Bob Elbracht −
02/09/11, 06:00
Koningin Beatrix en premier Rutte tekenen het gastenboek in het Huis van Europa, 16 mei 2011.
Een ceremonieel koningschap moet minimaal gepaard gaan met de opheffing van de ministeriële verantwoordelijkheid. Dan pas is de politieke ontkoppeling van de parlementaire democratie met de monarchie compleet en blijft de weg naar de republiek open, betoogt Bob Elbracht.
Uit de geregeld oplaaiende discussie over de monarchie blijkt dat het erfelijk koningschap kennelijk een nadrukkelijke legitimatie behoeft. Centraal staat telkens de vraag of en hoe deze weeffout in ons democratisch bestel hersteld dient te worden. Vanuit een mythisch bewustzijn plaatsen voorstanders van de constitutionele monarchie tegenover de ontbrekende democratische legitimatie een pragmatisch argument, maar daardoor lopen twee discussies door elkaar.
De bewering als zou 'koningin Beatrix het zo goed doen' kan niet geverifieerd worden, want discretie is juist de hoeksteen van het constitutioneel koningschap. Maar ook al zou dit zo zijn, dan voorziet deze constatering nog steeds niet in een argument voor het monarchale systeem als zodanig. Wie geboorte medebepalend laat zijn voor de kwaliteit van bestuur moet rekening houden met de grilligheid van het toeval en mogelijke bestuurlijke instabiliteit. Dat dit een reëel risico is, werd in onze vaderlandse geschiedenis aangetoond, waar koning Willem III er overtuigend blijk van gaf volkomen ongeschikt te zijn voor het constitutioneel koningschap.
Om dit probleem te ondervangen bedacht Thorbecke in 1848 de ministeriële verantwoordelijkheid, waarbij de macht van de koning theoretisch wordt overgedragen op de zittende ministers. In de discussie over de mogelijke inperking van de koninklijke macht blijft dit aspect onderbelicht, terwijl het van wezenlijk belang is. Vanwege de ambiguïteit van dit wetsartikel, waarin bepaald wordt dat 'de koning regeert en de ministers verantwoordelijk zijn' geeft iedere zittende premier hier een eigen invulling aan. Niemand weet precies wanneer en onder welke omstandigheden de ministeriële verantwoordelijkheid geactiveerd dient te worden. Behalve voor de koning alleen blijkt de premier ook afgeleide verantwoordelijkheden te dragen voor nagenoeg het gehele koninklijk huis. Volgens voormalig premier Balkenende viel er zelfs een stichting van de kroonprins onder.
CeremonieelDe huidige liberale premier pareert de roep om een volledig gedepolitiseerd koningschap vanuit de gedachte zoals Thorbecke de ministeriële verantwoordelijkheid vermoedelijk bedoeld had: het hoogste bestuurlijke ambt zou al ceremonieel zijn, omdat de koninklijke macht constitutioneel voldoende zou zijn ingeperkt en gewaarborgd. Anders gezegd: het verwijderen van de koning uit de regering maakt in de politieke praktijk van alledag geen enkel verschil.
Een veelgehoorde frase hierbij is dat 'de koning net zoveel macht heeft als de ministers toelaten'. Terwijl de linksere fracties hier geen genoegen mee nemen, heeft de PvdA zich wel gerust laten stellen. Met de vraag om een ceremonieel koningschap menen de progressieve politieke partijen een volgende stap te zetten op weg naar een bestel met een gekozen staatshoofd. Dit is echter onjuist.
Wanneer de koning staatshoofd blijft maar geen deel meer uitmaakt van de regering, zijn er eigenlijk geen situaties meer denkbaar waardoor het parlement ooit nog Kamervragen zal kunnen stellen over deze overgeprivilegieerde familie, die dan immers politiek geheel onkwetsbaar zal zijn. Maar, zoals hofhistoricus Cees Fasseur zei in
Buitenhof (17 april), zelfs bij een ceremonieel koningschap zoals in Zweden, zal er nog steeds 'overleg tussen de premier en het staatshoofd nodig zijn, en dus wederzijdse beïnvloeding plaatsvinden'.
EenheidZolang de republiek politiek nog onhaalbaar is, dient de vraag om een ceremonieel koningschap dan ook minimaal gepaard te gaan met de eis tot opheffing van de ministeriële verantwoordelijkheid. Dan pas is de politieke ontkoppeling van onze parlementaire democratie met de monarchie compleet en blijft de weg naar de republiek open. Dan pas zal de familie ook vrijuit kunnen spreken over hun eventuele politieke voorkeuren zonder dat er een 'eenheid van de kroon' in gevaar komt.
Anderzijds kan de familie dan ook eindelijk aangesproken worden op haar doen en laten - net zoals iedere andere burger. Het ceremoniële koningschap is met behoud van de wettelijke onschendbaarheid derhalve geen opmaat naar de republiek, maar vormt juist een politiek bestel waarbij de monarchie voorgoed in beton gegoten wordt.
VerwarringOmdat nu een Kamermeerderheid om de koning niet langer deel uit te laten maken van de regering niet gehaald zal worden, ontwikkelt de discussie zich thans rond de vraag hoe de macht en invloed van de koning toch nog verder ingeperkt kunnen worden. De meest in het oog springende politieke activiteit van het staatshoofd is de bemoeienis tijdens kabinetsformaties. Met name de laatste formatie leidde tot veel verwarring en vormt een directe aanleiding voor de PVV tot het indienen van hun initiatiefwet.
Wie zou gebaat zijn met een verdergaande depolitisering van het koningschap? De situatie is dan namelijk als volgt: de koning blijft deel uitmaken van de regering en blijft achter gesloten deuren geheim overleg voeren met de premier, terwijl de enig zichtbare politieke activiteit - die tijdens de formatieprocedure - komt te vervallen. Zo'n maatregel zou alleen maar averechts werken, omdat het volgens de regels van de foute monarchale logica de koning politiek alleen maar verder zou immuniseren. De zichtbaarheid wordt slechts ingeperkt tot louter ceremoniële taken, zoals her en der linten knippen en koekhappen op 30 april, terwijl de onzichtbare en daardoor onduidelijke politieke invloed onverminderd doorgaat.
Om de koning de rol als 'onpartijdige procesbewaker' tijdens kabinetsformaties te ontnemen is slechts nodig dat de motie Kolfschoten uit 1971 wordt afgestoft, en dat is met een wijziging van het Reglement van Orde een fluitje van een cent. Bij de keuze tussen een in beton gegoten ceremoniële monarchie of een constitutionele monarchie met een politiek volkomen onzichtbare koning dienen de parlementariërs zich af te vragen hoe de weg opengehouden kan worden naar een gezonde moderne democratie met een gekozen staatshoofd: de republiek. De sleutel ligt daarbij niet zozeer bij de rol die men de monarch toekent, alswel bij het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid.
Bob Elbracht is auteur van Argumenteren tegen de monarchie (Aspekt)