*

 

Klimmen appelleert aan droom van velen

Mark Misérus, Jiri Büller − 15/12/08, 02:45

Leto van 6 is niet bescheiden. ‘Ik kan tot het plafond’, klinkt het zonder enige twijfel. Om de daad bij het woord te voegen, zet hij zijn handen en voeten in een paar grepen die aan de wand van Mountain Network Amsterdam zijn bevestigd....

Zo vaak als hij omlaag kukelt, zo vaak staat hij weer op. Vader of moeder is nergens te bekennen, maar dat deert hem niet. Misschien zien we hier wel de klimkampioen van 2018 in actie.

De kersverse nationale titelhouder bij de vrouwen telt immers 16 lentes, maar Nikki van Bergen heeft er al een half leven aan de klimmuur opzitten. Ze hoopt nog zeker zo lang door te gaan met de sport die in haar bloed is gaan zitten, kondigt ze aan. Van zo’n uitspraak kijkt hier niemand op.

De voormalige Sint-Josephkerk is bezaaid met klimmers. Alleen al aan hun kleding zijn ze gemakkelijk te herkennen. Fleecetruien, bij voorkeur van het buitensportmerk The North Face, komen in alle soorten en maten voorbij. Want klimmers zijn avontuurlijke mensen die liever niet de nacht in een hotelkamer doorbrengen. ‘Waar rotsen zijn, zijn meestal geen hotels’, legt Roebijn Schijf uit. En een goede, uitdagende rotspartij prikkelt alle zintuigen van de buitenklimmer.

’s Lands grootste klimmer, eigenlijk ook die van de wereld, heeft zich om die reden afgemeld voor de strijd om de nationale titels. Jorg Verhoeven, die voor zijn sport naar Oostenrijk is verhuisd, rust uit van het voorbije internationale seizoen. In zijn geval betekent dat de Chileense Cochamo-vallei bedwingen, aldus de aanwezigen bij het NK.

Schijf doet op verzoek van de verslaggever een poging een lastige vraag te beantwoorden. Bestaat ‘de’ sportklimmer? Na hevig peinzen, zegt ze te denken van wel. Ze laat haar blik door de zaal gaan die in afwachting is van de extra superfinale om de vrouwentitel.

Haar oordeel: de sportklimmer is over het algemeen hoog opgeleid, ‘niet heel oud’, wel lenig en sterk maar behoeft niet breedgeschouderd te zijn. En hij of zij draagt nauwelijks overtollige kilo’s met zich mee. ‘Want je moet het allemaal omhoog tillen.’

Andere aanwezigen, jong en ouder, man en vrouw, zeggen het haar na. Hoe hoog opgeleid de sporthal vandaag is, weet Bernadette Lettink wel. ‘Als hier iemand zijn enkel verstuikt, weet je in elk geval zeker dat er een dokter in de buurt is.’

De studies grafische vormgeving, architectuur en psychologie domineren bij de deelnemers. Hoewel je niet bovenmatig slim hoeft te zijn om je weg naar boven te vinden, zegt de oogst vermoedelijk wel iets over het ruimtelijk inzicht en de creatieve gaven die de klimmers van pas komen. ‘De juiste route vinden op de wand is toch elke keer weer als een puzzel oplossen’, legt Bart van Raaij uit.

Als we een ‘klimfreak’ willen spreken, moeten we bij Van Raaij zijn, heeft de woordvoerder van de Koninklijke Nederlandse Klim- Bergsport Vereniging gezegd. Van Raaij blijkt dé klimhandleiding voor Fontainebleau te hebben samengesteld, het populaire natuurgebied onder Parijs waar hij elk weekend met de auto heen reed. Binnenkort verschijnt de eerste uitgave van het magazine BLOK, BLad Over Klimmen, zegt hij trots.

Hoe de sportklimmer verder in elkaar steekt? ‘De meesten zijn egoïstisch, want dit is geen teamsport’, zegt Van Raaij. Maar sociaal vaardig zijn ze wel, blijkt uit de grote gezelligheid vanavond. ‘Je zult fans van Nikki nooit Vera Zijlstra horen uitjoelen’, zegt Joost Hofman, woordvoerder van de klimbond, over de twee atleten die het elkaar ook in de superfinale lastig maken.

Sterker: de ideale route naar boven wordt niet zelden met de concurrent besproken en tactieken gaan van hand tot hand, want zo leert iedereen wat van elkaar. Hofman: ‘Het is een cultuurtje, zoals bij het skateboarden of snowboarden.’

Het sportklimmen kent weliswaar een jargon met termen als sloper (aflopende greep) en bidoit (tweevingerige greep). Maar klimmers blowen een stuk minder dan skaters, voegt Hofman er met een glimlach aan toe.

Wie eenmaal weet hoe hij met zijn handen en voeten een platte of zelfs hellende muur kan bedwingen, maakt al snel deel uit van een groeiende familie. Hofman denkt dat het niet lang meer zal duren voordat elke Nederlander in aanraking is geweest met de sport, bijvoorbeeld omdat het dagje aan de wand steeds meer in trek raakt om met collega’s te doen.

Aantallen beoefenaars houdt de klimbond niet bij. Alleen het totaalaantal leden (55 duizend) is bekend maar daarin zijn in Nederland ook het bergbeklimmen en alpinisme opgenomen. De tijd dat dertigers met extra bestedingsruimte de sport domineerden is voorbij, zeggen de klimmers van nu.

De opmars van de sport lijkt niet te stuiten. Binnen afzienbare tijd worden alle docenten aan de academie voor lichamelijke opvoeding opgeleid tot kliminstructeur. Jorg Verhoeven is A-sporter volgens de NOC*NSF-norm, met alle financiële voordelen van dien.

Klimmen appelleert aan de innerlijke droom van velen, vertelt Hofman. Dat klinkt minder zweverig dan hij het bedoelt. ‘Sla de vacatures in de zaterdagkrant er maar op na. Je ziet het ene na het andere plaatje van een bergbeklimmer, onder het mom van: wil jij de top bij ons bedrijf halen?’

Aan solliciteren hoeft Leto van 6 voorlopig niet te denken. Het Amsterdamse plafond haalt hij vandaag niet. Morgen waarschijnlijk ook niet. Maar hij heeft nog even de tijd tot zijn eerste nationale titel.

mailIcon print |