PvdA volgen voor de lunch nog betogen van het CDA en GroenLinks. Ook tijdens deze betogen ontstaan levendige woordenwisselingen met fractievoorzitters van VVD, PvdA, Christenunie, SGP, Leefbaar Nederland, D66 en de SP. Wijnschenk onthoudt zich opnieuw van ook maar enig commentaar, hij moet slechts hard lachen als Rosenmöller zegt dat hij nog nooit zoveel kinderziektes in een partij heeft gezien als bij de LPF.

De Maidenspeech

Harry Wijnschenk mag het middagdeel openen en doet dat met een speech die qua inhoud en lengte anders is dan die van de andere partijen. Het inleidende deel is sterk in de zin dat het krachtig neerzet dat de LPF voort is gekomen uit de boze burger. Vervolgens wordt er een interessante keuze gemaakt die weinigen tot op heden durven te maken: de afweging tussen het private genot en het publieke genot, waarbij gekozen wordt voor het publieke genot. Een goed functionerende overheid kost nu eenmaal geld is de stelling. Deze overheid moet niet betuttelen, maar beschermen en wel op de punten van veiligheid, Nederlandse cultuur en gezondheidszorg. Het speerpunt onderwijs wordt niet genoemd.

Met betrekking tot de veiligheid worden de volgende concrete verzoeken gedaan: invoeren van harde doelstellingen voor politie en justitie; het vervolgen van alle misdadige activiteiten, inclusief diefstallen van onder de 150 euro; veroordeelden mogen niet meer worden heengezonden, dan maar twee op één cel; invoering van een voetbalwet; hard optreden tegen geweld in openbaar vervoer;

De Nederlandse cultuur moet beschermd worden door de discussie over het vreemdelingen-beleid voluit aan te gaan. Velen zien nog steeds niet dat de kraan moet worden dichtgedraaid voordat de problemen opgelost kunnen worden. Restrictief toelatingsbeleid is noodzakelijk omdat de 2e en 3e generatie allochtonen, die wel ingeburgerd zijn, lijden onder de economische gelukszoekers. Criminele illegalen moeten direct worden uitgezet, maar de LPF wil graag van de regering weten welke middelen zij heeft. Legale migranten moeten zich aan Nederland aanpassen, echte vluchtelingen zijn wel welkom.

De politieke keuze die de LPF maakt op het gebied van de gezondheidszorg is die van marktwerking door de zorgverzekeraars. Zij moeten dat risicodragend gaan doen, daarnaast moet de minister de regels in de zorg te lijf gaan.

Om Nederland economisch weer sterk te maken is volgens de LPF de trits goedkoper, veiliger en gezonder noodzakelijk. Nederland mag niet te duur worden (loonmatiging), in een veilig land wordt sneller geïnvesteerd en het probleem van de WAO moet goed aangepakt worden.

Het goedkoper maken van Nederland moet naast loonmatiging gebeuren door het kwartje van Kok in 2003 al terug te geven en door ook de werkgeverslasten in dat jaar met een miljard euro te verlagen. Deze verlichting staat nu voor later gepland en moet dus ook naar voren gehaald worden. Op die manier kan de economie een extra impuls krijgen. Deze lastenverlichtingen kunnen gedekt worden door specifieke lastenverzwaringen óf (indien mogelijk) een oplopend tekort.

Het spaarloon of een variant hierop moet volgens de LPF behouden blijven. De verlofknip van de regering is geen goed alternatief, het alternatieve voorstel van het CDA (de levensloopregeling) aangevuld met de wensen van de LPF wel.

De maidenspeech eindigt met burgers te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid. Niet alle problemen worden veroorzaakt door de overheid en kunnen dus ook niet opgelost worden door diezelfde overheid. Tegelijkertijd is regeren een werkwoord en moet niet alles opgelost worden met commissies, moeten ministers proefballonnen op kunnen laten en is herstel van de waarden en normen noodzakelijk.

Interrupties

De eerste interruptie is van Teeven en gaat over de realiseerbaarheid van de plannen. Deze interruptie doorstaat Wijnschenk vrij eenvoudig.

De tweede interruptie is van Rosenmöller. Hij vraagt Wijnschenk of hij hem wil steunen in het noemen van een keihard opsporingspercentage door het kabinet. Wijnschenk vindt het een goed idee om hier om te vragen.

De derde interruptie is van Van Nieuwenhoven. Zij wil weten of het probleem van de WAO opgelost kan worden zonder de hulp van de sociale partners. Op eigen initiatief antwoordt Wijnschenk dat de LPF een groot voorstander is van het poldermodel. Het probleem moet met zijn allen opgelost worden, dus met de sociale partners. Een akkoord met werkgevers en werknemers over de WAO heeft zijn grote voorkeur.

Rosenmöller vraagt in de vierde interruptie naar de belofte van de LPF voor koopkrachtbehoud. Die wordt met de regeringsplannen niet gehandhaafd. Wijnschenk antwoordt dat hij dit een onderwerp vindt voor de algemene financiële beschouwingen en dat de fractie hier nog geen mening over heeft. Dit is immers een debat op hoofdlijnen, iets waar Rosenmöller het niet mee eens is. Koopkrachtplaatjes zijn voor minima hoofdlijnen, drie weken wachten kan dus gewoon niet. Een antwoord krijgt Rosenmöller echter niet, tot een hoop boze telefoontjes bij het fractiesecretariaat leidt het wel. Rosenmöller verwijt tot slot Wijnschenk dat de LPF niet doet wat zij gezegd heeft.

Verhagen deelt in reactie op de vraag van Wijnschenk aan de regering of het Strategisch Akkoord een dictaat is mede dat het een akkoord is tussen drie fracties. Zij bepalen dus of het al dan niet een dictaat is.

Uiteraard is er opnieuw kritiek van D66 op het opgeven van het referendum. Wijnschenk meldt dat in het spel van de onderhandelingen dit punt is gesneuveld. Zorg, onderwijs en veiligheid zijn naar zijn mening de speerpunten van zijn partij. Volgens Giskes geldt dát voor alle politieke partijen in Nederland.

De laatste serie interrupties gaat over de normen en waarden. Een sterke opmerking van Wijnschenk is dat handhaving ervan in evenwicht moet zijn…én snelheidsovertredingen bestraffen én kleine diefstallen. Op de vraag of er een commissie voor normen en waarden moet komen heeft hij in eerste instantie geen antwoord en verschuilt zich vervolgens achter het wijze oordeel van de minister-president. Rosenmöller komt vervolgens terug op de vraag hoe je een serieus debat over normen en waarden kunt voeren op het moment dat een minister stel de snelheidsovertredingen tot 10 km te gedogen. Hij vindt dat de fractie de minister dan moet terugfluiten. Wijnschenk reageert als volgt: "Zoals ik zojuist al tegen de vorige vragensteller zei, gaat het om de totale cirkel. Het geheel moet voor de burger in balans zijn. Het gaat erom dat je in dit land draagvlak creëert. Daar ging de discussie over." Op de reactie dat dit geen alibi mag zijn, reageert Wijnschenk: "Ik ben het met u eens dat je de cirkel rond moet maken. Je moet kijken of het in balans is en draagvlak heeft bij de gemiddelde burger." Vervolgens ontpopt zich een discussie over cirkels, zonder begin of einde, waardoor je eindeloos achter elkaar aan het rennen bent. Wijnschenk is hierin het meest gevat door Rosenmöller er fijntjes op te wijzen dat hij al een aantal jaren achter feiten loopt.

Na de felicitatieschorsing volgen nog de SP, VVD, D66, ChristenUnie, SGP en Leefbaar Nederland. Bij het verhaal van Marijnissen, die onder andere met rechtstreekse kritiek komt op de LPF is Wijnschenk niet in de zaal aanwezig. Een repliek is niet mogelijk, er is op dat moment gekozen voor een televisie-interview.

De enige korte interruptie door Wijnschenk vindt plaats als Giskes begint over het referendum. Hij stelt dat op 15 mei de kiezer toch duidelijk had gesproken, waarop Giskes antwoordt dat dat verkiezingen waren en geen referendum. Referenda moeten juist mensen de mogelijkheid bieden om vaker hun stem te laten horen. Op dat antwoord reageert Wijnschenk niet.

Na afloop van de eerste termijn van de kamer verspreiden de kamerleden zich over de restaurants van Den Haag zonder eerst gestructureerd de eerste termijn te beschouwen. Het hele debat staat op band en het is op zijn minst verstandig de inbreng van Wijnschenk kort te evalueren met het oog op de volgende dag. De volgende ochtend negen uur staat wel een fractievergadering op de agenda.

Algemene politieke beschouwingen dag 2

Dag twee begint met een fractievergadering, maar lang niet iedereen blijkt hiervan op de hoogte te zijn. Negen kamerleden zijn als gevolg hiervan afwezig. In de vergadering wordt de speech voor de tweede termijn voorgedragen en wordt gesproken over mogelijke moties. Met name de motie over het verbieden van reclame door Holland Casino roept weerstand op.

De speech komt vervolgens bij de ambtelijke werkgroep terecht en zij lezen dat de LPF voornemens is de verlofknip te schrappen om het kwartje van Kok een jaar eerder te kunnen teruggeven. Dit leidt tot groot alarm, want in de Telegraaf van maandag en in het eerste deel van de algemene beschouwingen is iets heel anders gezegd. De verlofknip moest worden uitgebreid tot de levensloopregeling van het CDA of het spaarloon moest behouden blijven. De ingehuurde speechwriter wijst Wijnschenk en Hoogendijk er zelf op, de vaste medewerkers mobiliseren hun kamerleden om het voorstel tegen te houden. De beleidsmedewerker financiën ontdekt bovendien dat er een gat van zo’n driehonderd miljoen euro in het plan zit. Tijdens overleg in de wandelgangen maakt van As nogmaals aan Palm en Hoogendijk duidelijk dat de plannen in tegenspraak zijn met eerdere voorstellen én ongedekt zijn.

De eerste termijn van de minister-president

Rond half elf begint de minister-president aan het antwoord van de regering. Daarbij zijn ruim honderd pagina’s met antwoorden gevoegd op vragen van het parlement gesteld tijdens de eerste termijn. De medewerkers krijgen opdracht de vragen door te werken op zoek naar eventuele bijdragen voor het debat.

Slechts een beperkt aantal vragen blijkt gesteld door Wijnschenk. Op het verzoek alle misdrijven te vervolgen antwoordt de regering dat door de tekorten prioriteiten gesteld moeten worden. Op het vervolgen van diefstallen onder de 150 euro wordt gesteld dat hiervoor een transactiebevoegdheid bij het Openbaar Ministerie ligt. Het verzoek om een voetbalwet wordt afgehouden omdat aanscherping van verschillende zaken op korte termijn voldoende is. De zorgen over de WAO worden gedeeld, maar de plannen ter oplossing worden in eerste helft van 2003 voorgelegd aan de kamer.

Het verhaal van de minister-president is een uitgebreid betoog en het voert hier te ver om het volledig te beschrijven. Aan de hand van de inbreng van Wijnschenk in eerste termijn is wel iets te zeggen over de effectiviteit van die inbreng.

Op het punt van veiligheid wordt er inderdaad serieus werk gemaakt van twee gevangen op één cel en in het integrale veiligheidsplan komen duidelijke afspraken te staan. Wijnschenk verzoekt de regering om met gedifferentieerde oplossingstargets te komen, een verzoek waar de minister-president graag aan wil voldoen. Op het punt van het afdoen van diefstallen onder de 150 euro met transacties wil Giskes weten of de LPF zich daarin kan vinden. Harry antwoordt hierop bevestigend. Wijnschenk zelf wil van de minister-president weten of er nu wel of geen voetbalwet komt. De minister-president laat weten dat het strafrecht al meer dan voldoende mogelijkheden biedt, maar dat de handhaving strakker moet zijn. Een voetbalwet komt er dus niet. Over de veiligheid in het openbaar vervoer zegt de minister-president niets expliciet en Harry Wijnschenk wil daarom graag weten of de minister-president iets gaat doen aan de onveiligheid, of er een apart beleidsplan voor komt. De minister-president kan hier bevestigend op antwoorden in de zin dat het een onderdeel is van een aanvalsplan sociale veiligheid.

Het thema beschermen van de Nederlandse cultuur door een restrictief toelatingsbeleid wordt in die zin niet opgepikt door de minister-president. Wel wordt de nadruk gelegd op een stevige en strenge inburgering als voorwaarde voor verblijfsvergunningen. Er komt een integraal veiligheidsplan waarin ook de problematiek van de criminele illegalen behandeld zal worden, maar over het uitzetten van criminele illegalen wordt verder niet gesproken. Harry Wijnschenk stelt hier ook geen verdere vragen over.

Op het punt van zorg is er geen verschil tussen wat Wijnschenk in eerste termijn stelde en wat de regering van plan is. Wel meldt Wijnschenk aan Rosenmöller in een interruptie dat als het ziekteverzuim met 2% afneemt de wachtlijsten zijn opgelost. Rosenmöller is van die cijfers op de hoogte, maar stelt dat er daarmee nog geen oplossing is om het ziekteverzuim naar beneden te krijgen. Ruim nadat de discussie over de nominale ziektenkostenpremie is afgerond, er zijn al verschillende andere onderwerpen aan bod geweest, wil Harry Wijnschenk van de minister-president weten of deze bereid is de stijging van de nominale ziektenkostenpremies te compenseren. Balkenende antwoordt vriendelijk dat wij die discussie al gehad hebben.

Van de trits goedkoper, veiliger en gezonder voor een economisch sterk Nederland is alleen het punt van loonmatiging terug te vinden in het debat. Over eerdere teruggave van het kwartje of het versnellen van lagere werkgeverslasten wordt in het geheel niet gesproken. Wijnschenk vraagt hier ook niet naar.

Tot slot het punt van de verlofknip, spaarloonregeling of levensloopregeling. De minister-president gaat uitgebreid op dit onderwerp in zonder direct het CDA en de LPF haar zin te geven. Verhagen mengt zich wel in de discussie, Wijnschenk niet.

Naast deze inbreng heeft Harry Wijnschenk nog één bijdrage aan dit deel van het debat. Alle bijdragen zijn trouwens ná de lunchpauze. In de lunchpauze probeert de ambtelijk secretaris in opdracht van Harry snel nog iets te organiseren met bijdragen van medewerkers zodat Harry ook deel kan nemen aan het debat. De medewerkers maken duidelijk dat in de snelheid van het debat hij inhoudelijk afhankelijk is van de kamerleden en dat het werk van de medewerkers gericht is op de tweede termijn. De contactpersoon van de werkgroep wordt door Wijnschenk, Palm en Eerdmans gedurende deze dag enkele malen uitgefoeterd vanwege het gebrek aan input vanuit de werkgroep op de schriftelijke antwoorden van de regering. Dit is vanuit politiek oogpunt maar ten dele terecht. Het is niet in het belang van de LPF om andere partijen extra exposure te geven door het de regering op punten van anderen nog eens lastig te maken.

In de discussie tussen Giskes en de minister-president over het verdwijnen van het referendum meldt Wijnschenk dat Nederland inmiddels een gekozen burgemeester heeft en er een onderzoek loopt naar een ander kiesstelsel. Van der Vlies vraagt zich af of wij eigenlijk al een gekozen burgemeester hebben, maar de andere partijen brengen Wijnschenk niet in problemen.

Tweede termijn

Ter voorbereiding op de tweede termijn van de kamer is er een schorsing van twee uur. In deze schorsing vindt er een fractievergadering plaats. Opnieuw wordt er gesproken over de in te dienen moties. Als Winny de Jong vraagt om inzage in de moties krijgt zij te horen dat ze ze maar zelf moet gaan kopiëren. Janssen van Raaij wil graag weten of het mogelijk is de moties te amenderen. Dit blijkt niet mogelijk, waarop Janssen van Raaij de fractievergadering verlaat. Het verhaal over het gebruiken van de verlofknip voor teruggave van het kwartje van Kok blijft gehandhaafd. Op vragen van Mat Herben naar de relatie tussen verlofknip en levensloopregeling moet Harry een antwoord schuldig blijven.

De eerste bijdrage aan de tweede termijn van Harry Wijnschenk is deelname aan een interruptiedebatje over het Kwartje van Kok. In dit debatje stelt hij eerst de vraag of het teruggeven van het kwartje ook een idee was van een PvdA-minister. Verhagen reageert met de stelling dat het ingevoerd is door Kok, waarop Van Nieuwenhoven zegt dat dit onder Lubbers 3 gebeurde. Heel slim antwoordt Wijnschenk dat de partijen daarmee twee kansen hebben gehad om het aan de burger terug te geven.

De tweede bijdrage is een passieve door het ondersteunen van de motie van Verhagen over uitbreiding van de verlofknip tot een levensloopregeling. Daarna volgt een kamerbreed gesteunde motie van Verhagen om niet te bezuinigen op slachtofferhulp, en een coalitiemotie van opnieuw Verhagen om het lidmaatschap van terroristische organisaties strafbaar te stellen.

Tijdens de bijdrage van Rosenmöller interrumpeert Wijnschenk met de mededeling dat alles wat Rosenmöller de afgelopen jaren gedaan heeft toch echt verspilde moeite is. Het kost bomen en kostbare tijd van ambtenaren. Rosenmöller werpt tegen dat Wijnschenk de vijf blaadjes tegenbegroting eerst eens moet lezen zodat hij uit kan rekenen hoeveel bomen er voor dit voorstel gekapt zijn. Wijnschenk reageert hierop met de woorden: "Als u het goed vindt, regeren wij dan intussen het land." Rosenmöller wijst hem terecht want kamerleden controleren de regering, zij regeren niet zelf.

Rosenmöller dient naar aanleiding van een interruptie in de eerste termijn de volgende motie in met het verzoek om steun van de LPF: "De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het gemiddelde opsporingspercentage van 15 procent van een bedroevend laag niveau is; overwegende dat het kabinet op concrete doelstellingen dient te worden gecontroleerd; verzoekt de regering, in het veiligheidsplan dat op 11 oktober wordt gepresenteerd, het ophelderingspercentage te verdubbelen, gedifferentieerd naar verschillende delicten, als concrete doelstelling vast te leggen en daarbij aan te geven hoe en op welke termijn dit wordt verwezenlijkt, en gaat over tot de orde van de dag." Harry Wijnschenk reageert niet op deze motie.


Een motie van Groenlinks om de bezuinigingen op de Raad van de kinderbescherming ongedaan te maken wordt kamerbreed, dus ook door de LPF, ondersteund.

De tweede termijn van Harry Wijnschenk begint met het verzoek om alsnog een motie van mevrouw van Nieuwenhoven te ondersteunen. Dit verzoek wordt gehonoreerd. Vervolgens worden twee zaken uit de eerste termijn gecorrigeerd.

In de eerste plaats komt Wijnschenk met een eigen interpretatie van het poldermodel. De LPF is tegen een systeem waar iedereen achter elkaar aanloopt en in consensus beslissingen worden genomen. De regering moet haar eigen beslissingen nemen en niet met een consensusmodel werken. Op de vraag van Van Nieuwenhoven of de LPF nog wel steeds achter het vinden van een oplossing van de WAO door overheid, werkgevers en werknemers staat, beantwoordt hij dat hij dat nog steeds vindt zolang de regering de beslissingen maar neemt.

Daarnaast wordt het koopkrachtverhaal nader uitgelegd. Wijnschenk geeft toe dat de LPF eerst voor behoud van de koopkracht was, maar door de verslechterende omstandigheden noodgedwongen haar opvattingen moet veranderen. Hij is daarbij van mening dat hij moed toont door op een eerder standpunt terug te komen. Daarnaast wijst hij op een reële loonstijging tussen 1996 en 2002 van 7 procent. Een stapje terug hoeft dus geen ramp te zijn, mits minima als 65-plussers met alleen een AOW-uitkering niet in moeilijkheden komen.

Rosenmöller interrumpeert op dit betoog door te stellen dat voor dit soort koerswijzigingen geen moed nodig is. Volgens hem is dat zeer gebruikelijk in de Haagse cultuur. De LPF doet niet wat zij zegt, maar volgens Wijnschenk passen wij ons aan de wijzigende omstandigheden aan. Hierop reageert Rosenmöller met de opmerking dat de beloftes van de LPF weinig waard zijn, en daarmee oude politiek is. Giskes wil vervolgens weten wat het verschil is tussen "dit soort moed en kiezersbedrog". Wijnschenk antwoordt: "Als ik u dat moet uitleggen, kan ik beter ophouden." "Dat is een goed idee", repliceert Giskes.

Vervolgens gaat Wijnschenk in op de bedreigingen aan politici en Ayaan Hirsi Ali. De vrijheid van meningsuiting zonder bedreigingen is voor de LPF een goed recht. Harry is de enige die hier over durft te beginnen en het is dan ook doodstil in de vergaderzaal en op de publieke tribune.

Daarna gaat Wijnschenk in op de moeilijke keuze van moeten bezuinigen en nieuw beleid ontwikkelen, iets dat oppositiepartijen niet hoeven te doen. Hij vertelt de oppositie dat er wel degelijk in zorg en veiligheid wordt geïnvesteerd. Op het punt van de veiligheid dient hij vervolgens een door Verhagen en Zalm gesteunde motie in om blauw meer zichtbaar te krijgen zonder dat dit extra geld hoeft te kosten. Dit wil hij bereiken door het inzetten van eenpersoonssurveillance en marechaussee.

Rosenmöller interrumpeert opnieuw met de vraag of de LPF de eerder ingediende motie over het verdubbelen van een opsporingspercentage wil ondersteunen. Wijnschenk wil Rosen-möller hier niet in volgen, hij wil de voorstellen van de re

mailIcon print |