*

 
dossier

Israëlisch-Palestijns conflict

Het boterde al langer niet tussen Turkije en Israël

Van onze verslaggever Marnix de Bruyne − 01/06/10, 09:39

Nog niet lang geleden gold Turkije als belangrijkste bondgenoot van Israël in het Midden-Oosten. Maar de bevolking moest er weinig van hebben: in weinig landen is het anti-amerikanisme – en ook: het antisemitisme – zo wijd verbreid.

  • In Istanbul wordt gedemonstreerd tegen de acties van Israël. (EPA)

Die relatie paste goed in het buitenlandse beleid van Turkije, dat ‘nul problemen met de buren’ nastreeft. Ankara had eerder al warme banden aangeknoopt met ‘pariastaat’ Syrië, had de relatie verbeterd met voormalige vijanden Griekenland en Rusland en had enige vooruitgang geboekt richting normalisering van de relatie met Armenië.

Hobby


De warme band met Israël was echter vooral een hobby van de bestuurders en de seculiere militaire elite en inlichtingendiensten. De bevolking moest er weinig van hebben: in weinig landen is het anti-amerikanisme – en ook: het antisemitisme – zo wijd verbreid. Die afkeer ontwikkelde zich in weerzin toen Israël vorig jaar de Gazastrook binnenviel en honderden Palestijnen omkwamen.

Premier Erdogan, van de regerende, uit de politieke islam voorkomende AK-partij, begreep dit. Tijdens het World Economic Forum in Davos, waar jaarlijks regeringsleiders, staatshoofden en zakentycoons bijeenkomen, koos hij openlijk partij door weg te lopen uit een discussie met de Israëlische president Peres. Hij scoorde er goed mee aan het thuisfront.

Begin dit jaar was het Israëls beurt. In een al jaren lopende Turkse tv-serie kwam een wrede Israëlische spion voor die een kind gijzelt. Als de Turkse held hem neerschiet, sijpelt bloed over een Davidster – een bewuste verwijzing van de scenarioschrijvers naar de Gazaoorlog.

Even bewust was de vijandige ontvangst die de Turkse ambassadeur ten deel viel, toen Israël hem op het matje riep. De ambassadeur werd op een lage bank neergezet, met tegenover hem de Israëliërs op hogere stoelen. ‘Let op dat hij op een lager niveau zit en wij hoger, en dat er slechts een Israëlische vlag staat en we niet glimlachen’, instrueerde onderminister van Buitenlandse Zaken, Danny Ayalon, de fotografen. Ambassadeur Ahmet Oguz Celikkol noemde het ‘de vernederendste’ ervaring in zijn drie decennia omspannende diplomatieke carrière. Ook Israël besefte te ver te zijn gegaan en bood excuses aan.

Minister van Defensie Ehud Barak kwam een week later op bezoek in Ankara, en legde een krans bij het monument voor vader des Vaderlands, Kemal Atatürk. Hij kreeg president Gül en premier Erdogan niet te zien – foto’s van de Turkse leiders met Barak zouden slecht uitkomen – maar de levering van onbemande vliegtuigjes aan Turkije leek nog niet in gevaar.

Egypte


Eind vorige week zette Turkije echter weer nieuwe ‘vijandige’ stappen tegen Israël, door innig met Egypte samen te werken tijdens de vergadering van ondertekenaars van het Non-Proliferatieverdrag tegen de verspreiding van atoomwapens. De slotverklaring, waarachter Egypte en Turkije de grote motors waren, voorziet in een conferentie in 2012 waar moet worden gewerkt aan een ‘kernwapenvrij’ Midden-Oosten. Overduidelijk was dat daarmee vooral Israël in de beklaagdenbank werd gezet.

Na de aanval van Israëlische commando’s maandagmorgen op het Turkse schip dat naar Gaza opstoomde, en de Turkse doden die daarbij vielen, rest Erdogan weinig anders dan Israël in de ban te doen. Dat hij de aanval betitelde als ‘inhumaan staatsterrorisme’ is daarvan een eerste teken.

mailIcon print |