Een kabinet formeren: 'Je moet gelijkgestemde, vrolijke mensen hebben'

Door: Jan Hoedeman en Remco Meijer − 22/09/12, 09:05
© anp. Links: Stef Blok, Mark Rutte, Wouter Bos; rechts: Henk Kamp, Diederik Samsom, Jeroen Dijsselbloem; achterin assistenten

Het spel is op de wagen, de formatie is vrijdag begonnen. Hoe gaan VVD en PvdA hun standpunten bij elkaar brengen in een regeerakkoord? Een nieuw kabinet van VVD en PvdA 'moet als collectief iets uitstralen'. Informateur Wouter Bos zei het vrijdag, en hij kan het weten, als vicepremier in het kleurloze kabinet-Balkenende IV. 'Het totale profiel is misschien wel belangrijker dan het standpunt op een individueel dossier.'

Een nieuw kabinet van VVD en PvdA 'moet als collectief iets uitstralen'. Informateur Wouter Bos zei het vrijdag, en hij kan het weten, als vicepremier in het kleurloze kabinet-Balkenende IV. 'Het totale profiel is misschien wel belangrijker dan het standpunt op een individueel dossier.'

Vanaf nu heerst naar buiten toe de totale radiostilte in de kabinetsformatie, maar binnenskamers is het spel op de wagen. Niet alleen over de 'uitruil' van dossiers, maar ook over de vraag wie straks de kabinetsposten moeten gaan bemensen. Eén ding is zeker: Mark Rutte (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) hebben namen in hun hoofd. Die zullen moeten passen bij dat ene grote voornemen: de twee willen een akkoord op hoofdlijnen, met ministers aan het roer die zelf de ruimte krijgen om invulling te geven aan het beleid. Geen 'gestold wantrouwen' in een detaillistisch regeerakkoord, maar de chemie van 'een heel goede ploeg', zoals Rutte het nu al noemt.

'Niet arrogant'
In 2010 heeft de premier iets gezegd over zijn selectiecriteria. Zijn ministers moeten 'niet arrogant' zijn, 'een beetje positief in het leven staan, scherp weten wat ze willen, maar er ook tegen kunnen als ze een keer niet hun zin krijgen'. Dat was bij het aantreden van een minderheidskabinet, een ploeg die wist dat voor elke meter terreinwinst gevochten zou moeten worden. Als Rutte en Samsom het inderdaad bij een akkoord op hoofdlijnen laten, zal dit voor het komende kabinet niet veel anders zijn.

Bij Rutte (45) kan zo'n 'goede ploeg' dwars door de generaties lopen. 'Ik ken stokoude dertigers en piepjonge zeventigers', zei hij onlangs in de Volkskrant. In Rutte I waren de AOW-gerechtigde Uri Rosenthal (67) en Ivo Opstelten (68) minister en was de aanstormende Halbe Zijlstra (43) staatssecretaris.

Samsom (41) lijkt iets meer op zijn eigen generatie te leunen, zeker waar het het team betreft dat in zijn directe nabijheid opereert. Dat zijn veelal jonge mensen. Maar hij zal begrijpen dat bij het aanzoeken van ministers en staatssecretarissen ook de generatie voor hem moet worden beloond voor jaren trouwe dienst.

Oud-premier Piet de Jong (97), de oud-duikbootkapitein, weet nog hoe hij in 1967 zijn mensen selecteerde. 'Ik had een eigenwijze methode. Ik ontving ze en sprak een tijdje met ze. Niet zomaar over het weer, maar diepzinnig. Als zo'n kandidaat dan wegging, vroeg ik mezelf af: zou ik deze man in tijden van oorlog aan boord willen hebben? Soms was het antwoord nee. En als ik dacht dat iemand niet in de club paste, dan ook niet.'

Hoe het niet moet
Dat laatste zal ook nu weer een criterium zijn: is een liberale kandidaat in staat samen te werken met sociaal-democraten en vice versa? Daarom is het gereformeerde kabinet met Balkenende en Bos (2006-2010) zo'n goed voorbeeld van hoe het niet moet. De ploeg was geen eenheid en kwam niet tot grootse daden. Jack de Vries, indertijd staatssecretaris van Defensie: 'De weeffout is geweest dat we dachten dat er chemie zou komen als alledrie de politiek leiders (Balkenende, Bos, Rouvoet, red.) in het kabinet zouden zitten. Maar van de profilering van een kabinet kan er maar één oogsten, de premier.'

Frustratie en miskenning liggen altijd op de loer in een ploeg. De Vries heeft ook daarom een tip voor Rutte: 'Ik zou zeggen: leer elkaar meteen in het begin van het proces beter kennen. Wij zijn destijds pas later aan dat groepsgevoel gaan werken, met informele Catshuis-sessies.'

Bij VVD en PvdA geldt nu het adagium dat 'politieke professionals' in principe met iedereen moeten kunnen werken, volgens het veelgehoorde motto: 'Hard op de inhoud, zacht op de relatie.' Soms klikt het gewoon niet tussen mensen en dat willen de twee leiders voorkomen. Samsom weet uit eigen ervaring, uit de zomer van 2010 toen over Paarsplus werd gesproken, hoezeer hij botste met het liberale Kamerlid Charlie Aptroot. De twee co-onderhandelaars achter Rutte en Cohen troffen elkaar aan een tafel waar over mobiliteit werd gesproken. Het liep zozeer uit de hand dat het gesprek voortijdig werd afgeblazen.

Parallelle onderhandelingstafels zijn er dit keer niet. De informateurs Kamp (VVD) en Bos (PvdA) spreken vooralsnog uitsluitend met Samsom en zijn vertrouweling Jeroen Dijsselbloem, en met Rutte en diens vaste secondant Stef Blok. De partijleiders hopen zo ieder risico op onnodige fricties uit te sluiten.

Vrolijke mensen
In de VVD wordt altijd een beetje opgezien tegen de samenwerking met PvdA'ers - een menstype dat doorgaans wat zwaarmoediger in het leven staat dan de gemiddelde liberaal. PvdA'er Willem Vermeend, in Paars I en II achtereenvolgens staatssecretaris van Financiën en minister van Sociale Zaken, denkt dat Samsom er dan ook verstandig aandoet zijn mensen daarop te selecteren: 'Je moet gelijkgestemde, vrolijke mensen hebben, een club die elkaar echt iets gunt. Met chagrijnen kom je er niet.'

Ervaring in de Kamer is sowieso een pre voor een bewindsman of -vrouw. Zonder ervaring met het politieke handwerk in het parlement heeft een minister of staatssecretaris het doorgaans een stuk zwaarder. En dan is er nog altijd die ene precaire vraag: slagen de partijleiders erin genoeg vrouwen te vinden? Rutte kreeg na de installatie van zijn eerste kabinet ook in eigen kring de kritiek dat twee vrouwen op twaalf ministers te weinig was. Dat zal vooral een issue worden in de PvdA. Met minder dan twee vrouwen kan Samsom niet aankomen. Drie is eigenlijk de standaard.

Een partijleider die zijn ministers uitzoekt, weet dat hij ook altijd mensen teleurstelt. Daarbij is er één vluchtroute: er zijn ook staatssecretarissen nodig - vaak een mooie troostprijs voor trouwe partijgenoten. Daarbij zal steeds worden gekeken naar de vraag of een departement een 'koppeltje' krijgt, een minister en staatssecretaris van dezelfde politieke partij, of juist een mix. Op Sociale Zaken en Werkgelegenheid zit nu het VVD-duo Henk Kamp en Paul de Krom. Stel dat het naar de PvdA gaat, onder bijvoorbeeld Jetta Klijnsma, dan is de puzzel of zij een VVD-staatssecretaris naast zich krijgt (scenario: Paul de Krom blijft zitten) of iemand van de PvdA (bijvoorbeeld de goed ingevoerde Mariëtte Hamer).

Strijdkreet
Aan het eind van een formatie is er altijd de zoektocht naar een motto, die ene verbindende slogan die alle geestdrift en daadkracht van de nieuwe ploeg in zich draagt. Het startpunt kan daarbij een handje helpen. Zo moest Lubbers in 1982 de economische crisis aanpakken, nadat in de vijf jaar daarvoor door twee kabinetten weinig was gepresteerd. 'No nonsense', werd zijn strijdkreet: hij pakte door met kabinetten van CDA en VVD en kreeg van Margaret Thather de geuzennaam 'Ruud Shock'. Wim Kok scoorde later in Paars I met 'Werk, werk, werk'.

Het kabinet dat nu in de steigers staat heeft net als Lubbers in 1982 de tijdgeest mee. Er wordt iets verwacht van deze coalitie. Ideeën voor een motto dat bindend kan werken op de bewindsliedenploeg, heeft Willem Vermeend al volop. 'Wij pakken de crisis aan! Of deze variant: Wij lossen het op!'

mailIcon print |