*

 
dossier

Klimaatverandering

Alleen dwang brengt consument tot veranderen energiegebruik

Van onze verslaggever Michael Persson − 23/02/07, 21:41

Goed, dus de mens maakt de aarde warmer, hoogstwaarschijnlijk. Dan is de vraag: kunnen we daarmee ophouden?..

  • \N (de Volkskrant Graphics)

Tot dusver moest het antwoord vooral komen van de burger zelf. Door publiekscampagnes moest die worden overgehaald vrijwillig minder energie te verbruiken.

Maar het lijkt er steeds meer op dat overheden daar niet meer op rekenen. De Australische regering maakte deze week bekend per 2010 de verkoop van gloeilampen te willen verbieden. Eind januari kondigde een Californische volksvertegenwoordiger een vergelijkbare maatregel aan. De Europese Unie wil vliegtickets geen belasten met een milieuheffing. En op sommige plekken in Engeland moeten bezitters van een terreinwagen driemaal zo veel betalen voor hun parkeervergunning.

Overheidsbemoeienis dus, in plaats van vrijwillige gedragsverandering. Het lijkt de enige manier om het energieverbruik terug te dringen, zegt Kees Vringer van het Milieu- en Natuur Planbureau in Bilthoven. Hij promoveerde twee jaar geleden op een onderzoek naar de particuliere energieconsumptie. ‘Als praten niet helpt, moet je wortel en stok gebruiken.’

En praten lijkt inderdaad niet te helpen. Zelfs milieubewuste consumenten gebruiken niet minder energie dan anderen, bleek uit zijn onderzoek, een enquête onder 2300 Nederlandse huishoudens. Er is, zo bleek, geen enkele relatie tussen zogeheten waardepatronen en het gedrag.

Dus lijkt een combinatie van dwang en beloning het enige effectieve middel. Doel is het stimuleren van moderne, energiezuinige alternatieven voor oude brandstofslurpers. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld is de wegenbelasting afhankelijk van de kooldioxide-uitstoot. In Italië kunnen particulieren die hun huizen energiezuiniger maken tot 55 procent van de kosten van de belasting aftrekken. In een studie van het Nederlandse energie-instituut ECN is uitgerekend dat het energieverbruik jaarlijks 2 procent zou kunnen dalen, als de overheid zich veel intensiever zou bemoeien met consumenten en bedrijfsleven, waardoor die zouden kiezen voor zuiniger producten.

Vooralsnog blijven de maatregelen druppels op een gloeiende plaat. Verlichting bijvoorbeeld heeft slechts een aandeel van 2 procent in het totale energieverbruik. Vervanging van gloeilampen door spaarlampen zou 1 procent energiebesparing kunnen opleveren. Maar dan moet de consument ook weer niet zijn hele tuin met spaarlampen vullen.

En dat is het grote probleem. Het is een groeiende, steeds heviger gloeiende plaat. In zijn onderzoek naar energieverbruik bij consumenten vond Vringer maar één verband: dat met het inkomen. Wie twee keer zoveel verdient, verbruikt 63 procent meer energie.

Zo blijken huishoudens met hogere inkomens veel meer apparaten te hebben dan huishoudens met lage inkomens. Tv’s, video’s, dvd’s, telefoons en computers komen in toenemende mate meervoudig voor in enkele huishoudens. Gezamenlijk vertegenwoordigt dit bruingoed inmiddels 32 procent van de elektriciteitsconsumptie door particulieren. Het is grotendeels verantwoordelijk voor de stijging in het huishoudelijk elektriciteitsverbruik.

De hogere welvaart vertaalt zich ook in stijgend brandstofverbruik voor autoreizen en vakanties. Neem Nederland: volgens cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek boekten Nederlanders in 2005 zo’n 5,5 miljoen vliegvakanties. In 1998 waren dat er 2 miljoen minder. ‘Recreatie’ is nu in Nederland verantwoordelijk voor 11 procent van de energieconsumptie.

Alleen een maatregel die deze moderne levensstijl zou aantasten zou ophef veroorzaken. Het gloeilampverbod is door de Australiërs dan ook zonder gemor ontvangen. Ze mogen gewoon in hun terreinwagens blijven rondrijden, en de benzineprijs blijft 70 eurocent per liter.

mailIcon print |