*

 
dossier

Afghanistan

Vijf vragen over de missie Uruzgan

Door Noël van Bemmel − 26/02/10, 11:53

Vier jaar zijn Nederlandse militairen nu actief in Uruzgan, een kleine bergprovincie in midden-Afghanistan. Er zijn 21 Nederlanders gesneuveld, het kabinet is erover gevallen, de Nederlandse regering heeft sinds 2002 122 miljoen euro in deze missie gestoken. Daar komt dit jaar ruim 45 miljoen bij.

  • Militairen in Uruzgan (Archief) (AFP)

Gaat het beter in Uruzgan?
Wie denkt dat de wereld één dorp is, moet eens naar Uruzgan. Val daar een huis binnen met Afghaanse agenten en je staat in een rokerige ruimte zonder ramen. Bij een houtvuurtje in de hoek wenden hurkende vrouwen geschrokken hun gezicht af. In het midden van de donkere kamer begint een ezel te balken, in een andere hoek stinkt een metershoge berg van menselijke en dierlijke uitwerpselen. Hier is geen water, geen elektriciteit en geen basale hygiëne.

Hier is, kortom, genoeg te doen voor ontwikkelingswerkers. Die waren vier jaar geleden nauwelijks actief in deze vergeten provincie van Afghanistan. Nu zijn er ruim vijftig hulporganisaties aan het werk in Uruzgan. Zelfs de Afghaanse overheid begon er, met Nederlands geld, ambitieuze programma’s ter verbetering van de gezondheidszorg en onderwijs.

Het aantal schooltjes steeg tussen 2006 en 2009 van 34 naar 101, het aantal buurtklinieken van 9 naar 16. Het provinciale ziekenhuis kreeg chirurgen en een vrouwenvleugel waar keizerssneden kunnen worden uitgevoerd. Een vaccinatieprogramma moet de hoge kindersterfte terugdringen.

Wat ook opvalt: het touwtje over de weg, waarmee gewapende milities weggebruikers tegenhielden om ‘tol’ te heffen, is vervangen door politiestations vanwaaruit geüniformeerde agenten uitrukken in Amerikaanse terreinwagens. Hun salaris wordt door Nederland betaald.

Al die vooruitgang is echter fragiel en omkeerbaar, waarschuwen betrokkenen. De kwaliteit van het plaatselijke bestuur blijft zorgwekkend laag. De helft van de overheidsposten kan niet eens worden gevuld. Als het provinciale bestuur instort, zal ook de politiemacht weer verdwijnen, evenals de scholen en ziekenhuizen.

Wat vinden de Uruzgani van de Nederlandse soldaten?
Zij zijn vaak bang voor de soldaten in hun grommende pantserwagens. Veel dorpelingen klagen dat ISAF-soldaten zomaar hun huizen binnenvallen en dat zij geld weggeven aan de verkeerde mensen. Maar de meeste Uruzgani, concludeert het Afghaanse onderzoeksbureau The Liaison Office, zijn blij met de buitenlandse hulp. In 190 interviews in diverse districten worden de Nederlanders afgeschilderd als voorzichtig, altijd op zoek naar manieren om het leven in Uruzgan te verbeteren, discreet over tribale gevoeligheden en duidelijk geen bezetters. Uruzgani zijn opvallend negatief over de Amerikanen. Die zijn vooral geïnteresseerd in vechten, komen niet netjes opdagen bij wekelijkse bijeenkomsten en tonen geen respect voor tribale leiders en dorpsoudsten. Eén geïnterviewde zegt: ‘Als de Nederlanders komen, pakken de Taliban hun geweer. Als de Amerikanen komen, pakt iedereen zijn geweer.’

Hoe erg is het dat ze vertrekken?
onlangs verlengd tot 2012 in de hoop dat het ontwikkelingsproces doorgaat na het vertrek van Task Force Uruzgan. Betrokken diplomaten en ontwikkelingsadviseurs hadden graag nog doorgesleuteld aan de fragiele structuur van Uruzgan. Zij vermoeden dat de Amerikanen het gat gaan opvullen en wijzen erop dat die anders werken. De 27 burgerdoden door een Amerikaanse luchtaanval vorige week, en de manier waarop zij nu een weg in Noord-Uruzgan snel laten bouwen door aannemers van buiten de regio, vinden zij een somber teken.

Wat moet vooral gebeuren in Uruzgan?
Als Nederland gebleven zou zijn, stellen betrokkenen, zou meer nadruk zijn gelegd op de overdracht van verantwoordelijkheden aan het Afghaanse leger en de politie. ISAF-eenheden kunnen dan naar nieuwe districten waar de Taliban heersen.

Het lokale bestuur moet snel worden versterkt. Dit gebeurt nu door trainingen en werving van jonge ambtenaren. Een complicatie is dat president Karzai zijn opmars tegen de Taliban ooit begon in Uruzgan en daarom warlords die hem toen hielpen, nog steeds belangrijke banen geeft. Al zijn ze ongeschikt voor dat werk.

Ook het justitiële systeem vraagt aandacht. De nieuwe Afghaanse agenten en soldaten pakken allerlei verdachten op, maar die komen niet in een functionerend rechtssysteem terecht.

Veel wordt verwacht van de verdere opbouw van een schoolsysteem en het stimuleren van economische ontwikkeling. Een betrokkene: ‘Zelfs als de Taliban weer terugkeren, kunnen ze de bewoners daardoor minder wijsmaken.’

Hoe belangrijk is Uruzgan nou in strategisch opzicht?
Niet. Uruzgan was een vergeten bergprovincie die niet aan de belangrijkste handelsroute ligt en slechts 320 duizend inwoners telt. Dat Nederland bijna 2 miljard euro in deze provincie heeft gestoken (inclusief militaire uitgaven) en Kabul wist te overtuigen daar 2.000 Afghaanse soldaten en 2.300 agenten te stationeren, heeft veel wenkbrauwen doen optrekken. Vooral van diplomaten en bestuurders in naastgelegen provincies als Kandahar en Helmand. Daar wonen veel meer mensen en zijn de bedreigingen groter.

Daar staat tegenover dat ook Uruzgan vier jaar geleden te boek stond als Talibanbolwerk en een mooie uitvalsbasis om de naastgelegen provincies te belagen. Alleen al daarom zal ISAF de kleine provincie met de nauwe valleien onder controle willen houden.

Aanvulling: In het artikel ‘Vijf vragen over Uruzgan’ (Binnenland, 26 februari, pagina 2) ontbraken cijfers over het ontwikkelingswerk in die Afghaanse provincie. Van 2002 tot en met 2009 stak Nederland 617 miljoen euro ontwikkelingsgeld in Afghanistan. Daarvan ging 122 miljoen euro naar Uruzgan. Dit jaar krijgt Uruzgan ongeveer 45 miljoen euro. De militaire inspanningen in Uruzgan kostten Nederland circa 1,5 miljard euro.

mailIcon print |