*

 
dossier

Klimaatverandering

Vervuiler betaalt ook voor energiegebruik

Michael Persson − 27/11/09, 06:00

Door consumenten en bedrijven een opslag op hun energierekening te laten betalen, weet de overheid zeker dat zij jarenlang kan investeren in groene energie.

Het was maar een korte passage in het crisisakkoord, dit voorjaar. ‘Om een schone en zuinige energievoorziening veilig te stellen (...) zal deze ruimer en robuuster worden gefinancierd uit een opslag op het elektriciteitstarief.’ Donderdag werd dat voornemen concreet: uit een brief van minister Van der Hoeven van Economische Zaken blijkt dat windturbines en zonnepanelen vanaf 2012 niet meer via de begroting, maar door energieverbruikers zullen worden gefinancierd.

Geschatte kosten: in totaal bijna 20 miljard euro, tot 2020. Is dat veel? Is dat erg?

Het is in elk geval goed voor het klimaat. Ineens komen de CO2-doelen van 2020 binnen handbereik. Door de rekening direct bij consumenten en bedrijven te leggen, komt een hoeveelheid geld beschikbaar die de komende kabinetten op hun begroting waarschijnlijk nooit zouden vinden. Met de maatregel regeert het kabinet dus over zijn graf heen.

Juist daarin schuilt het ‘robuuste’ van deze regeling. Om echt voor de lange termijn te kunnen plannen, is een wet nodig die ook de financiering op termijn garandeert. Een groen budget dat elke Prinsjesdag weer afhankelijk is van de grillen van het zittende kabinet, maakt investeerders kopschuw. Dat is ook de afgelopen jaren gebleken: na de plotselinge afschaffing van de (te) succesvolle MEP-regeling in 2006, zakten duurzame investeringen dramatisch in.

Intussen bleef Duitsland de vruchten plukken van zijn Einspeisegesetz, een wet uit 2000 die bepaalt dat duurzame subsidies door een heffing op de energierekening worden gefinancierd. Het succes van deze wet blijkt uit de enorme groei van het aantal zonnepanelen en windturbines in Duitsland. Het aandeel duurzame elektriciteit bedroeg daar in 2008 ruim 14 procent. In Nederland is dat niet meer dan 7,5 procent.

De nu door Van der Hoeven voorgestelde heffing is een variant van die Duitse wet, met dit verschil dat het in Nederland geen openeinderegeling wordt. Er zal straks in de wet worden vastgelegd hoeveel er maximaal mag worden uitgegeven.

Dat voorgestelde plafond is afgeleid van het doel om in 2020 eenvijfde minder CO2 uit te stoten. Om dat te halen moet 35 procent van de elektriciteit duurzaam worden opgewekt. Dus moeten investeerders worden verleid geld te steken in windmolens en zonnepanelen.

Die verleiding bestaat al, in de vorm van de SDE-regeling (subsidie duurzame energie). Wie zonnepanelen op zijn dak legt, krijgt vijftien jaar lang de ‘onrendabele top’ van elke kilowattuur van deze dure stroom bijgepast door de overheid. In deze pot wordt nu zo’n 900 miljoen per jaar gestopt.

Straks heet deze regeling de SDE-heffing. Het is dan niet meer de overheid, maar de energieverbruiker die direct een opslag per kilowattuur betaalt om de groenestroomproducenten te financieren.

Volgens berekeningen van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) zal tot 2020 maximaal 9,6 miljard euro extra nodig zijn om aan de beoogde 35 procent duurzame stroom te komen.

Per huishouden komt de heffing neer op een paar tientjes in 2013, en 200 tot 300 euro in 2020.

Maar wie weinig verbruikt, hoeft minder te betalen. Dit in tegenstelling tot een financiering uit de algemene middelen: dan betaalt elke belastingbetaler evenveel. Het is hetzelfde principe als de kilometerheffing. De vervuiler betaalt.

mailIcon print |