*

 

'Pechtold is nog steeds voor meer democratie, maar liever in Europa dan hier'

OPINIE - Martin Sommer − 18/02/12, 10:00
D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold staat tussen de mensen die hij heeft gesproken voor zijn nieuwe boek Henk, Ingrid en Alexander. © anp

D66 is opgericht als populistische partij; tegen de regenten en voor directe democratie. Maar het moet wel de goede democratie zijn, ziet Volkskrant-redacteur Martin Sommer.

Alexander Pechtold schreef een boek. Een boek schrijven is natuurlijk altijd goed maar bij politici moet je dan op je kippen gaan letten. Weet Pechtold meer dan wij en komen er verkiezingen of zit premier Rutte juist zo stevig in het zadel dat de D66-voorman er wel even tussenuit kon in Den Haag? Hoe dan ook, hij kreeg voor zijn boek 'een grote pluim' van Felix Rottenberg omdat hij de moeite had genomen zich te verdiepen in Henk en Ingrid, de aanhang van aarts-opponent Wilders. Zou Rottenberg het boek ook gelezen hebben?

Pechtold interviewde een paar handenvol PVV-kiezers en ze mochten inderdaad iets zeggen. Maar het luisteren ging al vlot over in toespreken. O zit dat zo, zeiden ze dan. U zegt het zo mooi. En ze vonden trouwens dat Wilders geen minister-president zou moeten worden. Soms haakte de interviewer af, schrijft hij. Bijvoorbeeld als een van hen kerken wilde zien en geen moskeeën. Daar had de man geen argumenten voor en dan kon Pechtold er niks mee. Maar het waren aardige mensen, hun zorgen over de sociaal-economische toestand waren groter dan die over de islam. En de boodschap van de nijvere ondervrager is onmiskenbaar dat die mensen ten onrechte op Wilders hebben gestemd.

Daar schieten we voor het betere begrip dus bitter weinig m ee op. De onvrede van het door Pechtold verafschuwde populisme bestaat al tien jaar en er is geen aanleiding om te denken dat het morgen weg is. Temeer niet omdat de meeste gesprekspartners van Pechtold wel degelijk vinden dat er teveel hoofddoeken zijn of dat zij Nederland niet meer herkennen.

Maar liever dan op de drijfveren van zijn gesprekspartners, concentreerde de interviewer zich op zijn tegenspraak. Dat geldt in de journalistiek als een ambachtelijke fout. De geïnterviewde de les lezen is zelden een goed idee want dan gaat het gesprek altijd over de interviewer zelf.

Over Pechtold en zijn dubbelzinnige positie is dit boek inderdaad informatief. Hij trekt flink van leer tegen de oude middenpartijen. De PvdA die weet wat goed voor ons is. En het CDA dat nog altijd het beginsel we rule this country hanteert. In achterkamertjes doen regenten hier nog de was. Conform de gedachte van Van Mierlo die al in 1966 zo prachtig kon spreken over 'de dalende invloed van de kiezer' en 'de doorbreking van de oude vastgeroeste partijpatronen'.

Dat was wel 1966. Toen zou je het niet zo noemen maar D66 is destijds opgericht als eerste of - na boer Koekoek - tweede populistische partij. Tegen de regenten, tegen ideologie, voor directe democratie. Nu is het oude stelsel bijna ter ziele, opgeblazen, zoals ooit de D66-ambitie was. Het oude midden snakt naar adem omdat het volk zich niet meer van bovenaf de levieten laat lezen. Maar Pechtold blijft liever bij het verhaal dat het CDA nog altijd de baas is en de PvdA de lakens uitdeelt.

Daarvoor heeft hij reden. D66 heeft een slecht geweten over het populisme. Omdat het resultaat van het eigen ijveren voor volksinspraak tegenvalt, is het handiger te doen alsof die democratisering nog moet plaatsvinden. Pechtold is nog steeds voor meer democratie, maar liever in Europa dan hier. Het moet wel de goede democratie zijn.

Van Mierlo was trouwens in zijn nadagen ook niet meer zo enthousiast over inspraak. Toen er over de Europese Grondwet werd gedelibereerd, vond hij dat tegenstanders niet mee hoefden praten. En Pechtold houdt nu zijn gesprekspartners in de beste CDA-traditie voor dat Nederland een compromissenland is en dat we hier geen u-vraagt-wij-draaien-democratie hebben.

Het oude midden is kapot, met het gepolder gaat het slecht en de vakbeweging sleept zich voort. Wekelijks kunnen we meemaken hoe verdeeld het land is. Pechtold vindt dat zijn partij het nieuwe centrum is, schrijft dat de Wilders-kiezers ook de mensen zijn voor wie D66 altijd oog heeft gehad en 'dat je deze groep eigen keuzes gunt'. Maar wat zijn bijdrage is aan de urgente zoektocht naar nieuwe stabiliteit blijft raadselachtig.

De noodzaak van hervormingen wordt op bevelstoon uitgedragen. Wie anders dan hij vindt dat de AOW op 65 kan blijven, 'bedrijft politiek tegen misdadig aan'. Menen dat de politieke unie er in Europa niet moet komen, 'is wegduiken voor de feiten'. De mensen die op Wilders hebben gestemd zijn niet rationeel en ze zijn ook nog inconsequent, schrijft Pechtold. Wat een geluk dat ze niet zo xenofobisch zijn als hij dacht. En uiteindelijk spreekt hij ook zichzelf nog toe. 'Een parlementariër mag nooit vergeten dat hij een volksvertegenwoordiger is.'
Volk goedgekeurd, maar wel met de hakken over de sloot.

Martin Sommer is politiek redacteur van de Volkskrant.
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />