*

 

Hulp aan Griekenland: opnieuw ligt het risico bij de belastingbetaler

Yvonne Hofs − 23/07/11, 10:47
De bank van Griekenland © epa

Het nieuwe reddingsplan voor de Grieken staat bol van aannamen en onzekerheden. Die brengen flinke risico's met zich mee.

Risico 1: Het noodfonds voor de eurozone is binnen de kortste keren uitgeput

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe plan is de taakuitbreiding van het noodfonds voor de eurolanden, de zogeheten Europese Finan­ciële Stabilisatie Faciliteit (EFSF). Dit betekent dat de uitgaven fors zullen oplopen:
 
- De komende drie jaar wil Griekenland 54 miljard euro aan schuldpapier omruilen tegen nieuwe obligaties met gunstiger voorwaarden. Griekenland heeft geen geld, dus die miljarden komen uit het noodfonds.

-  Het noodfonds geeft banken en andere private investeerders die meewerken aan de omruiloperatie  de garantie dat de lening over 30 jaar volledig wordt terugbetaald. De eurolanden verlossen de banken dus van het risico op wanbetaling door Griekenland. Ook die garanties drukken op het fonds, want dat geld moet wel gereserveerd worden.

- Het reddingsplan rept van het terugkopen van 12,6 miljard euro aan Griekse staatsobligaties.

En dit zijn dan nog maar de verwachte kosten voor de eerste drie jaar, en voor het lenigen van alleen de Griekse noden. Misschien hebben Portugal en Ierland ook een nieuwe steunronde nodig. Of Italië, of Spanje. De eurolanden staan samen garant voor 440 miljard euro EFSF-kredieten. Daarvan kan 255 miljard worden uitgeleend, omdat het fonds voor een AAA-rating  grote buffers moet aanhouden.  Aan Ierland en Portugal is 43,7 miljard  geleend. In de pot zit dus iets meer dan 200 miljard euro. Daarvanaf gaan de kosten van het Griekse reddingsplan. Kortom: de bodem van de pot komt in zicht.

Het lijkt onvermijdelijk dat de eurolanden extra geld moeten storten. Veel economen denken dat de fondslimiet omhoog moet naar 1,5 biljoen euro. Nederland staat nu garant voor ruim 25 miljard euro. Dat bedrag zou dan stijgen naar 85 miljard. Hogere garanties betekenen hogere risico's voor de inwoners van de eurolanden. Zij krijgen de rekening gepresenteerd als de EFSF-leningen niet worden terugbetaald.

Risico 2: De gevreesde default-rating van de ratingbureaus is een feit.

Kredietbeoordelaar Fitch waarschuwde gisteren, als eerste van de drie grote ratingbureaus, dat het Griekenland zal bestraffen met een gedeeltelijke wanbetalersstatus (selective default-rating) wanneer het EU-plan doorgaat. President Trichet van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft maandenlang beweerd dat zo'n status tot onvoorstelbare rampen zal leiden. Een van de gevaren is dat financiële instellingen bij een default-rating moeten uitkeren op verzekeringen tegen een Grieks faillissement. Als er veel van die verzekeringen uitstaan (niemand weet precies hoeveel), zijn daarmee zulke grote bedragen gemoeid dat ze financiële instellingen de kop kunnen kosten. Een ander probleem is dat Griekse staatsobligaties door banken niet meer als onderpand worden geaccepteerd. Dit kan de stabiliteit van instellingen die veel van die obligaties bezitten in gevaar brengen.

Risico 3: De private sector komt niet over de brug.

De private sector, waaronder de banken, levert volgens de Europese regeringsleiders een bijdrage van 50 miljard euro aan het verminderen van de Griekse schuldenlast. Dat bedrag is puur nattevingerwerk. Ten eerste hoeven de banken niet mee te werken aan het saneren van de Griekse schuld. Hun medewerking is geheel vrijwillig. Verder hebben ze bij het omruilen van hun Griekse staatsobligaties vier opties. Bij twee daarvan accepteren ze een verlies van 20 procent op hun lening, maar krijgen ze zo'n 6 procent rente.  Bij de andere twee verlengen ze de looptijd van de lening naar 30 jaar, maar blijft de hoofdsom intact. De prijs voor het vermijden van verlies is een lagere rente, namelijk 4,5 procent.

Het bedrag van 50 miljard is gebaseerd op de aanname dat 90 procent van de bestaande Griekse staatsobligaties die in handen zijn van de private sector, wordt ingeruild. En dat  de vier omruilopties allemaal even populair zijn.

Maar dat is pure theorie. Als de private investeerders massaal de voorkeur geven aan doorrollen in plaats van afstempelen, heeft het omruilprogramma geen enkel direct effect op de Griekse staatsschuld. Zelfs als de banken doen waar de Europese leiders van uitgaan, scheldt de private sector Griekenland maar 13,5 miljard kwijt. Dat is amper 4 procent van de huidige staatsschuld van 340 miljard. In ruil voor dat minuscule offer  krijgen de banken 100 procent zekerheid dat de  lening wordt terugbetaald.
mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />