Nederlandse politici doen geen loze beloften. Wat in de verkiezingsprogramma's staat, wordt dikwijls uitgevoerd. Niet alleen omdat Nederlandse kiezers betrouwbaarheid waarderen, ook omdat het systeem zo werkt....
De in Nederland wonende Schotse politicoloog Robert Thomson heeft er zijn proefschrift The Party Mandate aan gewijd. Maandag promoveert hij aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Thomson vergeleek verkiezingsprogramma's van de vier grote partijen bij de Kamerverkiezingen van 1986, 1989 en 1994.
Thomson onderzocht hoe partijen in coalitieregeringen hun verkiezingsbeloften omzetten in daden. Eerdere onderzoeken beperken zich tot landen waar één partij de regering vormt. De verkiezingsbeloften vergelijkt hij met de begrotingsuitgaven. 'Het is een systematischer benadering van het politieke bedrijf dan de heersende alledaagse scepsis', zegt Thomson. In het leven van alledag immers is het bon ton te veronderstellen dat verkiezingsbeloften nimmer worden nagekomen.
Uit Thomsons analyse blijkt dat Paars I in 1994 twee van de drie voorstellen overnam die de coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 deden ten tijde van de verkiezingen. Hij concludeert dat partijen vooral beloftes doen die hun achterban begrijpen. Niet eens zozeer om zieltjes te winnen, maar omdat ze erin geloven. De kiezers zijn zich ook bewust van de ideologische verschillen.
Beloften over koppeling tussen uitkeringen en lonen, de organisatie van de gezondheidszorg, studiefinanciering of inkomstenbelasting zijn zelden triviaal. In de ogen van de kiezers is betrouwbaarheid van groot belang. Wie de belofte doet, moet die ook zien waar te maken.
Elke partij berijdt haar eigen stokpaardje. De ene partij belooft individuele economische vrijheid, de ander uitbreiding van sociale voorzieningen. Beloften die haaks op elkaar staan. Partijen praten op zo'n moment 'langs elkaar heen', aldus Thomson, maar dat gebeurt in de Verenigde Staten of in Groot-Brittannië aanzienlijk vaker dan in Nederland.
Elke partij in Nederland, ongeacht ideologie, spreekt in het eigen verkiezingsprogramma bijvoorbeeld over belastingen of uitkeringen. Elke partij is zich bewust van de opstelling van de ander en houdt daarmee rekening. Het beleid wordt na het aantreden van een nieuw kabinet ook niet op z'n kop gezet. Het CDA, na 1994 voor het eerst sinds jaren in de oppositie, zag veel van de eigen verkiezingsbeloften terug in het regeringsbeleid.
Koks Britse collega Blair wist bijna 90 procent van z'n verkiezingsbeloften om te zetten in daden. Maar, zegt Thomson, dat betekent niet dat de Britse democratie 'vuurvaster' is. Blair heeft de steun van iets meer dan 40 procent van de kiezers. De partijen die in Nederland de regering vormen, vertegenwoordigen samen een ruime meerderheid. Ook al scoort Nederland slechter in het nakomen van de beloften (61 procent), meer kiezers herkennen zich in het regeringsbeleid, concludeert Thomson.
Een cruciale rol speelt het regeerakkoord, een boekwerk vol afspraken waarover coalitiegenoten wekenlang hebben onderhandeld. Het akkoord is een vertaling van veel verkiezingsbeloften, inclusief controversiële onderwerpen en beloften waaraan partijen groot belang hechten. De gekozen burgemeester van D66 bijvoorbeeld.
Een doorslaand succes wordt een verkiezingsbelofte als de eigen minister de kans krijgt die in daden om te zetten. Het is moeilijker het regeringsbeleid te beïnvloeden als de ministersposten al zijn verdeeld. Partijen moeten hun slag slaan als er wordt onderhandeld over het regeerakkoord.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.