*

 

Diepe angst alleen al voor de naam Arkan

Michel Maas − 17/01/00, 00:00

Hij was in het voormalig Joegoslavië een van de eersten die stelselmatig toepasten wat later eufemistisch 'etnische zuivering' genoemd ging worden....

ZELJKO RAZNATOVIC presenteerde zich de laatste jaren bij voorkeur als zakenman. Hij hield hof in de lobby's van de duurste hotels van Belgrado, waar hij graag interviews gaf aan CNN en de BBC om te vertellen dat hij behalve een Servische 'patriot' toch vooral een democraat was. Alleen zijn altijd aanwezige legertje lijfwachten verried dat deze zakenman de gevreesde en gezochte 'Arkan' was - de door het VN-oorlogstribunaal in Den Haag gezochte leider van de paramilitaire garde die verantwoordelijk wordt geacht voor gruweldaden in Kroatië, Bosnië en Kosovo.

Zijn gewelddadige dood, zaterdag, is een passend einde voor de man wiens naam op de Balkan alleen maar genoemd hoefde te worden om mensen diepe angst aan te jagen. 'Arkans mannen' was een synoniem voor slachtpartijen en beestachtigheden. Waar Arkans mannen opdoken was een mensenleven niets meer waard. Het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag houdt Arkan onder meer verantwoordelijk voor het afslachten van 250 Kroatische mannen die in 1991 uit het ziekenhuis van Vukovar werden gehaald. Hij was een van de eersten die stelselmatig toepasten wat later eufemistisch 'etnische zuivering' genoemd ging worden: het uitmoorden en verdrijven van mensen van rivaliserende bevolkingsgroepen.

Voordat hij de beruchte Arkan werd had Zeljko Raznatovic (47) een lange criminele carrière achter de rug. Al op zeventienjarige leeftijd belandde hij in de gevangenis. In de jaren zeventig en tachtig vervolgde hij zijn criminele carrière: hij werd onder meer in Zweden, België, Duitsland en ook Nederland gezocht wegens berovingen. Minstens tweemaal werd hij in die jaren gevangengezet, maar beide keren wist hij te ontsnappen.

Begin jaren tachtig stelde hij zijn criminele activiteiten in dienst van Servië. Hij werd gerekruteerd door de Joegoslavische geheime dienst. Hij werd belast met het vermoorden van in het Westen levende dissidenten - voornamelijk Kroaten en Kosovo-Albanezen. In dienst van de Servische politie kwam hij eind jaren tachtig aan het hoofd te staan van de fans van de voetbalclub Rode Ster Belgrado. Hij had als taak gewelddadige rellen te organiseren bij wedstrijden in stadions in Kroatië, dat zich wilde afscheiden van Joegoslavië.

In 1990 zette Raznatovic - officieel eigenaar van een snoepwinkel tegenover het stadion van Rode Ster - een knokploeg op die het begin zou vormen van zijn gevreesde paramilitaire garde, die aan Servische kant deel zou nemen aan de Kroatische en Bosnische oorlog. Vooral het 'elite-korps' van die garde, de 'Arkan Tijgers' maakte al gauw naam door zijn meedogenloze optreden.

De aanklacht tegen Arkan bij het oorlogstribunaal in Den Haag dateert van 1997, maar is pas bekendgemaakt bij het begin van de NAVO-bombardementen tegen Joegoslavië, in een kennelijke poging hem af te houden van bemoeienis met de strijd in Kosovo. Tijdens de oorlog in Kosovo hield Arkan zelf zich inderdaad nadrukkelijk buiten het strijdgewoel.

Raznatovic gold als een van de rijkste mannen van Servië. Tijdens de oorlogen vergaarde hij een fortuin met geldhandel op de zwarte markt, wapenhandel en oliesmokkel. Hij was de eigenaar van de voetbalclub Obilic, die vorig jaar uit alle internationale competities is geweerd vanwege de banden met de vermeende oorlogsmisdadiger.

Na de oorlog trok Arkan zich terug uit de schijnwerpers. Toen hij zaterdag in de hal van het Intercontinental Hotel werd doodgeschoten, was hij niet meer omringd door het leger lijfwachten van vroeger. Hij was niet meer de Arkan van weleer. Niet meer de onaantastbare warlord wiens huwelijk met de zangeres Ceca in Joegoslavië het 'huwelijk van de eeuw' werd genoemd.

De man die zaterdag werd neergemaaid was een man die al langer moest vrezen voor zijn leven. Hij werd vermoord in de stijl die normaal is geworden voor de wereld waarin hij zich bewoog: een wereld waarin politiek, zaken en maffia onontwarbaar met elkaar verstrengeld zijn.

Wie achter de moord zit, zal vermoedelijk nooit worden opgehelderd. Duidelijk is wel, dat Raznatovic' dood een opluchting zal zijn voor een aantal mensen. Arkan was een gevaar geworden voor iedereen die verantwoordelijk was voor wat vooral in de oorlog in Bosnië is gebeurd. Hij wist te veel, en zat zelf te diep in wat er tijdens en na de oorlog in Joegoslavië allemaal was gebeurd. Het gerucht ging dat het oorlogstribunaal in Den Haag met hem onderhandelde en probeerde hem over te halen tegen andere oorlogsmisdadigers te getuigen. Arkan ontkende dit met klem, maar was volgens vrienden zijn leven niet meer zeker, in een land waar moorden in de 'zaken'-wereld en de politiek een normaal verschijnsel zijn geworden.

Zijn dood was voor niemand een verrassing, maar een teleurstelling voor de mensen zoals Madeleine Albright, die hem liever voor het oorlogstribunaal terecht hadden zien staan - en getuigen.

mailIcon print |