*

 
dossier

Klimaatverandering

Klimaatverandering: van doem naar doen

Door Dirk Sijmons − 12/02/07, 13:59

Het onlangs gepresenteerde VN-rapport over klimaatverandering doet denken aan een wetenschappelijk slechtnieuwsgesprek. Ja, het klimaat verandert en nee, dat draaien we niet meer terug....

  • De stormvloedkering in de Oosterschelde. (Raymond Rutting - de Volkskrant)

Het volgende rapport wordt over vijf jaar verwacht. Dat kan nog verrassingen opleveren, want het smelten van gletsjers en poolijs is nog niet meegenomen in het huidige model. We zullen moeten leren leven met deze onzekerheden, net zoals we zullen moeten leren er beleid mee te maken.

Sinds ruim een jaar weet de Nederlandse overheid wat haar te doen staat. Op een bijeenkomst in Scheveningen kondigden eind 2005 vier bewindslieden aan dat het rijksbeleid zich voortaan zou richten op adaptatie. Met andere woorden, onze delta moet worden aangepast aan de gevolgen van de klimaatverandering.

Technisch gezien is de uitdaging overzichtelijk. De verdediging van de kust is niet zo ingewikkeld. Het is voldoende om de duinen periodiek te versterken. De lozing van het rivierwater is complexer. De Rijn verandert in een regenrivier en zal, net als de Maas, wispelturiger worden. Naast extreme hoogwaterstanden zullen er ook extreme laagwaterstanden voorkomen, met onder meer als gevolg dat de Rotterdamse haven vele dagen per jaar voor de binnenscheepvaart onbereikbaar zal zijn.

Dirk Sijmons

Dirk Sijmons (57) werd geboren in Amsterdam. Hij studeerde aan de TU-Delft en bekleedde daarna diverse functies bij de rijksoverheid, als laatste bij Staatsbosbeheer.
Hij is landschapsarchitect en directeur van H+N+S Landschapsarchitecten. H+N+S ontving in 2001 de Prins Bernhard Cultuurprijs voor toegepaste kunst.
Dirk Sijmons viel in 2002 de Rotterdam-Maaskantprijs ten deel. Ter gelegenheid daarvan verscheen zijn boek Landkaartmos. Andere boeken zijn Een Plan dat Werkt (met Maarten Hajer en Fred Feddes) dat in 2006 verscheen en dat handelt over de relatie tussen beleid en ontwerpen, =Landschap (1998), en Oorden van Onthouding, over vormgeven aan natuurontwikkeling (1998).
Hij is tevens voorzitter van de stichting OASE die het gelijknamige Nederlands-Vlaamse tijdschrift op het gebied van de architectuurtheorie uitgeeft. In 2004 werd Dirk Sijmons door de minister van LNV benoemd tot Rijksadviseur voor het Landschap.

]]> In de polders is de opgave het meest ingewikkeld. Hier komt de vijand niet alleen van boven, in de vorm van te veel of te weinig neerslag, maar ook van onderen, in de vorm van (brak) grondwater. De verstedelijking is spectaculair gegroeid en we hebben de landbouw vaste grondwaterpeilen gegeven. Door die twee processen zijn de mogelijkheden om water tijdelijk op te slaan of te reserveren voor droge tijden veel minder geworden, zo niet verdwenen.

De moeilijkheid is dat de benodigde ruimte voor de maatregelen tegen de gevolgen van de klimaatverandering lastig te vinden is in het dichtbevolkte Nederland. Een groot deel van ons land zal tot 2050 direct of indirect met het watervraagstuk te maken krijgen.

Ultralange termijn
Over de jaren daarna is nog niets bekend, maar de klimaatverandering stopt natuurlijk niet over een halve eeuw. Het komt er dus op aan strategieën te ontwikkelen voor de bijna onmenselijke – en zeker onpolitieke – ultralange termijn.

Wijs lijkt het in elk geval om, nu het nog kan, ruimte te reserveren. De dilemma’s waarmee de ruimtelijke ordening worstelt laten zien dat deze mogelijkheid niet lang meer zal openstaan.

Naast alle technische uitdaging is er ook een culturele kant. Kunnen we het nog? En minstens zo belangrijk: kunnen we het culturele elan opbrengen om er ook nog wat moois van te maken. Individualisering, risicomijdend gedrag en afnemend vertrouwen in de overheid maken dat niet vanzelfsprekend.

Is onze mentaliteit op orde? Dat kon best eens meevallen. De maakbaarheid van de samenleving mag dan naar de schroothoop zijn verwezen, de maakbaarheid van onze topografie laat zich niet als een overjarige utopie wegsturen.

Het Nederlandse landschap is als een reusachtige prothese die ons in staat stelt onder de zeespiegel te wonen. Dat besef leeft, evenals het besef dat we verplicht zijn die prothese periodiek te onderhouden en aan de klimaatveranderingen aan te passen.

Deltawerkengevoel
Wel zou ik het ‘VOC-gevoel’ graag inruilen voor een ‘Deltawerkengevoel’. Daarin zijn bevlogenheid en grotere politieke betrokkenheid zeer welkom, maar liever geen messianisme à la Al Gore. Want dan krijgt de klimaatdiscussie gemakkelijk semireligieuze trekjes. De zaak is te belangrijk om te laten verzanden in een contraproductieve strijd tussen rekkelijken en preciezen.

Nuchter datgene doen waar we altijd goed in zijn geweest, is een betere optie. Dat houdt in dat we aansluiten bij onze traditie van ruimtelijke ordening en dat we onze kennis van de waterbouw verbinden met de beste eigenschap van het poldermodel: de netwerksturing. Nederland heeft daardoor altijd synergie kunnen ontwikkelen tussen uiteenlopende maatschappelijke partijen.

Ik stel voor dat we nieuwe waterstaatkundige staaltjes met allure tot uitvoering brengen. Dat kan door technisch en cultureel tot het uiterste te gaan. We moeten ook zeker niet gaan kruidenieren over de kosten. Vervolgens moeten we de opleveringen ‘vieren’ en internationaal in de etalage zetten.

Daarmee slaan we drie vliegen in een klap. We regelen de veiligheid van de burgers en laten de buitenwereld zien dat we onze zaakjes beter op orde hebben dan de vele andere deltagebieden. Dat maakt Nederland aantrekkelijker als vestigingsplaats voor (buitenlandse) bedrijven.

Holland Festival
Die aantrekkingskracht wordt nog groter als we aan onze nieuwe waterwerken fraaie watersteden bouwen, waar bewoners en bedrijven graag verblijven, liefst met mogelijkheden tot watersport. Op die manier vernieuwen we het sleetse toeristische product Holland in een moeite door in een aantrekkelijke recreatieve bestemming. Alles bij elkaar maken we een soort Holland Festival voor de openlucht.

Wat er ook gebeurt, duurzaamheid verdwijnt niet meer van de agenda. Laten we daarom van de nood een deugd maken en die tot focus maken van onze kenniseconomie. Laten we de aloude waterbouw, de (landschaps)architectuur en de natuurtechniek tot een gecombineerde innovatiekracht ontwikkelen en van duurzaamheid een geducht exportproduct maken.

Vergeet de elektrische scheerapparaten! Wat Nokia deed voor de Finse economie kan de not.dot.com Deltatechnologie voor Nederland betekenen.

mailIcon print |