ANP/Redactie −
24/10/11, 16:08
Werknemers van een auto-onderdelenfabriek van Honda in het zuiden van China eisen hogere lonen, in juni.
© ap
Zo'n 1000 werknemers van een fabriek van horlogemaker Citizen hebben in het Chinese Shenzen het werk neergelegd. Ze eisen betere arbeidsomstandigheden. Zo moeten ze naar de wc kunnen gaan zonder dat het van hun loon wordt afgetrokken, vinden ze.
De staking begon al een week geleden. De 1178 werknemers beklagen zich omdat het beloofde pensioensysteem uiteindelijk nooit is gerealiseerd. Daarnaast vinden ze het niet eerlijk dat plaspauzes van het loon worden afgetrokken.
In juni was er al een staking in de fabriek van Citizen in Dongguan, in het zuiden van China. Toen werd gestaakt door 700 van de 2000 werknemers, omdat ze de werkdagen die verloren waren gegaan door een defecte airconditioning moesten inhalen in het weekend.
Aan het begin van dit jaar stonden de werknemers van een tassenfabriek op, waar luxe tassen voor onder meer DKNY en Burberry worden gemaakt, omdat ze slechts 180 euro per maand verdienden en werkdagen van 12 uur maakten.
Stakingen komen steeds meer voor in het communistische China, vooral bij fabrieken van Japanse merken, zoals Toyota en Honda. In veel gevallen werden ze opgelost met loonsverhogingen tot wel 60 procent. Volgens experts leidt de toenemende mondigheid van Chinese werknemers er op den duur toe dat het land van de lijst met lagelonenlanden verdwijnt. China was gedurende vele tientallen jaren een zeer goedkoop productieland, samen met bijvoorbeeld India en de Filipijnen.