*

 

NIET MEER, MAAR BETER BLAUW (2) Veiligheid is niet met cijfers te meten

THEO KLEIN − 21/03/98, 00:00

Heeft de reorganisatie van de politie Nederland veiliger gemaakt?..

Als die vraag simpel te beantwoorden was, zou de voortdurende discussie over de politie snel ophouden. De politie heeft drie taken: handhaving van de openbare orde, hulpverlening en het vangen van boeven. Resultaten zijn slechts deels meetbaar.

Om de betrekkelijkheid van een puur cijfermatige benadering aan te geven, maakte de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP) de volgende berekening. Jaarlijks worden bij de politie ruim een miljoen misdrijven aangegeven, van winkeldiefstal tot moord. Daarvan wordt bijna een kwart (240 duizend) opgelost. Uit enquêtes over slachtoffers blijkt dat er in werkelijkheid ongeveer elf miljoen misdrijven worden gepleegd. Tien miljoen daarvan komen dus niet ter ore van de politie. Het oplossingspercentage zakt nu naar 2.

Telt men de misdrijven mee die niet worden aangegeven en waarbij ook geen slachtoffers vallen (dronken rijden, milieu- en drugscriminaliteit, heling) dan blijft het percentage steken op minder dan 1. Conclusie van de stichting, waarin de crème de la crème van politie en justitieel Nederland vertegenwoordigd is: rechtstreekse invloed van de politie op de criminaliteit als geheel is marginaal.

Een puur cijfermatige benadering geeft dus een beperkt en vertekend beeld. Het politiewerk moet worden geplaatst in een breed kader van maatschappelijke ontwikkelingen die de veiligheid beïnvloeden. Samenwerking met andere groepen en preventie zijn sleutelbegrippen om tot een veiliger samenleving te komen.

Als toch wordt geprobeerd de rol van de politie in het veiligheidsproces te isoleren, zijn de zichtbare trends niet hoopgevend.

Sinds 1994 daalt het aantal geregistreerde misdrijven in Nederland. Het percentage opgeloste zaken liep echter nog sneller terug, tot 17,3 procent in 1996. Van de misdrijven met geweld werd ruim 42 procent opgelost. Het aantal vernielingen en schendingen van de openbare orde nam sterk toe tot 170 duizend. Het percentage ophelderingen bleef in 1996 steken op 13.

Al sinds 1970 schommelt het aantal opgeloste misdrijven rond 200 duizend. De politiemacht die daarvoor nodig is, groeide echter gestaag en daarmee de kosten. Het politiebudget bedraagt jaarlijks ruim vijf miljard. Sinds de reorganisatie nemen de kosten iets sneller toe: 5 procent per jaar tegen 4,4 procent voor 1994.

De strijd tegen de bureaucratisering verloopt in de korpsen moeizaam. Op 21 agenten telde de politie in 1996 negen ondersteunende krachten. De verschillen tussen de korpsen zijn groot. Om continu 1 agent op straat te houden, zijn in de slechtst functionerende regio's 6,8 agenten nodig, in de meest doelmatige korpsen 5. Het laatste getal benadert de norm die in het buitenland als maatstaf geldt.

De Nederlanders zijn hun land de laatste jaren niet veiliger gaan vinden. Dat blijkt uit de Politiemonitor, een tweejaarlijkse enquête onder 76 duizend inwoners. Het percentage ondervraagden dat zich onveilig voelt, schommelt al jaren rond de 30 procent, terwijl de politiemacht groeit. Ze denken daarbij aan straatroof en overvallen, maar ook aan inbraken en fietsendiefstal.

Steeds meer burgers, zo blijkt ook uit de Politiemonitor, vinden dat hun buurt sterk achteruitgaat. Ze wijten dat aan verloedering, verkeersoverlast en dreiging (drugsoverlast, dronkaards, straatgeweld). Van verloedering scoort hondenpoep (53 procent) het hoogst.

Uit de cijfers blijkt dat het gevoel van onveiligheid van burgers niet alles zegt over de werkelijke dreiging. Mensen kunnen het idee hebben dat ze een bosje in de omgeving 's avonds moeten mijden omdat het er gevaarlijk is. Maar uit de statistieken blijkt dat er nog nooit iets is gebeurd. Voor de verantwoordelijke bestuurders is dat doorgaans minder relevant. Zij worden aangesproken op verloedering van de buurten.

Sinds de reorganisatie van de politie zijn buurtbewoners minder gunstig gaan oordelen over de politie in hun omgeving. Ruim de helft van de Nederlanders is van mening dat de politie te weinig in de buurt te zien is, en te weinig tijd heeft voor allerlei zaken.

Bijna 40 procent vindt de politie te weinig aanspreekbaar. In vergelijking met 1993 is het oordeel van de Nederlanders over de beschikbaarheid van de politie achteruitgegaan. Ongeveer eenderde van de inwoners van Nederland was het in 1997 eens met de stelling dat de politie niet hard genoeg optreedt.

mailIcon print |