Plasterk maakt een tweede studie duurder. Zo straft hij ambitieuze studenten en schaadt hij de economie, vinden Fleur de Groot en Gijsbert Werner....
In december 2008 heeft minister Plasterk de Tweede Kamer voorgesteld de bekostigingssystematiek voor het hoger onderwijs op een aantal punten te wijzigen. Een van de voorgestelde wijzigingen was het afschaffen van de overheidsbijdrage voor studenten die een tweede studie volgen. Dit betekent dat studenten die al een diploma op zak hebben en een tweede studie willen gaan volgen, duizenden euro’s meer aan collegegeld kwijt zullen zijn.
In de visie van de minister is de overheid verantwoordelijk voor slechts één bachelor- en één masteropleiding per student. De leeftijd van de student is hierbij niet meer van belang: de student kan zijn ‘recht’ op één gesubsidieerde bachelor- en masteropleiding ergens naar keuze in zijn leven inzetten. Helaas heeft de minister ervoor gekozen deze wijziging te financieren door de overheidsbijdrage voor een tweede vervolgstudie af te schaffen.
Deze verschraling van de mogelijkheden voor ambitieuze studenten is tot nu toe onopgemerkt gebleven. Onterecht, want in alle stilte dreigt hier een maatregel doorgevoerd te worden die niet alleen grote nadelige gevolgen heeft voor betrokken studenten, maar ook nadelig uit zal pakken voor de Nederlandse kenniseconomie en het streven naar excellentie in het hoger onderwijs.
Nog in 2007 omschreef het kabinet in zijn strategische agenda voor het hoger onderwijs ‘het creëren van een ambitieuze studiecultuur’ als centrale uitdaging. Deze ambitie is echter moeilijk te rijmen met de voorgestelde wijzigingen. Studenten die, na te zijn afgestudeerd, nóg een opleiding willen volgen, zijn namelijk bij uitstek ambitieuze, gemotiveerde studenten.
Zij krijgen immers al geen studiefinanciering meer en zijn niettemin bereid tijd, geld en moeite in verdere academische vorming te steken. Een dergelijke beslissing komt over het algemeen voort uit een sterke motivatie om meer kennis op te doen en zichzelf verder te ontwikkelen. Het straffen van juist deze studenten is dan ook niet alleen onrechtvaardig, maar vooral zeer onverstandig.
Door deze studenten een collegegeld te laten betalen dat kan oplopen tot 8.000 euro, wordt juist deze groep ontmoedigd het maximale uit zichzelf te halen. Bovendien dreigt de groep studenten die verdere verbreding of verdieping van haar kennis wil naar het buitenland gejaagd te worden. Immers, voor 8.000 euro kan de ambitieuze student zijn of haar tweede opleiding ook aan een buitenlandse universiteit volgen. Het vasthouden van talent is een groot probleem waar het Nederlands hoger onderwijs mee te kampen heeft. Dit probleem wordt hiermee eerder versterkt dan tegengegaan. Het negatieve effect op onze kenniseconomie en op het streven naar een zo hoog mogelijk opgeleide bevolking laat zich raden.
Daarnaast is het vragen van een hoog collegegeld aan studenten die een tweede studie volgen uitermate nadelig voor studenten die een carrièreswitch overwegen. Onder de huidige regeling kan een student die er later in zijn of haar studie achterkomt dat een ander vakgebied beter bij hem of haar past, voor het relatief lage bedrag van 1.600 euro een tweede masteropleiding gaan volgen. Dit zorgt ervoor dat studenten eventuele verkeerde keuzes eerder in hun studie relatief simpel kunnen herstellen. Het huidige systeem zorgt er dus voor dat zo veel mogelijk studenten de voor hen optimale carrière kunnen volgen.
Ten slotte is het sterk de vraag hoe effectief de voorgestelde wijzigingen zullen zijn. Het volgen van twee studies tegelijkertijd blijft namelijk wel mogelijk tegen het lagere collegegeld. Studenten die een tweede opleiding willen gaan volgen, doen er goed aan hun afstuderen bij hun eerste opleiding uit te stellen en een eventuele tweede opleiding te volgen, terwijl ze nog ingeschreven staan voor de eerste opleiding.
Op deze manier zorgt het nieuwe beleid er eerder voor dat studenten langer over hun studie doen, dan dat het leidt tot betere rendementen. De student die overweegt een tweede opleiding te beginnen, zal zich wel twee keer bedenken voordat hij zijn bul ophaalt. Vanaf dat moment betaalt hij namelijk minstens het viervoudige voor een extra studie.
Dat de minister de mogelijkheden voor een leven lang leren uitbreidt, is prima. Laat dit echter niet ten koste gaan van juist gedreven studenten. Studenten die het maximale uit zichzelf willen halen, zouden daarin ondersteund moeten worden in plaats van ontmoedigd. Investeren in een zo hoog mogelijke opleiding voor zo veel mogelijk studenten blijkt op de lange termijn namelijk altijd rendabel. Het kleine bedrag dat de minister op korte termijn hoopt te besparen met deze maatregel, zal op lange termijn dan ook een veelvoud kosten aan verloren potentieel voor onze kenniseconomie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.