*

 

Pop met Down is 'leuk hebbedingetje'

ERIC ARENDS − 11/12/96, 00:00

Niet elke pop heeft een blank huidje. Dat is zo sinds ook een scherpzinnige poppenfabrikant in de gaten kreeg dat de wereld uit verschillende mensen bestaat....

De Stichting Down Syndroom (SDS) verkoopt poppen met de uiterlijke kenmerken van een mongooltje, of, in betere termen, iemand met het Down-syndroom. Er bestaan drie varianten van de pop: een meisje met lang haar, een met kort blond haar en een met donker haar die haar tongetje half uit de mond laat hangen.

Via een zusterorganisatie in Duitsland kwam SDS op de hoogte van het bestaan van de poppen. 'In eerste instantie dachten wij ook: moet dat nou?', zegt M. de Graaf van SDS. 'We vonden dat ouders dat geld beter konden besteden aan literatuur over het Down-syndroom. Dan kwamen ze tenminste iets over hun kind te weten.'

Maar gaandeweg zagen De Graaf en haar collega's dat de poppen eigenlijk ook wel 'een leuk hebbedingetje' konden zijn, en nog ludiek en emancipatoir bovendien. 'Kinderen met het Down-syndroom doen meer mee in de reguliere samenleving', zegt De Graaf. 'Ze gaan naar de normale peuterspeelzalen en basisscholen, en worden niet meer apart gehouden. Waarom zou je dan niet zo'n pop maken? Ze horen erbij.'

Tot in detail komen de Down-poppen overeen met de werkelijkheid: de ogen staan wat scheef, de oren zijn relatief klein en laag ingeplant, het gezicht is platter en in de poppenhandjes loopt zelfs de voor deze groep zo kenmerkende 'viervingerplooi', de bovenste lijn in de handpalmen die bij Down-patiƫnten over de gehele breedte van de hand doorloopt.

Volgens De Graaf kunnen de poppen goed van pas komen op basisscholen. 'Leraren kunnen hun leerlingen met zo'n pop voorbereiden op de komst van een klasgenootje met het syndroom van Down. En ouders kunnen aan hun kinderen beter dan met een boek uitleggen in hoeverre ze verschillen van anderen.'

Het speelgoed is wel prijzig: 70 gulden per stuk. 'Daarvan gaat 25 gulden naar de stichting', zegt M. Ruhe, verantwoordelijke voor de verkoop. 'Bovendien is de markt klein.' De vraag blijkt wel te groeien.

Ouders, grootouders, hobbyisten, scholen, speciale kinderdagverblijven - ze willen allemaal een Down-pop. Maar niet allemaal dezelfde. De hulpverlening wil altijd de pop met de tong uit de mond, weet Ruhe. 'Dat vinden ze zo herkenbaar. Maar tegenwoordig lopen kinderen met het Down-syndroom er niet altijd meer zo bij.' Die tong uit de mond was het gevolg van verkoudheid en die is door de betere medische zorg vaak te verhelpen. Ouders willen altijd de pop met de mond dicht.

Grote speelgoedzaken hebben volgens Ruhe nog geen interesse getoond in de poppen. 'Voor de integratie' zou het goed zijn als dat gebeurde. Maar Ruhe vreest dat haar stichting weinig meer zal verkopen als de grote jongens zich op de poppen storten. Ze houdt de naam van de fabrikant dus liever geheim.

Eric Arends

mailIcon print |